IJspaleis voor Indiërs en Mongolen

Marnix Wieberdink was het zat om geld te investeren in de schaatssport zonder resultaat. Dus kocht hij een een oud ziekenhuis en bouwde het om tot een schaatsacademie.

Nerveus ijsbeert Marnix Wieberdink op een vrieskoude avond in Inzell bij de ingang van de Max Aicher Arena. Dweilpauze tijdens de Internationales Rennen, zomaar een schaatswedstrijdje in de nieuwe ijshal. Sven Kramer rijdt hier na ruim een jaar blessureleed zijn eerste vijf kilometer. Martina Sáblíková verslaat Ireen Wüst. No big deal, vindt TVM-coach Gerard Kemkers. „Dit zijn trainingswedstrijden. Met de nadruk op training.”

En Wieberdink? De Nederlandse eigenaar van de Kia Speed Skating Academy in Inzell steekt van spanning een sigaretje op. „Voor onze schaatsers is dit superbelangrijk. Ze kunnen zich kwalificeren voor de wereldbekerwedstrijden. Hun seizoen hangt voor een groot deel af van wat ze vanavond presteren.”

Trots toont hij een A-viertje met de uitslag van de 500 meter mannen: 1. Artur Was (Polen), 35,60 seconden; 2. Marius Paraschivoiu (Roemenië), 35,83. „Twee schaatsers van ons. Was staat met zijn tijd bij de beste twintig schaatsers van dit seizoen. Onze Roemeen rijdt al ons tweede nationale record. Dat is wat hè? En uitgerekend dit weekeinde heb ik de ISU [internationale schaatsunie] op bezoek. Nu kunnen ze met eigen ogen zien dat dit concept werkt om het schaatsen te internationaliseren.”

Bij de WK afstanden in maart 2011 opende in Inzell niet alleen de overdekte ijsbaan. Midden in het Zuid-Duitse dorpje presenteerde Wieberdink zijn meesterwerk. In 2004 begon hij met zijn bedrijf Sport Navigator de financieel minder bedeelde buitenlanders te helpen door sponsorlogo’s op hun schaatspakken te strijken. „Spiegeltjes en kraaltjes”, smaalde men. Zeven jaar later bouwde hij met hulp van vrijwilligers een oud ziekenhuis om tot een luxueus schaatsinternaat. Tv’s van Philips, servies van Van der Valk, matrassen van Auping. „Rete-commercieel. Zonder sponsors gaat het niet. En ik wil het beste van het beste.”

Waarom een schaatsacademie in Inzell? „Mijn frustratie was dat ik bonden geld gaf maar niet veel zag gebeuren. Toen ontstond de gedachte dat het ideaal zou zijn de betrokken schaatsers bij je in huis te halen.” De crisis drukte de prijzen, de nieuwe ijshal leidde naar Inzell. „Met een oude gevangenis of ziekenhuis ben je in één keer klaar. Ik was snel rond met de gemeente hier.”

Een trainer vond Wieberdink in Jeremy Wotherspoon, de in 2010 gestopte Canadese topsprinter. „Als schaatser sloot hij als een van de eersten bij ons aan. Ik kon hem nooit betalen wat hij verdiende, maar hij snapte onze filosofie. ‘Als ik stop word ik jouw coach’, zei hij toen al als grap. Nu is het zover. Jeremy en ik zijn de balls en de brains. Hij is gedegen, ik hak snel knopen door. Sporttechnisch vertrouw ik op Jeremy.”

Fraaie accommodatie, grote naam als trainer. Toch bleef het lang stil na de opening in maart. Geen schaatser nam zijn intrek in het paleis van Wieberdink. Fysiek betaalde hij de tol voor zijn perfectionisme bij de verbouwing. „Ik heb in het ziekenhuis gelegen en dacht dat ik een hartaanval kreeg. Ik was zo moe.”

De ISU kwam niet over de brug met de toegezegde bijdrage. „Ik heb altijd gezegd dat dit project kansrijk is met ISU-hulp. Een private persoon kan de schaatssport niet ontwikkelen. Maar ik zat hier met vrouw en kind, Jeremey ook. Begin mei: niets. Half mei: niets. Eind mei: niets. Juni: niets. Toen heb ik wel spijt gehad, nachten wakker gelegen. Uiteindelijk kwamen ze over de brug.”

Vanaf 1 juli namen zestien schaatsers hun intrek in het internaat. Wieberdink koos volgens het concept waarmee hij eerder succesvol was met Sport Navigator, dat naast de Academy blijft bestaan. Schaatsers van naam – zoals de Let Haralds Silovs, de Pool Was en Wieberdinks echtgenote Svetlana Kaykan – naast sporters uit schaatsontwikkelingslanden: van een Indiase inlineskater die nog nooit op ijs stond tot de Mongoliër Ugaanbaatar Galbaatar. „Laatst waren we Ugi kwijt bij de fietstraining. Hij was verdwaald en spreekt geen boe of bah in een andere taal. Dat was schrikken. Zeven uur later stond hij weer voor de deur.”

Wieberdink geniet van de interactie tussen de schaatsers in zijn academie die het dorpje een broodnodige impuls geeft. „Soms hebben we buitenlandse trainingsgroepen over de vloer en koken we voor zeventig man. We hebben acht mensen in dienst, kopen alles in bij de lokale bakker, groenteboer en slager. Wij brengen Inzell weer tot leven.”

Als zijn schaatsers zich verbeteren, is Wieberdink tevreden. Een beetje wedstrijdspanning neemt hij op de koop toe. „Het is voor mij genoeg als dit kostendekkend is”, zegt hij op zijn zonovergoten balkon met zicht op ijsbaan en besneeuwde bergen. „En het mooiste zou zijn als over een paar jaar blijkt dat ik iets heb gedaan dat van blijvende betekenis is voor de schaatssport.”