ik@nrc.nl

Zondag, eind van de middag in de trein. Vader en zoontje van pakweg een jaar of zeven. Vader met forse boodschappentas vol speelgoed. De dag of het weekend bij papa zit er weer op.

Zoontje zit bij het beslagen raam. Hij tekent er met z’n vingers figuurtjes op.

Wanneer het volgende station wordt aangekondigd, zegt de vader: „Straks nemen we weer de bus en stappen we precies voor het huis van mama uit.” Het zoontje reageert lichtelijk verontwaardigd. „Waarom zeg je niet ‘voor ons huis’?”

Kees Schiferli

    • Kees Schiferli