Buitenstaanders zijn de ultieme zondebokken

Wanda Reisel: Nacht over Westwoud Contact, 288 blz. €19,95

Tot mijn lievelingsboeken behoort Dorp aan de Rivier van Anton Coolen, een reeks prachtige verhalen over een katholieke plattelandsgemeenschap in Brabant, gezien door de ogen van de atheïstische Friese dorpsdokter Tjerk van Taeke. In Nacht over Westwoud hanteert Wanda Reisel eenzelfde ijzersterke formule. Haar hoofdpersoon, de 43-jarige Levi, is waarnemend huisarts in het fictieve dorp Westwoud. Met zijn Joodse naam en libertaire opvattingen is Levi de ultieme buitenstaander tussen de dorpelingen. De Koerdische Ilias is er de enige allochtoon. Levi en Ilias zullen dan ook de zondebokken worden in een drama waar islamofobie, antisemitisme en als dierenliefde vermomd fascisme samenkomen.

Ilias wordt onmiddellijk gebrandmerkt als dader wanneer er een meisje met downsyndroom is verkracht. Levi kan bewijzen wie de schuldige is, maar voor het zover is, wordt Ilias verjaagd en moet Levi zich met een karabijn de lynchgeile meute van het lijf houden. In een anoniem telefoontje is hij uitgemaakt voor ‘Jodenvod’ en er is een dood varken aan zijn voordeur gehangen met de tekst ‘Westwoud smetvrij’ erop geprikt, dus hij snapt dat het ernst is.

Maar zijn moeder heeft het concentratiekamp overleefd en zijn vader een gruwelijke onderduik, dus een stelletje boerenpummels met hooivorken moet hij zeker aankunnen. Hoopt hij en als lezer help ik ’t hem hopen, maar heb ik er weinig fiducie in. Daarvoor bevat de titel Nacht over Westwoud een te duidelijke verwijzing naar de dichtregel van H. van Randwijk ‘Een volk dat voor tirannen zwicht, zal meer dan lijf en goed verliezen, dan dooft het licht.’

Nacht over Westwoud is een superrealistisch boek: je ziet niet alleen de personages voor je, ook de manier waarop het conflict in Westwoud zich ontwikkelt, is uit het leven gegrepen en daarmee doodeng. Alle angsten die je kunt hebben voor de gevolgen van islamofobie, antisemitisme en extremistisch dierenactivisme worden bevestigd.

Het begint met onschuldig lijkende discussies over het ritueel slachten van schapen op de grootste boerderij van het dorp ten behoeve van het islamitische Offerfeest. Vervolgens laten bekrompen burgers met angst voor overlast van de te verwachten hordes islamitische schapenkopers zich ophitsen door een xenofoob echtpaar en een gluiperige christelijke leraar. Zoals te voorzien, wordt de strijd tegen vreemdelingen gevoerd als godsdienstoorlog. Hoewel de Koerdische jongen Ilias geen moslim is en Levi geen vrome Jood, worden zij wel als zodanig aangevallen.

Af en toe bekroop me het gevoel dat Reisel het er gaandeweg te dik oplegt en van sommige situaties en personages karikaturen heeft gemaakt, bijvoorbeeld van de xenofobe dierenbeschermster die de meute aanvoert en, met een verwijzing naar de beruchte kampheks van Buchenwald niet toevallig Ilse zal heten.

Aan de andere kant: wie zich heeft verdiept in de manier waarop rassenhaat en etnische conflicten zich ontwikkelen, weet dat de werkelijkheid vaak nog ongenuanceerder en platter is dan iemand kan bedenken. Levi slaat het oprukkende geweld vanaf een gebarricadeerde zolder gade en constateert dat daarbuiten ‘haat zich stapelde op haat’. Dat is de kern van deze huiveringwekkende, maar alleszins overtuigende roman.

Elsbeth Etty