'Ik kan best in een praatprogramma'

Laat altijd camera’s toe in de rechtszaal, luidt het advies aan de rechtbank Amsterdam. Best een goed idee, vindt de president van die rechtbank, die zelf niet graag interviews geeft.

Europa ,Nederland, Utrecht, 26-10-2011 Carla Eradus , president van de rechtbank in Amsterdam. Foto Evelyne Jacq. Evelyne Jacq

„Waardevol”, noemt de president van de Amsterdamse rechtbank Carla Eradus het advies de camera in de rechtszaal ruimhartiger toe te laten. De baas van de, met 232 rechters, grootste rechtbank steunt daarom de aanbevelingen van de commissie-Van Rooy die op haar verzoek de berechting van Geert Wilders evalueerde. Toch hoeft een verdachte niet bang te zijn dat hij straks gedwongen op tv verschijnt.

„Het kan niet zo zijn dat iemand tegen zijn zin in beeld komt. De discussie gaat nu ook ten onrechte alleen over het strafrecht. Dat begrijp ik wel omdat dit onderwerp hoog staat op de ladder van de amusementswaarde die wij te bieden hebben. Maar we doen ook een heleboel andere zaken zoals korte gedingen.”

Kunnen ook civiele rechtszaken rechtstreeks uitgezonden?

„Het begint en eindigt met de instemming van partijen.”

Dan zullen er waarschijnlijk niet veel rechtszaken op tv te zien zijn.

„Dat weet ik niet. Je kunt je situaties voorstellen waarin een verdachte denkt zijn belangen te dienen door openbaarheid. De afgelopen jaren hebben we steeds meer toegestaan met camera’s in de rechtszaal. Er is vaak meer mogelijk dan je denkt.”

Sinds 2003 is de 61-jarige Carla Eradus president van de rechtbank in Amsterdam. Ze is geen groot liefhebber van praten met de pers. Op haar verzoek vindt dit interview plaats in de werkkamer en in aanwezigheid van Yvonne van Rooy (60) op het Utrechtse universiteitscomplex. De oud-staatssecretaris en universiteitsbestuurder Van Rooy werd door Eradus vanwege „haar bestuurlijke ervaring’’ gevraagd als voorzitter van de commissie die terugkeek op de berechting van Wilders. Beide vrouwen waren leerlingen van het Jeanne d’Arc Lyceum in Maastricht maar daar hebben ze elkaar naar eigen zeggen nooit ontmoet.

Deelt u de opvatting van de commissie-Van Rooy dat meer openbaarheid leidt tot evenwichtigere beeldvorming?

„Dat bereik je niet alleen door het integraal uitzenden van geruchtmakende strafzaken. Door meer zaken te tonen bereik je meer evenwicht. Wij vinden ook de toelichting die rechter Huub Willems als commentator op tv gaf tijdens het proces-Wilders heel nuttig. Bij veel juridisch gehakketak is professionele ondertiteling niet onbelangrijk.”

Is uw wens voor meer openbaarheid gebaseerd op recent verkregen inzicht?

„Nee, dit is het pad dat we al lang geleden zijn opgegaan. Openbaarheid is onderdeel van ons werk. Wij doen in Nederland strafzaken af op een manier waarin bijna niks op de zitting gebeurt. Alles is schriftelijk voorbereid. Zeker in geruchtmakende zaken is het belangrijk dat we ons werk begrijpelijk uitleggen.”

De commissie constateert dat het gezag en de autoriteit van de rechterlijke macht niet meer vanzelfsprekend zijn. Hoe verklaart u dat?

„Gezag moet je tegenwoordig elke dag opnieuw verdienen. Toen ik in 2003 uit Leeuwarden terugkeerde in Amsterdam, viel het mij bij de voorgeleidingen van verdachten op dat elke vorm van wellevendheid was verdwenen. Dat was een frappant verschil met de jaren 90. Het ging er opeens heel onbehouwen aan toe.”

Op internet is de omgang met rechters ook niet bijzonder hoffelijk. De eerste hit op google bij uw naam gaat over ‘het monster Eradus’. Stoort u dat?

„Dat is de context waarin we leven. Ik lig daar niet wakker van.”

Sommige rechters verweten u tijdens het proces-Wilders onzichtbaarheid. Schuwt u openbaarheid omdat u dergelijke scheldpartijen wil vermijden?

„We wisten natuurlijk niet dat die zaak halverwege in een stand still zou eindigen. Maar wij hadden afgesproken niet tijdens het proces commentaar in de media te geven. Anders loop je collega’s voor de voeten.”

Maar ook in de jaren voorafgaand aan het proces-Wilders bent u vrijwel nooit in het openbaar opgetreden.

Nu maakt de woordvoerder van de president bezwaar omdat de vragen „te ver verwijderd zijn” van het rapport-Van Rooy. „Het is niet correct nu het hele functioneren van mevrouw Eradus aan de orde te stellen”, aldus de voorlichter.

„Als er geen aanleiding is heb ik zelf geen behoefte in de openbaarheid te treden”, zegt Eradus.

Voorgangers van u verschenen wel regelmatig in de media: als ‘dorpsoudste’ zoals Ben Asscher, president van 1983 tot 1993, het noemde.

„Het werk van een rechtbankpresident is veranderd. Ik ben nu meer manager dan rechter omdat de organisatie ook veel groter is geworden.”

De beste president van een rechtbank is iemand die „durft zijn nek uit te steken’’, zei u vorig jaar. Moet een president niet ook af en toe in praatprogramma’s als Pauw & Witteman zitten om het gezicht te vormen van de openbare rechtspleging?

„Het naar buiten treden om het naar buiten treden heeft geen functie.”

Opnieuw grijpt de woordvoerder in omdat de journalist „het onderwerp verdraait”.

Eradus zegt: „Stelt u uw vragen maar.”

Of moet een rechter alleen via zijn vonnis spreken?

„Dat standpunt deel ik niet. Het is voor mij niet zwart of wit. Er is voor mij geen principieel beletsel in praatprogramma’s te verschijnen maar dan moet ik iets toe te voegen hebben aan de discussie.”

Hoe aantrekkelijk zal het zijn om op Court TV naar rechters te kijken?

„Als er een camera in de zittingszaal is, moet een rechter zich realiseren dat hij zich over het hoofd van een verdachte in begrijpelijke termen richt tot een breder publiek. Dat vraagt training.”

Met het oog op een geplande herziening van de gerechtelijke kaart – waarin de huidige 19 rechtbanken tot 10 worden teruggebracht – worden alle presidentsschappen van gerechten in januari opengesteld voor sollicitatie.

Gaat u opnieuw solliciteren naar uw huidige functie?

„Ja, ik wil heel graag in Amsterdam blijven.”