Chinese bedrijven nemen Saab over

De Zweedse autofabrikant Saab wordt voor 100 miljoen euro overgenomen door de Chinese bedrijven Pangda en Youngman. Dat heeft Saab-eigenaar Swedish Automobile van de Nederlander Victor Muller vanochtend bekendgemaakt.

De overeenkomst moet nog worden goedgekeurd door de aandeelhouders en verschillende overheden. Met de verkoop zegt Swedish Automobile dat de financiering van Saab op lange termijn verzekerd is.

De autofabrikant verkeert in grote financiële problemen. Het bedrijf heeft omvangrijke schulden, onder andere aan leveranciers die weigeren nog langer onderdelen aan Saab te leveren. Daardoor ligt de fabriek in het Zweedse Trollhättan al maanden stil. Sinds eind september verkeert het bedrijf in een soort surseance van betaling, waardoor het bescherming geniet tegen schuldeisers. Ondertussen wil Saab reorganiseren.

Maar voor het uitvoeren van die plannen was geen geld meer, zodat de bewindvoerder die deze plannen moest uitvoeren aan de Zweedse rechtbank vroeg de schuldbescherming op te heffen. Dat verzoek heeft hij nu ingetrokken omdat de Chinese investeerders hebben toegezegd om de reorganisatie te financieren. Bij Saab werken 3.600 mensen.

Een eerder bod van de twee Chinese bedrijven werd deze week afgewezen door Swedish Automobile-topman Victor Muller. Hij wilde vasthouden aan een eerdere overeenkomst met de Chinezen. Zij zouden 245 miljoen euro in Swedish Automobile steken, voor een belang van 53,9 procent, maar wilden opnieuw over de prijs onderhandelen. Door de problemen daalde de beurswaarde van Saab naar 26,5 miljoen euro.

Saab werd in februari 2010 door de Nederlandse sportwagenfabrikant Spyker Cars gekocht van het Amerikaanse General Motors. Spyker betaalde 52,7 miljoen euro contant. GM kreeg ook 326 miljoen dollar aan preferente aandelen in Spyker. Die moet de sportwagenfabrikant in 2016 terugkopen.