Kamer moet dat euroakkoord afwijzen

Alleen het Internationaal Monetair Fonds kan naleving van afspraken door onder meer Italië afdwingen. In het akkoord is het IMF buitenspel gezet. Dan zijn de risico’s voor Nederland onacceptabel, schrijft Arnoud W.A. Boot.

Weer een eurotop met bijbehorend akkoord. De regeringsleiders van de eurolanden zijn er vannacht om vier uur uitgekomen. De juiste woorden worden gebezigd, alles komt aan bod, maar een oplossing voor het meest essentiële ontbreekt: landen kunnen elkaar niet de maat nemen. Wie kan ingrijpen als eurolanden noodzakelijke crisismaatregelen achterwege laten? Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) is nodig als stok achter de deur, als enige partij die met echte macht landen tot de orde kan dwingen. Dit is ook de enige partij die met eigen en andermans geld (China) de enorme risico’s op de meer kredietwaardige eurolanden kan doen verminderen.

In het akkoord worden drie goede maatregelen aangekondigd (herkapitalisatie van banken, groter noodfonds en schuldherstructurering van Griekenland). Zonder het ontbrekende vierde element – het IMF – laten deze maatregelen onacceptabele risico’s voortbestaan. Misschien worden de risico’s zelfs versterkt.

Om te voorkomen dat dit akkoord, in de traditie van de vorige akkoorden, leidt tot steeds grotere financiële verplichtingen die steeds minder draagvlak hebben hebben en door steeds minder landen kunnen worden gedragen, moet de Tweede Kamer het akkoord niet steunen. Wel moet Nederland constructief doen, door haar instemming te koppelen aan de juiste rol voor het IMF.

De risico’s voor Nederland zijn onacceptabel. Het probleem is dat eurolanden mogelijk noodzakelijke crisismaatregelen onvoldoende tot uitvoering brengen.

Wie zal erop letten dat Italië bij haar mooie letter of intent blijft om structurele maatregelen te nemen om haar economie te versterken? Of, ander voorbeeld: het akkoord spreekt over het terugbrengen van de Griekse schuldpositie tot 120 procent van het nationaal inkomen in 2020. Hoe gaat dit worden gehaald? En, belangrijker nog, hoe kan een land dat niet concurrerend is en van buitenlandse financiering van haar schuld afhankelijk is, met zo’n grote schuld uit de voeten? Rogoff en Reinhart toonden in hun fameuze boek This Time Is Different dat een schuld van 90 procent van het nationaal inkomen een kritische grens is – en dat voor landen die in een heel wat betere concurrentiepositie zitten dan Griekenland.

Van alles kan nog tegenvallen. Griekenland kunnen we wel opvangen, maar dit geldt niet voor de andere zuidelijke landen. We moeten dus een veiligheidsmarge inbouwen. Dit kan alleen met een IMF dat er bovenop zit. Het IMF kan ook risico’s absorberen en dus de noordelijke eurolanden daarbij helpen, en vooral kan het voorkomen dat landen in het midden – lees: Frankrijk – worden meegezogen bij tegenvallende ontwikkelingen.

De Tweede Kamer moet zich vooral niet op het verkeerde been laten zetten met vage verwijzingen naar het IMF. Het akkoord kent al vage verwijzingen – ‘in line with IMF practices’, ‘cooperating even more closely with the IMF’. Dit zijn volstrekt holle statements die betekenen dat Frankrijk er vooralsnog met succes in is geslaagd het IMF buitenspel te zetten. Het wegschrijven van een rol voor IMF is ongetwijfeld een overwinning voor Frankrijk, dat alles Europees wil regelen.

Premier Rutte laat zich voor de gek houden door mooie lange stukken in de tekst van het akkoord over de uiteindelijke governance van de eurozone. Deze governance (inclusief verantwoordelijke eurocommissaris) gaat pas spelen als alles weer op orde is. We moeten de crisisgovernance – dus de governance van nu – regelen. Laat natuurlijk de kans niet voorbijgaan om nu ook de langetermijngovernance te regelen, maar niet als wisselgeld voor de crisisgovernance. De analogie is dat Rutte zich het bos heeft laten insturen met de toezegging dat in de toekomst alleen nog maar aardbevingbestendige gebouwen komen, terwijl er een aardbeving staat aan te komen en alle gebouwen nu niet aardbevingbestendig zijn.

Het is een mooiweerakkoord dat alle kenmerken heeft van too little too late. Zonder de crisisgovernance te regelen, moet het onacceptabel zijn voor Nederlands parlement.

Het parlement moet dus kleur bekennen. Als de Tweede Kamer zegt dat het Nederlandse commitment aan de oplossing van de eurocrisis moet worden gekoppeld aan een juiste rol voor het IMF, en dat het anders niet kan instemmen (dus vooralsnog is het antwoord neen), dan wordt Frankrijk gedwongen Nederland binnenboord te halen. Dit betekent dat het IMF een zwaardere rol zal krijgen.

Nederland kan en moet zijn invloed gebruiken. Wij zijn samen met Duitsland de onmisbare kredietwaardige broeders van de euro. Duitsland zal blij zijn als het Nederlands parlement zijn verantwoordelijkheid neemt. Het parlement moet neen zeggen, maar wel duidelijk maken dat het constructief is en binnen de IMF-constellatie ja zegt.

Arnoud W.A. Boot is hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam.