'Voor mensen die we niet kennen hebben wij geen rijstkorrel over'

Naarmate er meer rijken komen in China, groeit ook de liefdadigheid. Maar het gaat nog niet erg snel. Zakenman Chen Guangbiao wil de grootste filantroop van het land worden en stelt zichzelf opzichtig ten voorbeeld.

Van miljarden yuans verdienen en uitgeven weet de Chinese ondernemer en filantroop Chen Guangbiao(43) alles. Van diepe armoede ook: zijn broertje en zusje stierven van de honger.

Hij kent de ‘mens-eet-mens-mentaliteit’ van zijn landgenoten die aan de armoede proberen te ontsnappen. Maar dat niemand vorige week een hand uitstak naar de stervende kleuter Yueyue die twee maal was overreden, heeft ook hem met stomheid geslagen. De schokkende beelden gingen de hele wereld over.

„We moeten ons schamen, ons diep, diep schamen voor onze koude harten”, zegt Chen, een van de vijfhonderd rijkste ondernemers in China en zonder twijfel de bekendste, opvallendste en meest omstreden filantroop van het land.

„Wie laat er nou een klein kind op straat doodbloeden? Uit angst om geld te moeten betalen of aansprakelijk te worden gesteld? Het lijkt in China alleen nog maar om geld te gaan. Waar is onze moraal gebleven?”

Chen schudt zijn hoofd. Hij ziet veel overeenkomsten tussen de kille voorbijgangers die Yueyue lieten creperen en de nieuwe rijken die niet of slechts met forse tegenzin hun fortuin aan goede doelen willen uitgeven.

Zong Qinghou van het drankenconcern Wahaha in Hangzhou bijvoorbeeld is met 12 miljard dollar (bijna 8 miljard euro) de rijkste man van China maar doet principieel niet aan liefdadigheid. Hij levert zijn bijdrage aan het nieuwe China door zijn bedrijf Wahaha goed te besturen vindt Zong. En zijn opstelling wordt breed gedeeld door ondernemers.

Chen begrijpt die houding niet. „Het grote probleem in China is dat wij alleen zorgen voor onze eigen families, onze beste vrienden, onze werkers en onze beste relaties. We vegen onze eigen straat schoon, maar reageren niet als bij de overburen het dak instort. Voor mensen die we niet kennen hebben we geen rijstkorrel over.”

Dat zijn landgenoten egocentrisch en compassieloos zijn kunnen zijn, besefte Chen Guangbiao tijdens een diner dat Warren Buffett en Bill Gates gaven in het Pekingse Chateau Lafitte-hotel. De twee Amerikaanse miljardairs kwamen een jaar geleden naar China om nieuwe rijken te bewegen mee te doen aan hun Giving Pledge-initiatief. Van de 300 genodigden kwamen er slechts 30 opdagen, de anderen waren bang dat zij gedwongen zouden worden tot financiële toezeggingen.

In navolging van Buffett en Gates beloofden tien van de aanwezige Chinese miljonairs de helft van hun inkomen te besteden aan goede doelen. Chen Guangbiao ging als enige een stap verder. Hij beloofde dat na zijn overlijden zijn hele vermogen ( „het zweeft nu tussen de 400 en 500 miljoen dollar”) zal worden weggeschonken. Chen: „Mijn kinderen zullen niets van mijn kapitaal erven. Mijn zonen weten dat ik de eerste naakte donateur van China ben. Mijn zonen gaan naar de beste scholen en universiteiten van de wereld in de VS, maar zij zullen het zelf moeten doen in het leven. Ik ben naakt geboren en ik zal ook naakt, dus zonder bezittingen, weer vertrekken”.

Op de lijst van rijkste Chinezen, die ieder jaar wordt samengesteld door de Britse marktonderzoeker Rupert Hoogewerf van The Hurun Report, staat Chen op 406. Op de Forbes-lijst is hij nummer 223. Op de Hurun-lijst van ‘gulste gevers’ staat hij op de 4de plaats, omdat hij ieder jaar zo’n 30 tot 40 miljoen dollar weggeeft.

