En weer is de euro opgelapt...

Net als in juli, wordt ook na de Europese top van deze week gesproken van een beslissend succes.

Europa kan weer een tijdje vooruit. Maar voor hoe lang?

Op papier zijn ze eruit, de regeringsleiders van de eurozone die gisterochtend vroeg hun top over de euro afrondden. En, vooropgesteld dat de ontmoeting ook op een ramp had kunnen uitlopen, mag er gesproken worden van een succes.

Maar, net zoals na de top van 21 juli dit jaar, zullen de gemaakte afspraken over de redding van de Europese muntunie goed moeten worden nagekeken om de retoriek te scheiden van substantie. Destijds werd ook gesproken van een beslissend succes, maar het duurde niet lang voor de werkelijkheid de gemaakte afspraken inhaalde.

Om er maar een paar te noemen: Griekenland deed het slechter dan verwacht. Italië ontpopte zich tot het nieuwe probleemgeval, en is met de op twee na grootste staatsschuld ter wereld (1.900 miljard euro), een serieuze bedreiging voor de muntunie. De deal met de banken, die 21 procent op de staatsschuld van Griekenland zouden afschrijven, bleek bij nader onderzoek veel te genereus. En duidelijk werd dat het steunfonds EFSF als antwoord op de nieuwe problemen niet kon worden vergroot zonder dat Frankrijk, een van de kapitaalverschaffers, zijn hoogste kredietwaardigheidsstatus zou verliezen.

Te weinig, en vooral te weinig concreet. Dat risico is er nu ook. Banken nemen, volgens de afspraak, een verlies van 50 procent op hun Griekse staatsleningen, waardoor de schuld van dat land beter of in elk geval minder slecht houdbaar wordt. De banken krijgen daar overigens ook 30 miljard aan financiële goedmakers voor terug. Hoe de uiteindelijke calculatie van deze overeenkomst uitpakt, die nog wordt uitgewerkt en waar banken vervolgens vrijwillig op moeten ingaan, is even onhelder als na de top in juli. De kans bestaat dat ook deze deal niet de schuldverlichting voor Griekenland oplevert die was voorzien, al was het maar omdat de banken er misschien niet allemaal op ingaan. Zij houden de keuze, want de banken dwingen zou technisch neerkomen op een Grieks failliet met onvoorziene gevolgen.

Volgende afspraak van de afgelopen top: banken moeten 106 miljard euro aan extra kapitaal aantrekken. Dat is goed nieuws, maar het is nog altijd maar de helft van het benodigde bedrag dat op de financiële markten, gesteund door een analyse van het Internationaal Monetair Fonds, te boek staat als afdoende. Dat wil zeggen: een niveau van eigen vermogen dat het onderlinge wantrouwen kan wegnemen dat de banksector nu plaagt. Wellicht is die 106 miljard voldoende. Maar de omstandigheden vragen al een jaar om wat een big bazooka wordt genoemd: een bedrag dat dermate (en misschien wel overmatig) groot is dat er geen enkele twijfel over hoeft te bestaan dat het voldoende is om het probleem het hoofd te bieden.

De big bazooka geldt ook voor het stabiliteitsfonds EFSF, dat nu 440 miljard euro aan garanties van de lidstaten bevat waarvan 280 miljard effectief kan worden aangewend. Dat fonds wordt, volgens de afspraak van de afgelopen top van woensdagavond die tot diep in de nacht duurde, in slagkracht vervier- of vervijfvoudigd. Dat geeft ruim 1.000 miljard euro, en ook dat is niet waarop de buitenwereld had gehoopt. Het dubbele staat al maanden te boek als een bedrag dat echt afdoende zou zijn.

Dan is er nog de manier waarop het EFSF wordt vergroot: door nieuw uit te geven staatsleningen van Italië of Spanje alleen voor een klein deel te verzekeren tegen wanbetaling. Als de eerste twintig procent van de waarde van zo’n lening door het ESFS wordt gegarandeerd, dan kun je met 1 euro dus 5 euro aan staatsleningen ‘garanderen’. Deze methode wordt niet overal op de markten toegejuicht. Het ontstaan van een parallelle markt van bestaande (onverzekerde) en nieuwe (deels verzekerde) staatsleningen lijkt op het eerste gezicht nodeloos complicerend. Bovendien moet een deel van de slagkracht van het EFSF komen via een deelname van kapitaalkrachtige landen als China, die daar nog in moeten worden gekend en die zeker hun eigen voorwaarden zullen stellen. Dit is nog slechts een idee, zeker geen uitgewerkt plan. En, als laatste, concrete voorstellen voor fundamentele herziening van de architectuur van de eurozone ontbreken. Op de lange termijn zal er echt een hechtere unie moeten komen op het gebied van het begrotingsbeleid en wellicht ook het economische beleid.

Op de financiële markten was de stemming gisteren eerder opgelucht dan optimistisch. Het zwartste scenario, een top die smoorde in onenigheid, is niet uitgekomen. Europa kan weer een tijdje toe met de hoop over wat is afgesproken. Maar dat neemt niet weg dat het resultaat lijdt aan hetzelfde euvel als dat van de vorige ‘allesbepalende’ top van juli. Nu mag van een Europese top niet worden verwacht dat zij tot in detail ingaat op de oplossingen die zij biedt. Maar aan de andere kant is de eurocrisis een existentiële crisis geworden, die om fundamentele antwoorden vraagt. Die zijn woensdagnacht niet gegeven. De eerste nood is gelenigd. Maar de eurozone is nog niet gered. Nog lang niet, zelfs.