Mauro líjkt een bijzonder geval te zijn

Nog eens enkele duizenden jonge illegalen als Mauro moeten terug.

Maar zij hebben geen actief netwerk dat voor hen opkomt.

We kijken allemaal naar Mauro Manuel. We zien een nu 18-jarige Angolese jongen die al acht jaar bij zijn Nederlandse pleegouders woont, Nederlands spreekt met een Limburgs accent, goed kan voetballen en een mbo-opleiding volgt. Minister Leers (Asiel, CDA) liet gisteren weten dat Mauro echt terug moet naar Angola. Hij ziet geen geen enkele mogelijkheid binnen de regels om hem niet terug te sturen.

De opwinding rond Mauro is groot. Vrienden, pleegfamilie en klasgenoten protesteren al maanden voor een verblijfsvergunning voor Mauro. Overal verschijnen verhalen over hem. Vrijwel iedereen vindt het onmenselijk deze verwesterde jongen na al die jaren terug te sturen naar een land dat hij nauwelijks meer kent.

Mauro lijkt een bijzonder geval. Maar dat is hij niet.

In werkelijkheid zijn er naar schatting enkele duizenden Mauro’s in Nederland (jongens en meisjes). Ze zijn alleen niet zichtbaar. Ze zijn nu illegaal. En ze hebben geen netwerk (of pleegouders) die voor ze opstaan en stampij maken.

Neem Amadu Diallo uit Guinee en Ali Isiaka uit Benin, beiden 25 jaar, uit het verhaal hiernaast. Zij waren allebei vijftien jaar toen ze uit Afrika in hun eentje naar Nederland kwamen. Zij gingen, zoals alle alleenstaande minderjarige vreemdelingen, tot hun achttiende naar school. Ze spreken goed Nederlands en kennen de Nederlandse maatschappij als hun broekzak.

Maar op hun achttiende hoorden ze dat ze terug zouden moeten naar hun geboorteland.

Omdat je een minderjarig kind zonder familie niet kan en wil uitzetten, mogen ze in Nederland blijven tot ze achttien jaar en dus volwassen zijn. Een achttienjarige uitzetten, dat wordt minder erg gevonden.

Deze regeling heeft een groot nadeel. De voormalige kinderen zijn inmiddels zozeer vernederlandst dat ze terugsturen onmenselijk wordt. Dat geldt voor Mauro. Dat geldt voor Ali en Amadu. Het geldt voor enkele duizenden andere jongeren, van wie er veel nu illegaal door Nederland zwerven.

Veel ophef was eerder dit jaar over het Afghaanse meisje Sahar Hbrahimgel. Ook zij kreeg een gezicht in de media, vooral door acties van haar klasgenootjes. Sahar ziet er leuk uit en zit op het gymnasium. Zo’n meisje zet je niet uit, was de algemene opvatting. Zij behoort tot een andere categorie dan Mauro, omdat zij mét haar vader en moeder naar Nederland was gevlucht. Als een heel gezin uitgeprocedeerd is, kan het worden uitgezet, ook al zijn de kinderen minderjarig.

Ook Sahar staat voor een grote groep kinderen, waarvan de meesten onzichtbaar zijn. Naar schatting gaat het om 2.000 verwesterde kinderen die hier al acht jaar of langer wonen. Die zitten niet allemaal op het gymnasium, maar voelen zich volkomen Nederlands. Sahar kreeg met haar familie bij uitzondering en na veel gedoe een verblijfsvergunning omdat zij als verwesterd meisje gevaar zou lopen in Afghanistan.

Om het probleem van mensen als Mauro en Sahar op te lossen presenteerden de PvdA en de ChristenUnie deze week een initiatiefwet, waarin staat dat minderjarige asielzoekers die al acht jaar in een procedure zitten, automatisch een verblijfsvergunning moeten krijgen. Minderjarige asielzoekers die zonder ouders naar Nederland zijn gekomen, zouden na vijf jaar een vergunning moeten krijgen, mits ze die vijf jaar minderjarig waren. Een van de voorwaarden is dat de overheid het lange verblijf deels zelf veroorzaakt heeft, door foute of trage besluiten.

Hoeveel ex-alleenstaande minderjarige asielzoekers er nu in Nederland zijn is onduidelijk. Waarschijnlijk zijn het er een paar duizend. Na hun achttiende zijn ze illegaal en staan dus niet geregistreerd. Wel blijkt uit onderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam uit 2010, dat de meerderheid (ruim tachtig procent) van de alleenstaande vreemdelingen zodra ze achttien zijn geworden en weg moeten „met onbekende bestemming” vertrekt. Dat betekent in de meeste gevallen dat ze in de illegaliteit verdwijnen.

Slechts vijftien procent ging vrijwillig of gedwongen terug naar het land van herkomst. De cijfers lopen tot 2006, maar het is onwaarschijnlijk dat het animo om terug te keren daarna groter is geworden.

Wel is het aantal kinderen dat alleen naar Nederland reist en asiel aanvraagt, sinds 2004 sterk afgenomen. Tussen 1998 en 2002 kwamen er jaarlijks tussen de 3.000 en bijna 7.000 kinderen alleen naar Nederland. Sinds 2004 ligt dat aantal onder de 1.000 per jaar.

Fotograaf Dirk-Jan Visser heeft tot en met 18 december een tentoonstelling in het Humanity House in Den Haag over het leven van illegale migranten in Europa. Kijk voor meer info op www.humanityhouse.org