Stop met dromen, die euro moet weg!

Jacques Sapir wil af van de euro, en terug naar het nationaal protectionisme.

Kapitaal gaat nu met één muisklik de wereld over. De controle is minimaal.

A worker at CollectiveGood (cq) in Tucker, Ga., sorts through old cell phones and cell phone batteries for recycling Wednesday, April 20, 2005. When Earth Day dawned in 1970, optimistic environmentalists said emerging technologies would help reduce the nation's reliance on coal, oil, insecticides and other toxins. But 35 years later, a big part of the problem appears to be technology itself. Tons of computers, monitors, televisions and other electronic gizmos that contain hazardous chemicals, or "e-waste," may be poisoning people and ground water. Activists say the nation's biggest environmental problem may be the smallest devices, and this week they're launching campaigns to increase awareness about recycling cell phones, music players, handheld gaming consoles and other electronics. (AP Photo/John Bazemore) AP

„Twintig, dertig jaar lang hebben politici ons verteld dat de globalisering de mensen gelukkig maakt. Globalisering zou welvaart betekenen en vrede. De crisis toont aan dat dit een mythe is. De globalisering heeft een sociale ravage aangericht, wereldwijd. Veel mensen zijn alleen maar armer geworden.”

De Franse econoom Jacques Sapir betoogt al jaren, in woord en geschrift, dat de liberalisering van wereldhandel en kapitaalstromen op een catastrofe uitloopt. Dat bezorgde hem lang de reputatie van verongelijkte, eurosceptische professor à gauche de la gauche. Maar de crisis geeft Sapir ineens een breed podium.

In Frankrijk is hij één van de prominenten van de snel groeiende anti-mondialiseringsbeweging. In tv-debatten met ministers en partijleiders pleit Sapir voor het afschaffen van de euro en een terugkeer naar nationaal protectionisme. Zijn boek La démondialisation, dat in april verscheen (met een leeggelopen opblaas-wereldbol op het omslag), verkoopt uitstekend.

Sapir (1954), van huis uit Rusland-specialist, is hoofd Onderzoek aan de École des Hautes Études et Sciences Sociales (EHESS) in Parijs. Op een steenworp afstand van het ministerie van Financiën, in een pijpenla vol papier waar de telefoon onophoudelijk rinkelt, legt hij uit waarom deze crisis zo hard toeslaat en waarom hij zulke radicale oplossingen bepleit.

Waar komt de crisis volgens u vandaan?

Jacques Sapir: „Veel burgers leven meer en meer op krediet. Maar omdat ze voorzichtiger worden met hun uitgaven, hebben bedrijven óók meer leningen nodig om overeind te blijven. Dit proces is al twee decennia aan de gang. Langzaam bouwt iedereen zo meer schuld op: burgers, bedrijven, de financiële sector en de staat. Iedereen praat over de staatsschuld van Griekenland, die gigantisch is. Maar Griekse huishoudens hebben relatief weinig schuld. In Spanje is het andersom. Als je de totale schuld bij elkaar optelt, is Spanje er van alle eurolanden het ergst aan toe. De totale schuld is daar 500 procent van het bruto binnenlands product.”

Erger dan Griekenland?

„Ja. In Griekenland is dat 350 procent. En het zal u verbazen, maar om dezelfde reden is de totale Duitse schuld hoger dan die van Frankrijk. De Duitse staatsschuld is lager, maar Duitse huishoudens hebben meer schulden dan Franse.”

Wat is de rol van de globalisering hierin?

„Bedrijven hebben door vrijhandelsverdragen steeds gemakkelijker toegang over de hele wereld. De druk om efficiënt te werken en goedkoop te produceren is enorm. Ze concurreren elkaar kapot. Veel Franse fabrieken produceren nu in lagelonenlanden. Dit verhoogt de werkloosheid in ons land en drukt de lonen van Fransen die wel blijven werken. Tegelijkertijd moeten Fransen meer consumeren om de afzet van de producten van deze bedrijven te garanderen. De financiële globalisering speelt hierop in. Kapitaal gaat met één muisklik de wereld over. Controle is minimaal want, dachten we lange tijd, financiële markten konden zichzelf wel reguleren. Het resultaat is bekend: iedereen kreeg goedkoop krediet, ook al verdiende hij dat niet. Omdat kredietverstrekkers de schuld vervolgens aan elkaar doorverkochten, heeft de schuld zich door het hele systeem verspreid. Het was een luchtbel die bleef groeien. Als we tijdig lucht hadden laten ontsnappen, hadden we het systeem kunnen bijstellen en overeind kunnen houden. Maar dat deden we niet. Nu explodeert het.”

