Jansen als vanouds vol passie

Janine Jansen, viool/Itamar Golan, piano/Torleif Thedéen, cello. Gehoord: 26/10 Concertgebouw Amsterdam. ****

Voorzichtig heeft ze de draad weer opgepakt, na haar alom besproken burn-out van een jaar geleden. Tot vreugde van het publiek, dat Janine Jansen gisteren op het podium van haar geliefde Concertgebouw al vóór aanvang op een warm applaus onthaalde.

Eén ding is zeker: Jansens spel heeft niet onder haar tegenslagen geleden. De extreem communicatieve kracht en de passie die haar spel vanouds typeren waren volop aanwezig. Met name in het post-straussiaanse idioom van de prachtige Mythen (1915) van Karol Szymanowski kwam Jansens spel prachtig tot zijn recht. Met haar zeldzame arsenaal aan timbres en grote talent voor het doseren van spanning wist zij de ovidiaanse toverwereld van Arethusa, Narcissus en Pan vol tot leven te wekken.

Ook als kamermusicus mag Jansen zich onder de besten scharen, zoals bleek uit haar smetteloze samenspel met haar vaste partners Itamar Golan (piano) en Torleif Thedéen (cello) in Schuberts onvolprezen Eerste pianotrio. Gedrieën zorgden zij voor een uitzonderlijk bewogen, bijna brahmsiaanse uitvoering van dit vroeg-negentiende eeuwse werk.

Precies in deze aanhoudend gepassioneerde aanpak schoot Jansen soms ook wat ver door.

De folkloristische eenvoud van de Derde vioolsonate van Grieg bijvoorbeeld werd door haar hartstochtelijke benadering goeddeels aan het oor onttrokken.

Ook de desolate verstilling van het tweede deel van Schuberts Pianotrio werd door gezwollen crescendi en vroeg getimede opmaten te vaak verstoord.

Alle kunsten van de viool beheerst Janine Jansen ten volle – behalve die van het understatement.