Deze jongeren doen in vier maanden wat ambtenaren niet lukt

Nationale Denktank In de Nationale Denktank kijken jongeren met een frisse blik naar problemen op de arbeidsmarkt waar beleidsmakers zich al jaren het hoofd over breken. Zij komen met concrete oplossingen.

Tweeëntwintig jongeren vormden dit jaar de Nationale Denktank, plus drie expertdeelnemers. Ze hebben tien oplossingen bedacht, zoals het 'pinsioen'. Foto's Olivier Middendorp

Slimme oplossingen bedenken voor de arbeidsmarkt. Die taak kregen de tweeëntwintig jongeren die dit jaar de Nationale Denktank vormden. Deze jongeren, allemaal bijna of onlangs afgestudeerd, kregen zo een taak waar ambtenaren, wethouders, brancheverenigingen en vakbondsbestuurders zich al jaren mee bezig houden. Het verschil: de denktank moest de oplossingen binnen vier maanden afleveren. En: de meeste deelnemers hadden zich nog niet eerder in dit onderwerp verdiept.

Deze maandag presenteert de denktank het eindrapport. Afgelopen week is het al in ontvangst genomen door onder anderen minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66), Eerste Kamervoorzitter Ankie Broekers-Knol en voorzitter Mariëtte Hamer van de Sociaal-Economische Raad.

De jongeren hebben tien oplossingen bedacht, waarmee ze vooral de positie van kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt willen verbeteren. Met een ‘taalbootcamp’ bijvoorbeeld, waar vluchtelingen sneller de taal leren. Of het ‘Pinsioen’, waarmee zelfstandige ondernemers die nog geen pensioen opbouwen bij elke pinbetaling een heel klein beetje sparen. En DoneerJeNetwerk, waar sportteams of vriendengroepen hun netwerk kunnen ‘uitlenen’ aan iemand die meer moeite heeft om aan een baan te komen.

Frisse wind

Sinds 2005 is er elk jaar een nieuwe editie van de Nationale Denktank, met steeds weer nieuwe jonge deelnemers en een nieuw thema. In eerdere jaren bedacht de denktank ideeën voor het beroepsonderwijs, de gezondheidszorg en hoe om te gaan met big data. De deelnemers worden bijgestaan door ruim dertig ‘vaste partners’, zoals adviesbureau McKinsey, acht universiteiten en de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen.

Hoe kan het dat deze jonge mensen met ideeën komen die al die ambtenaren, wethouders en vakbondsbestuurders nog niet bedacht hadden? „Soms is er gewoon een frisse wind nodig”, zegt deelnemer Aida Kidane (25), pas afgestudeerd in de geneeskunde. „Ik kan me wel voorstellen dat je altijd op dezelfde manier naar een probleem kijkt als je in een bepaalde organisatie zit.” Vakbonden, werkgevers en ambtenaren van een minister hebben allemaal hun eigen belang, de denktank is onafhankelijk. „Dat konden ze allemaal wel waarderen, volgens mij”, zegt Kidane. „Dan kun je ook opener praten.”

Afgelopen zomer begonnen de denktankdeelnemers met het verzamelen van zoveel mogelijk informatie. Ze reisden het hele land door en bezochten wetenschappers, bedrijven, vakbonden, gemeentehuizen en werkgeversverenigingen. Ook werd er steeds met hen meegedacht door twaalf ‘expertdeelnemers’ die vanuit hun eigen ervaring advies konden geven. Bijvoorbeeld omdat ze een handicap hebben en daardoor moeite hebben met het vinden van een baan.

Praktisch en concreet

Eén van de belangrijkste conclusies die de denktank heeft getrokken: er wordt in Nederland te weinig gedaan om toekomstige werkloosheid te voorkomen. „Er is een grote groep werkenden van wie we nu al weten dat ze door de automatisering ander werk moeten gaan doen”, zegt Kidane. „Toch krijgen deze mensen vaak pas een van-werk-naar-werktraject op het moment dat die reorganisatie er is. Werkgevers gaan niet eerder met hen in gesprek over wat ze willen, kunnen en hoe ze daarbij geholpen kunnen worden.”

Ook het regeerakkoord van Rutte III blijft vaag over dit onderwerp, zegt denktankdeelnemer Sabrine van Rossum (24), masterstudent technische bestuurskunde. „Daarin staat iets over een persoonlijke leerrekening, maar ze doen er nog niks mee. Er staat: we gaan in overleg met sociale partners. Ja, daar hebben we toch niks aan? Op deze manier gaat er pas na de eerste massale ontslagrondes wat gebeuren.”

De meeste oplossingen die de denktank nu bedacht heeft, zijn praktisch en concreet. En voor bijna alle ideeën zijn al organisaties gevonden die geïnteresseerd zijn om ze in de praktijk te brengen. De officiële doelstelling is om maatschappelijke impact te hebben, zegt Aida Kidane. „Maar het mooiste zou zijn we de oplossingen echt kunnen laten landen.”

Vier thema’s met zes oplossingen van de Nationale Denktank:

  1. Krimpende sector? Denk vooruit!

    Het wordt al jaren voorspeld: sommige sectoren hebben binnenkort nog amper personeel nodig door automatisering en robotisering. Administratief en logistiek werk bijvoorbeeld. Wie in zo’n sector werkt moet dus vooruit denken: wat ga ik doen als mijn baan straks niet meer bestaat? Moet ik dan nog een opleiding of cursus volgen?

    In de praktijk wordt daar veel te weinig over nagedacht, zegt denktankdeelnemer Lena Hartog (25), die deze zomer haar master sociologie heeft afgerond. „Ik had verwacht dat dit in die sectoren het gesprek van de dag zou zijn.” Er wordt genoeg gepraat over een ‘leven lang leren’, dat is het probleem niet, zegt Hartog. „En er wordt ook al van alles aangeboden. In sommige sectoren liggen miljoenen aan scholingsbudget klaar.” Maar bij veel bedrijven in kwetsbare sectoren worden werknemers niet gemotiveerd om überhaupt na te denken over hun toekomst. En zo blijft het scholingsbudget op de plank liggen.

    De Nationale Denktank bedacht Reflecteerder: jonge coaches gaan naar deze bedrijven toe om daar met personeel te praten over hoe zij hun toekomst – binnen of buiten het bedrijf – voor zich zien. „Na zo’n eerste gesprek kunnen we mensen bijvoorbeeld adviseren om een loopbaancoach in te schakelen”, zegt Hartog. „Maar zo’n laagdrempelige eerste stap bestond nog niet.” Er zijn al gesprekken met zes geïnteresseerde bedrijven in onder meer de bancaire wereld, de verzekeringssector en het transport.

    Diezelfde categorie bedrijven is ook een belangrijke doelgroep voor een andere denktank-oplossing: ToThePoint. Het idee is simpel: een werknemer krijgt punten door iets nieuws te leren. In de advocatuur is dat al heel gebruikelijk, zegt Sabrine van Rossum (24), masterstudent technische bestuurskunde. En je hoeft niet eens alleen punten te geven voor cursussen, zegt Van Rossum. „Je ontwikkelt jezelf ook als je een boek leest, of als je vrijwilligerswerk doet.”

    Een aantal bedrijven die ontslagrondes voorzien, hebben al interesse getoond. Dat is ook niet zo gek, volgens Van Rossum. „Bij een ontslag moet de werkgever een hoge transitievergoeding betalen. Als een werknemer na omscholing zelf een nieuwe baan vindt, is dat voor beiden gunstiger.”

  2. Vluchtelingen snel aan het werk in de techniek

    In veel sectoren, vooral in de techniek en de bouw, zijn de personeelstekorten groot. Tegelijk zijn er veel vluchtelingen – óók mensen die in hun thuisland technisch zijn opgeleid – die nog moeten wachten voordat ze de arbeidsmarkt op kunnen. Ze wachten op een verblijfsstatus en een huis, moeten aan de slag met de inburgering en pas daarna kunnen ze de benodigde certificaten halen.

    Dat kan effectiever. Bijvoorbeeld door een snellere taalcursussen te introduceren: het Taalbootcamp. Nu bieden taalscholen voor vluchtelingen meestal langdurige trajecten, zegt afgestudeerd geneeskundestudent Aida Kidane (25). „Veel expats gaan gewoon een tijdje naar de nonnen. Dan zijn ze klaar en kunnen ze aan de slag.” Als het aan Kidane ligt kunnen straks ook vluchtelingen die hoger opgeleid zijn of een talenknobbel hebben dat doen. Er zijn al scholen die het willen proberen, zegt Kidane, maar er moeten ook nog wat regels veranderen voordat de snelle scholen van start kunnen.