Repareren werkt niet, zegt u?

„Daarvoor heeft men te veel gedereguleerd. In Amerika, in Europa. De geest is uit de fles. Die krijg je er niet weer in. Van alle kapitaal dat over de wereld stroomt, is nog amper 5 procent echte investeringen. De rest is speculatief. Daar valt niet tegenop te reguleren. Tenzij je het wereldwijd doet, maar dat gebeurt niet.”

Hoe weet u dat zo veel kapitaal speculatief is?

„Dat zie je aan de termijnen. Bij 60 procent van het kapitaal gaat het om beleggingen voor minder dan zes maanden: superkorte termijn. Ongeveer 5 procent is investeringen voor meer dan vijf jaar. Duurzaamheid bestaat bijna niet meer. Beleggers willen nú rendement, anders trekken ze het kleed onder een bedrijf vandaan. Dit probleem hebben politici zelf geschapen. Iedereen heeft zich erin gegooid. Vrijemarktdenken was een geloof, een ideologie. Gevolg: 22 procent van wat er tegenwoordig in de VS wordt verdiend, komt bij 1 procent van de bevolking terecht. De inkomensongelijkheid is bijna even groot als vlak voor de crisis van 1929.”

Burgers hebben toch ook geprofiteerd? Iedereen heeft vakanties en flatscreens.

„Ja, maar ze zitten ook met pensioenfondsen die in de casino-economie een deel van de oudedagsvoorziening hebben vergokt die burgers jarenlang bijeen hebben gespaard. De politiek had dit moeten verbieden. Je kunt burgers verwijten dat ze te veel hebben geleend en geconsumeerd. Maar vergeet niet: dit was de hoeksteen van het systeem. Het was de bedoeling dat ze zoveel leenden en spendeerden. Politici hadden verder moeten kijken dan hun neus lang was. Zó ver hoefden ze trouwens niet te kijken. De mondialisering stagneert al een poosje. Onderhandelingen over meer vrijhandel, bij de WTO in Genève, zitten al jaren muurvast.”

Als de globalisering terugloopt, zijn natiestaten dan weer aan zet?

„Ze zijn nooit níet aan zet geweest. Natiestaten hebben de globalisering aangejaagd en gebruikt om hun eigen belangen te promoten. Altijd. De bedoeling was dat vooral hun eigen banken en defensie-industrie er baat bij zouden hebben. Dat hun politici chef zouden worden van internationale organisaties. Dat ze die organisaties naar hun hand konden zetten. De globalisering was een nationalistisch instrument par excellence.”

Is de Europese Unie een bijproduct van deze globalisering, of een manier voor Europese landen om zich mondiaal staande te houden?

„Dat laatste hebben Europese politici altijd gezegd: samen staan kleine landjes sterker in de storm van de globalisering. Tegelijkertijd is het vrije-marktdenken de grondslag van de Europese samenwerking. Europa is een markt. Zo is ze ontstaan: samen zakendoen in plaats van oorlog voeren. Een belangrijke reden dat landen de EU steeds willen uitbreiden, is dat hun bedrijven in de nieuwe landen goedkope arbeidskrachten vinden en extra consumenten. Maar binnen de EU hebben sommige landen daar meer van geprofiteerd dan andere. De verschillen zijn enorm. Dat is een van de problemen met de euro.”

Overleeft de euro dit?

„Ik hoop het niet. Het fundament is verkeerd en dan moet je de moed hebben om te zeggen: we stoppen ermee.”

Wat moet er volgens u gebeuren?

„We moeten stoppen met dromen. De euro moet worden opgeheven. Als we dat nu doen, kan het min of meer ordentelijk. Als we wachten op de klap, over een paar maanden, verdwijnt de euro ook, maar dan in totale chaos. Het valt mij op dat degenen die de status quo het hardst verdedigen, de crisis verergeren omdat ze bij elke stap zeggen: dat mag niet! Nú ordentelijk scheiden betekent dat alle eurolanden hun eigen munt terugnemen, zodat de meesten kunnen devalueren. Daarna koppelen we de munten weer aan elkaar zodat we toch een gemeenschappelijk systeem kunnen houden.”