„Dit jaar wil ik op de tweede en misschien wel de eerste plaats komen. Ik wil de grootste filantroop van China worden”, zegt Chen op een toon alsof hij een financieel kwartaalbericht bespreekt. Hij zwijgt even en zegt dan: „Nee, ik wil de topfilantroop van de wereld worden”. De tegenwerping dat hij daar niet rijk genoeg voor is, lacht hij weg.

Met zijn manier van aandachttrekken en zijn spectaculaire filantropische acties heeft de vriendelijk ogende Chen het inmiddels geschopt tot ‘ZBC-er’, Zeer Bekende Chinees. Zo teruggetrokken en schuw als de meeste Chinese rijken zijn, zo mediabelust en extrovert is Chen. Hij wil graag weten hoe bekend hij in Nederland is. Het teleurstellende antwoord verrast hem.

Op zijn kantoor in Nanking wordt het bezoek eerst getrakteerd op een zeer professionele documentaire van een half uur over zijn leven en vervolgens een rondleiding langs een expositie van honderden foto’s, waarop te zien is hoe Chen de handen schud van de hoogste partijleiders, van regionale hoogwaardigheidsbekleders, buitenlandse staatshoofden en uiteraard van „mijn vrienden Warren en Bill”.

Georganiseerde liefdadigheid in China is een jong verschijnsel en werd pas mogelijk na wetswijzigingen in 2004 die de weg vrij maakten voor de oprichting van charitatieve organisaties buiten de overheid om. Onder Mao Zedong werd niet aan liefdadigheid gedaan. Wie zo rijk was dat hij geld kon weggegeven was per definitie verdacht en strafbaar. Nog altijd staat de Communistische Partij argwanend tegenover georganiseerde fondsenwerving buiten de partij- en overheidskaders om.

De basis voor Chen’s liefdadigheid ligt in zijn arme jeugd in de provincie Jiangsu en en in de vroege dood van zijn broertje en zusje als gevolg van ondervoeding. Het verhaal wordt geïllustreerd met foto’s van het arme platteland van de jaren zestig van de vorige eeuw.

We zien ook hoe Chen, met dikke stapels 100 yuan-biljetten in de hand, geld uitdeelt aan de armen in afgelegen provincies, hoe hij persoonlijk lichamen bergt na aardbevingen („Ik heb nog rugpijn van het tillen van 200 lijken”), hoe hij de ogen sluit van een omgekomen kind en de tranen van zijn gezicht veegt bij het zien van een dode vrouw in de puinhopen van een gebouw. Op andere foto’s dirigeert hij na de aardbevingen in Sichuan(2008), Yunnan(2009) en Gansu(2010) graafmachines en vrachtwagens met het logo van zijn bedrijf naar de getroffen gebieden. Het materieel schonk hij aan de lokale autoriteiten.

Maar het blijft onduidelijk hoe Chen die traditionele Chinese geneeskunde heeft gestudeerd, zijn sloop- en recyclagebedrijf in Nanking in korte tijd tot grote bloei heeft gebracht. Vragen over zijn bedrijf beantwoordt hij met algemeenheden.

Bijna ieder groot en succesvol particulier bedrijf in China wordt geleid door een voormalige legerofficier of heeft een groot aantal voormalige officieren in dienst, zoals ook Chen’s sloop- en recyclageonderneming. Dat Chen goede relaties met het leger heeft, is ook op de foto’s te zien. Zijn eigen hulpverleningsteam bestaat uit 120 voormalige soldaten. Dat zou kunnen verklaren waarom Chen Guangbiao de afgelopen jaren na de natuurrampen als een van de eersten toegang kreeg tot de getroffen gebieden.

„Ik onderhoud goede relaties met alle autoriteiten. Dat is belangrijk’’, zegt hij neutraal. Chen vertelt lid te zijn van de partij, maar nooit in het leger te hebben gediend.