    En in Amsterdam komt begin volgend jaar een experiment waarbij tien vluchtelingen die al een verblijfsstatus kregen, een opleiding kunnen volgen terwijl ze in het asielzoekerscentrum wachten op een woning. „We gaan tien van deze ‘statushouders’ een opleidingstraject aanbieden waarmee ze in drie maanden worden klaargestoomd voor de bouw, techniek en installatiebranche”, zegt Sjoerd Oppenheim (24), die na zijn werk voor de denktank verder gaat met zijn onderzoeksmaster filosofie. Op een werkplaats van de zogenoemde AzCademy krijgen de vluchtelingen praktijklessen en leren ze Nederlandstalig vakjargon. Onder andere de gemeente Amsterdam en het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers werken mee met het experiment.

  3. Leen je netwerk uit

    Gehandicapten, vluchtelingen, mensen met een migratie-achtergrond. Alle drie die groepen kunnen extra veel moeite hebben met het vinden van een baan. Maar één probleem zie je bij al die groepen terug, ontdekte de denktank. Ze missen een goed netwerk.

    „Een netwerk is heel belangrijk”, zegt Simone van Dijk (24), net klaar met haar onderzoeksmaster sociale wetenschappen. „Mensen vinden vaker een baan via hun netwerk dan door op een vacature te reageren. We hebben mensen gesproken die zeiden dat ze bij het zoeken van een baan ‘via de voordeur’ ontdekten dat die baan al via de zijdeur was vergeven.”

    Daarin introduceert de denktank DoneerJeNetwerk. Een groep mensen die elkaar kent – een vriendengroep, afdeling van een bedrijf of sportteam – stelt zijn netwerk open voor een werkzoekende met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het idee is dat een personeelsmanager die nu geneigd is om sollicitatiebrieven van gehandicapten opzij te leggen, wél in gesprek gaat als een teamgenoot van zijn sportclub een koffie-afspraak maakt met die gehandicapte sollicitant.

    Op het ministerie van Sociale Zaken en bij verschillende gemeenten hebben ambtenaren al gezegd dat ze dit een goed idee vinden, zegt Van Dijk. „Twee ambtenaren van de gemeente Apeldoorn kijken nu of ze een DoneerJeNetwerk Apeldoorn kunnen opzetten. Dat zou geweldig zijn, als meerdere gemeentes dit idee kunnen overnemen. Dan krijgt het echt een grote impact.”

  4. Makkelijk pensioen opbouwen

    Voor veel werknemers is het niet zo belangrijk om na te denken over hun pensioen – ze bouwen het automatisch op via hun werkgever. Maar anderen, vooral zelfstandig ondernemers en mensen met flexibele contracten, moeten wél heel bewust kiezen of ze pensioen gaan opbouwen. En hoe langer je wacht met sparen voor je pensioen, hoe meer geld je maandelijks opzij moet leggen om nog een redelijk bedrag te krijgen na je pensionering.

    De denktank wil pensioensparen makkelijker maken met het Pinsioen. Bij elke aankoop die je doet met je pinpas, gaat er een klein percentage van dat bedrag naar je pensioenrekening. Zo bouw je bijna ongemerkt je pensioen op. Het bedrag op je pensioenrekening wordt belegd, zodat het goed kan renderen. Dit idee is geïnspireerd op het zegeltjessparen van Albert Heijn, zegt afgestudeerd econoom Julie Hooft Graafland (24). Daar kun je bij je boodschappen zegeltjes kopen voor 10 cent per stuk. Bij het inleveren van een vol boekje, met 49 euro aan zegels, ontvang je 52 euro. Je maakt drie euro winst, maar je hebt vooral ongemerkt gespaard.

    Meerdere banken zijn al geïnteresseerd in het Pinsioen en één bank „hoopt het echt te kunnen implementeren”, zegt Hooft Graafland. Omdat de gesprekken nog lopen, kan ze nog niet zeggen welke bank dat is. „Maar ze zijn heel enthousiast.”

  5. Door snelle digitalisering en de stijgende levensverwachting ziet werk er in de toekomst heel anders uit. Lees ook de carrièreserie over de toekomst van werk.