Een schatkamer voor biografen

Op de blog van NRC/boeken is woensdag melding gemaakt van het feit dat de werkkamer van Harry Mulisch voor het publiek zal worden opengesteld. In het toekomstige Harry Mulisch Huis vertellen de beheerders over zijn nalatenschap.

‘Het eerstvolgende boek dat van mij uitkomt, moet opgedragen worden aan Tonio van der Heijden. Een groet van de dode aan de dode”, zei Harry Mulisch kort voor hij overleed tegen zijn vriendin Kitty Saal en hoogleraar Nederlandse letterkunde Marita Mathijsen. Die laatste is, samen met cultuurhistoricus Arnold Heumakers en uitgever Robbert Ammerlaan, de literaire executeur testamentair. Een paar maanden eerder was de 21-jarige zoon van de schrijvers A.F. Th. van der Heijden en Mirjam Rotenstreich verongelukt, vlak bij Mulisch’ huis.

Mathijsen en Heumakers hebben het afgelopen halfjaar vele uren doorgebracht in Mulisch’ werkkamer aan de Leidsekade in Amsterdam, waar ze met de hulp van Mulisch’ vrouw grote hoeveelheden geschriften, aantekeningen, dagboeken, agenda’s en aanzetten tot verhalen hebben doorgenomen en beschreven.

Het eerste resultaat is de publicatie van de onvoltooide novelle De tijd zelf, aangevuld met de opdracht aan Tonio van der Heijden, eerdere versies, dagboekfragmenten en als facsimile afgedrukte notities die op de novelle in wording betrekking hebben. „Er blijkt onder meer uit dat Harry al jaren een thema in zijn hoofd had dat over de dood van kinderen ging”, zegt Marita Mathijsen. Kitty Saal vult aan: „Zijn aanstaande eigen dood stelde niets voor vergeleken bij het overlijden van een kind.”

Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Donderdag 27 oktober 2011, pagina 14 - 15. Abonnees kunnen het hele artikel hier lezen.