Voor het oog van de wereld was hij in actie te zien in een groen camouflagepak en rode kruisarmband in Beichuan, het stadje met 10.000 inwoners in de provincie Sichuan dat in mei 2008 werd weggevaagd. En ook in Japan na de tsunami. De foto van Chen met een Japans slachtoffer op zijn rug stond in alle Chinese en Japanse kranten. Haiti was te ver weg voor hem en zijn team van professionele reddingswerkers en daarom stuurde hij een check van 3 miljoen dollar.

De vraag waarom hij zichzelf bij natuurrampen het middelpunt van de show maakt beantwoordt hij met een lange zucht. Ook de constatering dat zijn strategie „misschien wat potsierlijke trekjes krijgt” als hij zich laat fotograferen in eenjasje dat is behangen met medailles van verguld ijzer, wijst hij af. „Als je een goede daad stelt is het belangrijk dat iedereen dat ziet zodat iedereen dat voorbeeld kan volgen”, fluistert hij.

Chen werd overladen met kritiek h toen hij een Chinese muur had gebouwd met 15 miljoen biljetten van 100 yuan. „Een over the top-actie van een egotripper”, was het oordeel op Weibo, de Chinese twitter. Chen schudt zijn kort geknipte hoofd: „Kan zijn, maar uit opinieonderzoek blijkt dat ik de bekendste ondernemer van China ben en met 60 procent de hoogste waarderingsscore heb. De gewone mensen waarderen mijn werk”.

Dat is niet verbazingwekkend na zijn meest recente stunts. Hij liet in de bergdorpen van Sichuan 20000 parka’s uitdelen met het oog op de komende winter en schonk aan geïsoleerde dorpen in Yunnan 15000 biggen en lammeren, en 40 scholen en een ziekenhuis.

Met een tegelwijsheid beantwoordt hij de vraag waarom hij zijn kapitaal weggeeft. „Als je maar een beker water hebt mag je die opdrinken, als je een emmer water hebt mag je die houden voor je familie, maar als je een rivier bezit dan moet je leren het water te delen”.

Het hele punt is, benadrukt hij, dat niemand in China alleen door eigen inspanningen rijk is geworden. „Iedereen was eens arm. Wij hebben alles te danken aan de opendeurpolitiek van de afgelopen 30 jaar. Voor velen waren de afgelopen jaren een groot, overdadig banket, het is voor iedereen die rijk is tijd om terug te geven”, zegt Chen.

„Je hebt geen derde Mercedes-Benz nodig, je hoeft niet iedere drie maanden een nieuwe Bentley aan te schaffen”, houdt hij zijn rijke vrienden voor. Om dit punt te onderstrepen, vernietigde hij zijn eigen ‘Binzz’, zoals de Mercedes in Chinawordt genoemd, voor het oog van de Chinese televisie.

Met „iedereen” doelt hij op de meer dan 960.000 yuanmiljonairs ( Chinezen die iets meer dan 100.000 euro hebben) en met name de 1000 dollarmiljonairs in China en op rijke bedrijven. Of er een rechtstreeks verband is tussen zijn publiciteitsstunts en de ontwikkeling van de filantropie in China is onduidelijk.

Feit is wel dat de bedragen die aan charitas worden besteed ieder jaar stijgen en ook het aantal liefdadigheidsorganisaties toeneemt. Met in totaal 5 miljard dollar aan giften en 2083 organisaties heeft China nog een grote achterstand op de VS, waar jaarlijks 300 miljard dollar wordt gedoneerd en 920.000 charitatieve organisaties actief zijn.

Rupert Hoogewerf, een in de bankstad Luxemburg geboren Brit, houdt in Shanghai nauwkeurig de gedragingen bij van de Chinese rijken. Hij neemt Chen volstrekt serieus en beschouwt hem als een exponent van een nieuwe trend.

„Er bestaat nog veel argwaan en achterdocht, maar de filantropie groeit gestaag en krijgt ook een steeds professioneler karakter. Chen doet het op zijn eigen, onnavolgbare wijze. Zijn methodes zijn voor anderen met een iets minder ontwikkeld ego misschien niet zo bruikbaar”, denkt Hoogewerf. „Hij doorbreekt in ieder geval grenzen, stelt zichzelf als voorbeeld en doet wat hij belooft”.

    • Oscar Garschagen