Oorlogsmuseum Dresden wil een vredesmuseum zijn

Voor het nieuwe militair-historisch museum van de Bundeswehr in Dresden dreef architect Daniel Libeskind een glazen wig in een statig historisch pand. „Voor trots is in Dresden geen plaats.”

General view of the Museum of Military History in Dresden, eastern Germany, on October 14, 2011. The central museum of the German Armed Forces Bundeswehr redesigned after US architect Daniel Libeskind's plans re-open its doors after years of reconstruction work, and will host a new permanent exhibition. AFP PHOTO / ROBERT MICHAEL AFP

Het nieuwe militair-historisch museum van Duitsland staat in Dresden, de stad die in februari 1945 door de geallieerden zo zwaar werd gebombardeerd dat van het centrum niets overbleef. Het is een neoclassicistisch gebouw; een wapendepot uit de negentiende eeuw.

Er steekt een wig uit van staal en glas, die er door een reuzenvuist gewelddadig ingedreven lijkt. Alsof de joodse architect Daniel Libeskind wilde zeggen: „Jullie, Duitsers, willen een oorlogsmuseum? Kun je krijgen. Maar dan wel op mijn manier.”

De symboliek ligt er duimendik bovenop. Hier is een keil in de dikke Duitse schedel geslagen, een keg in het nationale bewustzijn: opdat wij niet vergeten.

Libeskind is beroemd geworden met zijn ontwerp voor het Joods Museum in Berlijn. Dat is een gebouw als een bliksemschicht, eindigend in een claustrofobische ruimte; een architectonisch zinnebeeld van de Holocaust.

Ook het nieuwe militair-historisch museum van de Bundeswehr, het Duitse leger, is typisch Libeskind: hellende vlakken, kaal beton, scherpe uiteinden. Je kunt die puntige wig helemaal naar boven volgen. Daar heb je een prachtig uitzicht op het gerestaureerde stadscentrum van Dresden. Doe je een paar passen terug, dan ben je in de hoogstgelegen museumzaal. Daar ligt een vierkant van stoeptegels. In het midden zijn een paar tegels met grof geweld kapot gedrukt. In een van de tegels zit een deuk, met zwarte randen. Op exact dat punt is in de nacht van 13 februari 1945 een brandbom terecht gekomen. Jarenlang zijn de kapotte stoeptegels in het centrum van Dresden onopgemerkt gebleven. Nu maken ze deel uit van de imposante collectie van een oorlogsmuseum dat tot in zijn diepste nerven een vredesmuseum wil zijn.

In deze zaal, met uitzicht op Dresden, is dat opeens duidelijk. Het lot van de gebombardeerde bevolking van Dresden wordt terughoudend maar indringend gesymboliseerd door die paar stoeptegels. „Ze confronteren ons met vragen over geweld en vernietiging, dood en verlies. Kortom, met oorlog en vrede. We hopen dat de bezoekers dat ook zo ervaren. Dat ze door die kapotte tegels beseffen wat de zegeningen van de vrede zijn”, zegt Avgi Stilidis, wetenschappelijk medewerkster van het museum.

Oorlogsspeelgoed

Het werkt. Zoals het in andere zalen van het museum ook werkt. Hier worden geen veldslagen nagespeeld. Hier wordt de oorlog zichtbaar gemaakt en steeds in het perspectief van de vrede geplaatst. Duitsland kan ook moeilijk anders met dit nieuwe museum. Een land met zo’n gewelddadige contemporaine geschiedenis, een land waarin nog steeds nazidaders leven, een land met zoveel oorlog op z’n geweten – zo’n land kan niet aankomen met een Imperial War Museum zoals in Londen, waarin vooral de militaire trots overheerst.

Voor trots is in Dresden geen plaats. Meteen bij de ingang wordt de bezoeker per lichtbalk duidelijk gemaakt wat de betekenis is van Carl von Clausewitz’ beroemde uitlating Der Krieg ist eine blosse Fortsetzung der Politik mit anderen Mitteln, oorlog is voortzetting van politiek met andere middelen. Achter die kille Pruisische rationaliteit gaat bloedig geweld schuil. Een eindje verderop laat de Schotse videokunstenaar Charles Sandison op een betonnen wand in de wig van Libeskind de woorden love en hate met elkaar vechten.

Vrijwel alles in dit museum straalt een waarschuwing tegen de oorlog uit. In een vitrine wordt nieuw en gebruikt oorlogsspeelgoed getoond. Ernaast ligt een verkoolde speelgoedtank, gevonden tijdens opgravingen in het gebombardeerde Dresden. Dood en vernietiging als uiterste consequentie van kinderspel – het is huiveringwekkend.

In een andere zaal staan verrassend genoeg opgezette dieren als herinnering aan de gewelddadige inventiviteit van militairen. Het meest aandoenlijk is een schaap dat zijn rechterachterpoot mist. Het beest is tijdens de Falklandoorlog (zomer 1982) door de Britten als een soort mijnenhond ingezet. Cynischer kan het niet: een schaap, symbool van het onschuldige en onwetende, is de oorlog ingestuurd met de impliciete verwachting dat het op een mijn zal lopen. Er is geen zaal in dit museum waarin de waanzin van de oorlog overtuigender wordt aangetoond.

Pacifisme

De grote vraag luidt natuurlijk: is het nieuwe militair-historische museum van de Bundeswehr een huis waarin op verkapte wijze pacifisme wordt bedreven? „In zekere zin wel”, zegt de Zwitserse architecte Barbara Holzer, die medeverantwoordelijk is voor de inrichting van de expositie. „De Bundeswehr is natuurlijk geen pacifistische instelling. Maar ik zeg het als niet-Duitser zo: de Bondsrepubliek is geen oorlogszuchtig land. Van deze natie hebben wij Europeanen niets te vrezen. In de wijze waarop we de tentoonstelling vorm hebben gegeven, heb ik dat proberen over te brengen. Als dat bij de bezoekers pacifistisch overkomt, zeg ik: dat is goed.”

Het museum in Dresden is niet gemakkelijk te doorgronden. Het is net zo gecompliceerd als de werkelijkheid, schreef een Duitse krant. Je ziet bommen en granaten, een V2-raket uit de Tweede Wereldoorlog, een kapot geschoten legerwagen van de Duitse troepen in Afghanistan, legeruniformen uit de nazitijd – en bij al die attributen worden opmerkingen geplaatst en vraagtekens gezet.

Met meer dan tienduizend vierkante meter oppervlakte voor exposities is het Duitse militair-historisch museum een van de grootste in zijn soort in Europa. Duitsland heeft er een tentoonstellingsruimte bij die recht doet aan de militaire geschiedenis van het land, die even catastrofaal als gecompliceerd is.

Libeskind is er in Duitsland al weer in geslaagd een onvergetelijke architectonische statement af te geven. Zelf zegt de architect dat hij een „fundamentele verstoring” van het bestaande gebouw heeft willen scheppen. „Mijn ontwerp zal het publiek aan het denken zetten over hoezeer georganiseerd geweld, militaire geschiedenis en het noodlot van de stad Dresden met elkaar verbonden zijn.”

Militärhistorisches Museum der Bundeswehr, Olbrichtplatz 3, Dresden. Ma 10-21u, do t/m zo 10-18u. Inl. mhmbw.de