Ik zie liefde in een blikje cola light

Voor een tijdschriftenrubriek moest ik vijf voorwerpen uitkiezen die voor mij belangrijk waren. Ik las de opdracht nog eens zorgvuldig door, want de precieze context kon net een verschil maken: was het een Vijf Voorwerpen Die Mee Ingevroren Worden Zodat Je Ze Over Vijfduizend Jaar Nog Steeds Bij Je Hebt rubriek, dan kon ik niet met mijn laptop aankomen, hoeveel ik er ook van hield. In de toekomst zouden er immers wel meer manieren voorhanden zijn om tekst mee te verwerken. Daarbij zag ik zo voor me dat bij het ontdooien van mijn brave, ietwat roestige MacBook Air er meteen gegniffel zou klinken van de toekomstige aardbewoners – en met hen moest ik nou juist nog een tijdje verder.

Als het een Wat Zou Je Redden Uit Een Brandend Huis rubriek was, dan moest ik foto’s en brieven kiezen, ook al waren het polaroids van mezelf en oude kerstkaarten, want anders had ik geen ziel. Als het daarentegen een Vijf Voorwerpen Die Jou Definiëren rubriek was, kon ik beter niet de polaroids van mezelf kiezen (en op zoek gaan naar zo’n verantwoord-maar-nog-net-geloofwaardig boek).

Het bleek een Voorwerpen Die Je Voor Altijd Wil Bewaren rubriek. Ik maakte me totaal geen zorgen: ik heb namelijk een grote liefde voor spullen. Bij elke verhuizing sleep ik weer die kartonnen dozen vol schimmige souvenirs van mijn jeugd mee, ik hou zielsveel van cadeaus krijgen en lijd bovendien aan spontane, koortsachtige vlagen van koopwoede, waarin ik het niet meer dan logisch vind dat die enorme metalen scheelkijkende eekhoornnotenkraker met mij mee naar huis gaat.

Maar toen ik door mijn huis begon te lopen, op zoek naar de voorwerpen die wat mij betreft in een kluis mogen blijven opdat ze nooit verzwolgen zouden worden door tsunami, aardbeving of hongerige bouvier, zag ik niets. Alle spullen waren of te nietszeggend, of te dagelijks, of te veel van Ikea.

Tot ik alle voorwerpen anders ging bekijken: als vertegenwoordigers. De Chinese kat met de afgevallen zwaai-arm uit Thailand stond voor Jan, de geruite theedoek uit mijn ouderlijk huis voor mijn papa en mama, de schele eekhoornnotenkraker voor mijn lief (aangezien hij er altijd zo charmant zijn afschuw voor had uitgesproken) en een oude kerstkaart met een sneeuwman voor alle familie die ik bezat. Op deze manier kon ik haast willekeurig vijf voorwerpen samenstellen, die allemaal iets vertelden. De spullen zelf waren simpel, banaal en inwisselbaar – maar wat ze vertegenwoordigden niet.

Nadat ik op tafel naar mijn verzameling keek – een theedoek, een Chinese kat, een kaart, een eekhoorn en een blikje cola light – wist ik even niet of ik wel zo van spullen hield als ik altijd had gedacht: als ik het zelfs waard achtte om blikjes cola light in een kluis te stoppen, had ik dan niet per ongeluk een kritiek niveau van onverschilligheid bereikt? Mijn conclusie was: nee. Je moet juist heel veel van spullen houden om ook liefde te zien in een blikje cola light.

Renske de Greef