Bevreesd voor de dominee

Ida Gerhardt: Gedichten & psalmenvertalingen. Voordracht: Henk van Ulsen. Rubinstein, 2 cd’s, ca. 90 min. € 12,95

Afgelopen weekend werden ze weer samengebracht in Kampen: Ida Gerhardt en Henk van Ulsen. De eerste gaf er jaren les aan de tweede.

Van Gerhardt hangt een plaquette met een gedicht in de Lutherse kerk. De ander kreeg zaterdag j.l. daar in de buurt een buste. Dat de onthulling plaatshad bij de Lutherse kerk, is een goede reden om bij Gedichten & psalmen met de tweede cd te beginnen. Want de gekozen volgorde – eerst een bloemlezing van Gerhardts eigen werk, dan de psalmen – lijkt logisch, maar er is iets merkwaardigs aan de hand. Dat merk je bij het voorlezen van Van Ulsen. Gerhardts gedichten leest hij namelijk met erg veel eerbied voor en dus ook met afstand.

Het is klassieke voordracht en dan komt de nadruk zo sterk op rijm en klank te liggen dat de inhoud dreigt te ontsnappen en je naar rijmpjes denkt te luisteren: ‘Ik ken op aarde geen geluid, zo zuiverend als van de fluit’.

Je zou verwachten dat dat bij de oude psalmen nog veel erger wordt, maar dat is niet zo, die psalmen klinken juist opvallend natuurlijk. De verklaring daarvoor geeft Van Ulsen zelf op de cd: ‘het moeilijke is een middenweg te geven tussen het mededeelzame, het laten weten, geef het aandacht, waar ik voor wil waken is dat het toch die dominee uit Hengelo wordt… Dat wil ik niet. Dilemma. Ja, OK, niet bevreesd, courage!’

En dat lukt Van Ulsen. Wat volgt is zeker niet de taal van de dominee. Hoewel de psalmvertalingen niet erg modern zijn (‘Gelukkig de man die niet treedt in het overleg van de boze,’ zo begint de eerste), klinkt het allemaal vanzelfsprekend en soepel, veel meer dan in de voordracht van Gerhardts gedichten.

Ook op de eerste cd staan wat fragmenten waarin Van Ulsen vertelt over zijn verhouding tot Gerhardt, ze was zijn docente klassieke talen, maar woonde ook enige tijd bij de Van Ulsen-familie in.

In die anekdotes ligt de verklaring voor het verschil in toon: wanneer hij haar oorspronkelijke werk leest, probeert hij Gerhardts werk als een zendeling door te geven; bij het voorlezen van de psalmen is hij bezig géén dominee te zijn. Het zegt ook wel iets over Gerhardts taal, die nergens zo vanzelfsprekend klinkt als wanneer ze dicht over ‘Gods bedoeling met een mensenleven’. Gerhardt (die de psalmen samen met Marie van der Zeyde vertaalde), lijkt zich vooral in de Bijbelse taal thuis te hebben gevoeld.

    • Toef Jaeger