De kwaliteit van je hersenen, die heb je zelf in de hand

Het brein is flexibel en kneedbaar. Tot op hoge leeftijd kan je het zelf beter later presteren. Psychiater René Kahn schreef er een boek over.

Wat je moet doen en laten om je hart en bloedvaten gezond te houden, dat weten we wel na al die campagnes tegen vet en zout en voor bewegen. En dat we niet moeten roken als we geen kanker willen krijgen, dat snapt inmiddels ook iedereen. Maar hoe houd je je hersenen gezond?

Daar heeft René Kahn nu een boek over geschreven, een bescheiden boek, 150 bladzijden. Zijn dochter Sophie had het bedacht. Waarom schreef hij niet eens op wat goed en slecht is voor het brein?

René Kahn is psychiater en hoogleraar in het UMC Utrecht. Zijn wetenschappelijke werk gaat vooral over de biologische oorzaken van depressie en schizofrenie. Hij schreef er boeken over, ook voor niet-psychiaters die meer over die ziekten willen weten. In dit boek, De tien geboden voor het brein, gaat het bij hem voor het eerst niet over patiënten, maar over normale en gezonde mensen. Hij moest er wel even voor „uit zijn schil” komen.

Hersenen, zegt hij, zijn bij het grote publiek nog steeds het meest onbegrepen orgaan, ondanks de populariteit van Dick Swaabs Wij zijn ons brein. Mensen denken dat hun brein „iets statisch” is, onveranderbaar en niet te beïnvloeden door hun manier van leven – heel anders dan hun hart of hun longen. Wat niet zo vreemd is, want in de wetenschap werd tot in de jaren negentig ook nog gedacht dat hersenen, als ze volgroeid waren, bleven zoals ze waren: geen celdelingen meer, geen nieuwe verbindingen.

René Kahn heeft dat nooit geloofd, zegt hij, en met hem waren er genoeg neurologen, neurochirurgen en andere psychiaters die het ook niet geloofden. Zij zagen bijvoorbeeld dat de hersenen zich na een ongeluk of een bloeding toch vaak weer op wonderbaarlijke wijze herstelden. Maar wetenschappelijk bewijs dat er tot op hoge leeftijd nog nieuwe hersencellen kunnen worden gevormd en nieuwe verbindingen kunnen worden aangelegd, dat is er pas sinds er MRI-scanners bestaan.

„We zouden de evolutie nooit overleefd hebben”, zegt René Kahn, „als onze hersenen zich níét hadden kunnen aanpassen en beïnvloed hadden kunnen worden door de voortdurend veranderende omgeving.” Dat de hersenen flexibel en kneedbaar zijn, heeft volgens hem grote gevolgen, waarvan dit er één is: mensen hebben de gezondheid, groei, functie, samenhang en kwaliteit van hun hersenen deels zelf in de hand.

Voor René Kahn was het geen nieuws, vorige week, dat de intelligentie van kinderen bij het opgroeien nog flink omhoog of omlaag kan gaan, soms wel met twintig punten. Natuurlijk, als hersenen kunnen veranderen, kan dat ook veranderen. Maar hij was wel blij met het bericht – de Volkskrant zette het groot op de voorpagina – want daardoor, hoopt hij, zullen lezers van zijn boek des te eerder van hem aannemen dat ze hun kinderen moeten stimuleren om zich te ontwikkelen: een muziekinstrument leren bespelen, boeken lezen, computerspelletjes doen. Computerspelletjes? Ja, want daar leer je je dus heel goed van te concentreren en razendsnel te kiezen tussen twee nauwelijks van elkaar te onderscheiden mogelijkheden, zonder te worden afgeleid door wat er verder nog op het scherm gebeurt.

Studeer! Het is René Kahns eerste gebod, ook voor volwassenen. Blijven leren, nieuwe kennis in het hoofd stampen. En dan liever geen sudoku’s of kruiswoordraadsels oplossen, „veel te gemakkelijk”, maar bijvoorbeeld een vreemde taal.

Goed. Daar kunnen mensen min of meer zelf over beslissen, of ze dat voor een gezonder brein over hebben of niet. Geldt ook voor Drink niet! en Slaap! en Zweet! Met Zweet! bedoelt René Kahn: bewegen, net zo vaak en intensief als voor een gezond hart.

Maar hoe zit het met een gebod als Stress niet!? Door aanhoudende stress, schrijft hij, raken de hersenen beschadigd. Wat voor stress bedoelt hij dan? „Niet de plotselinge en kortdurende stress op de beursvloer of de afdelingspoedeisende hulp”, zegt hij. „Daar word je juist scherp en vrolijk van. Ik bedoel de onontkoombare stress waar je niets mee kunt en die je lam slaat.” De stress die ontstaat door mishandeling of voortdurend gepest worden. Of door vervelend werk met een vervelende baas.

Moeten alle mensen die dat hebben dan maar opzeggen? „Ik weet ook wel dat er vaak geen keuze is”, zegt René Kahn. „Maar als het even kan: ga weg, zoek wat anders. Het is echt heel slecht voor je.” Het deel van de hersenen dat de stressreactie reguleert, raakt aangetast en gaat steeds slechter werken, waardoor je van kwaad tot erger gaat. Dat is de manier waarop depressies ontstaan, bijvoorbeeld.

En dan deze twee: Maak vrienden! Geniet aanzien! Logisch, we zijn groepsdieren. Maar ook niet heel gemakkelijk te organiseren als andere mensen je een loser vinden. Aanzien is trouwens vooral goed voor de kinderen van de mensen die het genieten. Hun hersenen werken beter. Mensen met aanzien hebben een hoge sociale status, schrijft René Kahn. Kinderen van die mensen gaan naar betere scholen, worden meer gestimuleerd, eten meestal gezonder en hebben niet te lijden van de onontkoombare stress die wordt veroorzaakt door armoede en achterstand.

Het lastigst is het tiende gebod van René Kahn: Kies uw ouders met zorg! Wat moeten we daarmee? „Niets”, zegt René Kahn. Het is het gebod dat de andere negen geboden relativeert. „We kunnen veel goed doen voor onze hersenen, maar er is wel een grens, en die wordt bepaald door onze genen.”

En al zijn je hersenen in aanleg nog zo groot en efficiënt en dynamisch, ze moeten wel ontwikkeld worden – in een zo gunstig mogelijke omgeving.

Tien geboden voor het brein verschijnt op 5 november bij uitgeverij Balans.