Radicale geestelijke krijgt minder straf in Indonesië

De fundamentalistische Indonesische geestelijke Abu Bakar Ba’asyir is gisteren in hoger beroep veroordeeld tot negen jaar cel voor zijn medewerking aan een terroristisch opleidingskamp in Atjeh, in westelijk Sumatra. In juni kreeg hij voor hetzelfde vergrijp nog een straf van vijftien jaar. Een motivatie voor de strafvermindering gaf het gerechtshof in Jakarta niet.

Abu Bakar (72) geldt ook als de inspirator van de radicale moslimbeweging Jemaah Islamiya. Leden daarvan pleegden in 2002 bloedige aanslagen op westerse toeristen op het eiland Bali. Daarbij kwamen in totaal 202 mensen om het leven.

Hoewel hij een van de oprichters was van Jemaah Islamiya, heeft de geestelijke zelf altijd ontkend dat hij betrokken is geweest bij radicale activiteiten.

De advocaat van de geestelijke verklaarde gisteren tegenover journalisten dat zijn cliënt onschuldig is en in beroep zal gaan bij het Indonesische Hooggerechtshof.

Volgens de rechtbank die hem in juni vijftien jaar gaf had Abu Bakar wel degelijk meegewerkt aan het opleidingskamp in Atjeh. De autoriteiten arresteerden begin vorig jaar een aantal betrokkenen bij het kamp. Abu Bakar zou onder meer fondsen hebben geworven voor het kamp. Maar ook de rechtbank erkende dat er geen bewijs was dat hij wist dat het geld voor de aankoop van wapens werd gebruikt. Wel achtte ze bewezen dat hij zich had schuldig gemaakt aan ophitsing.

Sinds de aanslagen op Bali zijn er nog verscheidene andere aanslagen gepleegd in Indonesië maar nooit op dezelfde schaal. (AP, BBC)