Suuuuuper

Ik hoorde over een klein jongetje dat ‘supie’ zegt in plaats van ‘super’. Het is een serieus jongetje. Hij zegt ernstig: „Zwemles was echt supie-supieleuk.” Het woord ‘super’ komt en gaat Dat is schattig, maar wat het ons ook vertelt is dat ‘super’ nu echt bij iedereen ingeburgerd is. Op de een of andere manier

Ik hoorde over een klein jongetje dat ‘supie’ zegt in plaats van ‘super’. Het is een serieus jongetje. Hij zegt ernstig: „Zwemles was echt supie-supieleuk.”

Het woord ‘super’ komt en gaat

Dat is schattig, maar wat het ons ook vertelt is dat ‘super’ nu echt bij iedereen ingeburgerd is.

Op de een of andere manier associeer ik ‘super’ vooral met studentachtige meisjes: „Ik vind het echt suuuuuperleuk om stage te lopen bij een uitgeverij want ik lees gewoon altijd al suuuuperveel.”

Ik weet niet hoe lang het in deze groep al populair is. Het was in ieder geval een tijdje minder populair.

Toen ik in de puberteit was, hoorde je het niet zo vaak. Want ik herinner me nog dat ik verbaasd was dat je het veel las in de oude meisjesboeken, zoals die over Joop ter Heul. „We hadden een knalfuif, gewoonweg super!”

Het woord ‘super’, zo kunnen we concluderen, komt en gaat. De super-sinusoïde zou je het kunnen noemen. Momenteel zitten we op een top in de grafiek.

Een woord als ‘supermarkt’ moet stammen uit een tijd dat we laag in de grafiek van ‘super’ zaten. Of tenminste, uit een tijd dat ‘super’ niet als tof woordje tussendoor gebruikt werd.

Want anders zou het net zijn alsof je heden ten dage een nieuw type winkel zou bedenken en daar de naam ‘vetmarkt’ aan zou geven. Of ‘hardwinkel’ (‘dopekraam’, ‘lauwkiosk’; afijn, je kunt middagen lol hebben met het bedenken van zulk soort woorden, tenminste, als je een beetje triest in je hoofd bent).

In de wereld van de superlatieven moet het altijd meer en beter. De Fransen vonden de supermarkt niet super genoeg en bedachten de hypermarché. Jammer dat die er bij ons nooit gekomen is. Wij hadden ‘hyper’ al toebedeeld aan mensen die door de kamer aan het stuiteren waren.

Ik ben benieuwd hoe lang de huidige super-piek nog duurt. Hij houdt hardnekkig aan. Onlangs was ik bij een strandtent waar ze je proberen te bewegen zelf je bord af te ruimen. Maar ze willen daar niet te bevelerig over doen. Dus hebben ze een bord opgehangen waarop staat: „Superbedankt voor het terugbrengen!”

Bij het zien van dit bord weet je dat het einde zoek is. Het wachten is nu op woorden als ‘supergecondoleerd’.