De kernboodschap van Occupy is populistisch

Occupy strijdt net als andere populistische bewegingen tegen de elite.

Het onderbuikgevoel van de demonstranten is een signaal voor de gevestigde politiek.

Analisten breken zich het hoofd over de vraag wie de Occupyers nu precies zijn en wat ze willen. De conclusie is veelal dat het gaat om een bonte verzameling van anarchisten, andersglobalisten, communisten en verontwaardigde kiezers die pleiten voor een eerlijkere verdeling van de welvaart, meer duurzaamheid, en vrede op aarde.

Hoewel deze analyse op hoofdlijnen klopt, helpt zij ons niet verder bij het verklaren van het succes van de Occupy-beweging. Om de Occupy-beweging echt te begrijpen, zullen we de boodschap van de actievoerders moeten doorgronden. En die boodschap is populistisch van aard.

Binnen het populisme staat het idee dat de corrupte elite het gewone volk verraden heeft centraal. Daarbij kunnen ‘elite’ en ‘volk’ op verschillende wijzen invulling krijgen. Deze invulling is grotendeels afhankelijk van de maatschappelijke en politieke context.

Waar de ene populist claimt op te komen voor de autochtone Nederlander, stelt de andere populist de belangen van de hardwerkende jan modaal voorop. Hoewel de identiteit van ‘de man in de straat’ die de populist zegt te vertegenwoordigen verschilt van beweging tot beweging, gelooft iedere populist dat het volk namens wie hij of zij spreekt één en ondeelbaar is.

Met andere woorden, elke populist veronderstelt dat de leden van het volk gedeelde belangen hebben en dat deze belangen worden bedreigd door een elite die alleen maar met zichzelf bezig is en geen flauw idee heeft wat het volk belangrijk vindt. Deze elite bestaat uit een conglomeraat van culturele, economische, en politieke leiders die primair opkomen voor gevestigde belangen.

Dit populistische gedachtegoed is ook terug te vinden in de geschriften van de Occupyers. Zij claimen dat het volk uitgebuit wordt door een elite van bankiers en politici, die met elkaar onder één hoedje spelen om hun positie en rijkdom in stand te houden, en stellen dat zij de belangen verdedigen van de 99 procent van de bevolking die niet bulkt van het geld en nauwelijks politieke macht heeft. In de woorden van Occupy Amsterdam: „De Occupy-beweging is van het volk, van de 99 procent”.

Hoewel de Occupy-activisten benadrukken dat ze uit alle lagen van de bevolking komen, beklemtonen ze ook dat ze allemaal gewone burgers zijn. Op de website van Occupy Amsterdam staat te lezen: „We zijn gewone mensen. We zijn, zoals jij, individuen die elke ochtend opstaan om te studeren, werken of werk te zoeken. We zijn mensen met familie en vrienden.”

Deze gewone mensen hebben volgens Occupy gemeenschappelijke belangen, namelijk een einde maken aan de dominantie van en de uitbuiting door de 1 procent van bankiers, bestuurders en gevestigde partijen. Occupy Amsterdam schrijft hierover: „De Occupy-beweging is niet van vakbonden of partijen. Vakbonden of partijen vertegenwoordigden de 99 procent niet.” En: „We zijn gevangen in het spel van politici, zakenlui en bankiers waarin het gros wordt achtergelaten; achtergelaten zonder stem of uitzicht op fundamentele verbetering.” Op één van de spandoeken tijdens de Occupy-acties van 15 oktober stond geschreven: „Den Haag is er voor de banken! Wie is er voor ons?”.

Er zijn meerdere redenen waarom vrijwel niemand de Occupy-beweging als populistisch heeft omschreven. Ten eerste veronderstellen veel mensen dat populisme zich altijd ter rechterzijde van het politieke midden manifesteert.

Hoewel veel populistische partijen inderdaad (radicaal-)rechts zijn, bestaan er ook links-populistische partijen. Hierbij valt te denken aan Die Linke in Duitsland en de SP in Nederland, maar ook aan de links-populistische partijen die de afgelopen jaren in Latijns-Amerika bijzonder succesvol zijn geweest.

Ten tweede wordt vaak verwacht dat het populisme wordt uitgedragen door charismatisch leiders die aan het hoofd van hiërarchisch georganiseerde politieke partijen staan.

Hoewel dit inderdaad geldt voor veel hedendaagse populisten, maakten de populisten die eind negentiende eeuw voet aan de grond kregen in Rusland en de Verenigde Staten deel uit van losse, van onderop georganiseerde bewegingen die onder andere streden tegen de financiële elites van die tijd. Occupy vertoont duidelijke overeenkomsten met deze populistische bewegingen.

Het populisme heeft zowel goede als slechte kanten. Zo is het wereldbeeld van de Occupyers dichotoom en weinig genuanceerd, en dragen zij geen concrete oplossingen aan voor de problemen die zij signaleren.

Tegelijkertijd genereert de Occupy-beweging aandacht voor opvattingen die in de politiek onvoldoende gehoord worden. Ze herinnert de gevestigde partijen eraan dat zij zich beter van hun vertegenwoordigende taak moeten kwijten en vormt daarmee een thermometer die aangeeft hoe gezond de representatieve democratie is.

Dat wij de Occupyers als populistisch omschrijven is geen diskwalificatie, maar een duiding van een maatschappelijk en politiek fenomeen. De term populisme heeft wetenschappers in het verleden geholpen om de opkomst van partijen als de LPF, de PVV en de SP te verklaren. Aangezien de boodschap van de Occupy-beweging overeenkomsten vertoont met de boodschap van deze partijen, kan de opkomst van Occupy op gelijkaardige wijze verklaard worden.

De Occupy-beweging toont wederom aan dat kiezers in Nederland, en elders in de wereld, zich onvoldoende vertegenwoordigd voelen door de gevestigde politieke partijen. Voor hen is het inmiddels vijf voor twaalf.

Matthijs Rooduijn en Sarah de Lange zijn verbonden aan de afdeling politicologie van de UvA en doen onderzoek naar populisme.