De schaal van 'schrijnendheid'

Mauro moet blijven, alleen waar? In Angola of in Limburg? Na een enerverend Kamerdebat gisteren weten we nog niet waar de inmiddels 18-jarige mbo-scholier, tevens uitgeprocedeerde asielzoeker, volgens de politiek thuishoort. Minister Leers (Immigratie en Asiel, CDA) betrok de stelling dat zijn geval ‘niet schrijnend genoeg’ is. En hield voet bij stuk. Waarna de oppositie om uitstel van de stemming vroeg. En morgen het CDA-congres zich in het debat mag voegen.

Binnen de termen van het strenge uitzettingsbeleid heeft Leers gelijk. En dat is meteen de kern van het probleem. Iedereen voelt aan wat in deze kwestie de menselijke beslissing is. Zeker, recht en regels zijn belangrijk. Maar de kwestie Mauro laat ook zien hoe die in de praktijk werken. En wat daar eventueel niet aan deugt. De Kamer belandde zo in een absurd debat over de schaal van ‘schrijnendheid’. En dus ging het over menselijkheid, beschaving en het zelfbeeld van rechtsstaat Nederland. Maar ook over migranten die een beter bestaan zoeken. En of dat hier kan en mag.

Mauro is acht jaar lang opgenomen in een Nederlands gezin, gehecht aan zijn gastouders, vervreemd van zijn Angolese moeder, het Portugees verleerd, ingeburgerd in een Limburgs dorp en voorbereid op een toekomst hier. Uitzetting zou een tweede breuk in zijn leven vormen. Is dat inderdaad ‘niet schrijnend genoeg’? Rechtvaardigheid is ook voortschrijdend inzicht. Recht en regels zijn mensenwerk.

Dat de minister de drempel tot Nederland verdedigt, is gewenst. Voorkomen moet worden dat ouders overal ter wereld hun ongewenste kinderen per lijnvlucht op Schiphol dumpen, in de verwachting dat ze hier een nieuw leven beginnen. Maar welke belemmeringen een rijk land ook treft, dit zal altijd blijven voorkomen. Te vondeling leggen is zo oud als de mensheid. Intussen blijken barmhartigheid en gastvrijheid echt te bestaan, zo bewezen de Limburgse ouders die Mauro onverplicht opnamen. Een verblijfstitel voor Mauro zou een erkenning voor de daad van naastenliefde van deze ouders zijn. En de prijs die een rijk land betaalt. Zij torenden gisteren hoog uit boven het gekrakeel.

De kwestie-Mauro maakt wederom duidelijk dat te lange asielprocedures onacceptabele gevolgen hebben. Het duurde vier jaar voordat de Staat het verzoek van Mauro afwees. Er was ten minste één vreemdelingenrechter die zijn aanwezigheid goedkeurde, waartegen de minister beroep aantekende. De Staat had zich er ook bij kunnen neerleggen, wetend dat een uitzetting van een ingeburgerde buitenlandse tiener ontwrichtend werkt. Op het kind, het gastgezin en de leefomgeving. En inmiddels ook op de coalitieverhoudingen. Maar opeenvolgende ministers zetten door, waarmee zij zelf het beleid ondergroeven. Wijsheid hier was eerder toegeven of eerder afwijzen. Nu is het echt te laat.