Het krakend fundament

In een literatuuropgave achter in een recent rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau viel mijn oog op deze titel: De vertrouwenscrisis: over het krakend fundament van de samenleving, verschenen in 2008. Het is een bundel artikelen, samengesteld door S. Knepper en J. Kortenray, beiden verbonden aan het Academisch Medisch Centrum.

Het was vooral de ondertitel die mijn aandacht trok. Hierin is sprake van een krakend fundament. Nu had ik zelf vijf jaar tevoren een bloemlezing uit mijn artikelen over de jaren 1989-2003 laten uitkomen, die de titel droeg Heel ons fundament kraakt. Toeval of niet?

Hoe dit ook zij – mijn nieuwsgierigheid was gewekt, en ik verschafte mij een exemplaar van die bundel uit 2008. Ik ben daarin het krakend fundament niet tegengekomen. Het wordt het dichtst benaderd in de inleiding van de samenstellers, die spreken van „een maatschappij die haar samenhang bedreigd ziet door mondialisering, individualisering en veelkleurige immigratiestromingen”.

Ook de filosoof Hans Achterhuis spreekt van een „grote maatschappelijke ineenstorting”, maar daarmee blijkt hij de ineenstorting van de jaren zestig te bedoelen. In de jaren negentig daarentegen, „wanneer de jeugd is uitgewoed en zich heeft gevestigd, neemt de sociale cohesie vanzelf weer toe”. Maar nu zijn we weer vijftien jaar verder.

Achterhuis schrijft dit in zijn artikel over het in 1995 verschenen boek Trust van Francis Fukuyama (beter bekend door zijn eerdere boek over het einde van de geschiedenis). Langs een omweg kan inderdaad geredeneerd worden: als maatschappelijk vertrouwen „een onmisbaar sociaal kapitaal voor welzijn en welvaart van een natie” is, en dat vertrouwen verdwijnt, dan is er sprake van een krakend fundament. Maar dat staat er niet.

Overigens maakt Achterhuis ook deze interessante opmerking: „Zowel de natuur als de cultuur, zowel de evolutionaire psychologie als de geschiedenis van de mensheid laten zien dat elk gezamenlijk ‘wij’ dat gevormd wordt, een ‘zij’ nodig heeft en creëert om zich tegen af te zetten. Onderling vertrouwen berust op wantrouwen tegen buitenstaanders.” Dat is andere koek dan de waarschuwing die (wijlen) Max Kohnstamm en Geert Mak een paar jaar geleden tegen het ‘wij-zijdenken’ in deze krant lieten horen.

Andere interessante opmerking van Achterhuis: „De meeste van de goedbedoelde progressieve maatregelen van president Johnsons Great Society waren medeverantwoordelijk voor het uiteenvallen van gezinnen, de automatisering van de samenleving en de toename van criminaliteit.” Zou dat ook het lot zijn geweest van maatregelen van andere progressieven, Den Uyl bijvoorbeeld? (Overigens werd de progressieve Johnson in zijn tijd – 1963-1969 – door Nederlandse progressieven voor ‘moordenaar’ uitgemaakt vanwege Vietnam. Het een kan met het ander samengaan.)

U ziet: dit wordt geen bespreking van die bundel uit 2008. Dat is ook moeilijk met een bundel van artikelen van twintig verschillende auteurs. Gemeen hebben zij de overtuiging dat er sprake is van een „tanend vertrouwen in deze samenleving”. Oorzaak daarvan is, volgens de econoom Arjo Klamer, „niet zozeer de angst voor een onzekere toekomst alswel de onevenwichtige manier waarop we een en ander benaderen en aanpakken. In het verleden hebben we te veel vertrouwd op een overheid, die al onze problemen wel zou oplossen. Toen dat niet werkte, vestigden wij ons geloof op de markt, en nu dat ook niet werkt, lijkt het alsof de mogelijkheden uitgeput zijn.” En dan te bedenken dat dit nog vóór de grote crash geschreven is.

Andere keuze uit een veelheid: de filosoof Jaap van Heerden vraagt weer aandacht voor Huizinga’s boek uit 1935 In de schaduwen van morgen, ‘een diagnose van het geestelijk lijden van onze tijd’, zoals de ondertitel luidt. Actueel is, volgens Van Heerden, nog steeds Huizinga’s kritiek op de „verlaging der maatstaven van kritische oordeelvelling”. „Daar zouden ook eigentijdse voorbeelden van gegeven kunnen worden als men vasthoudt aan de teneur dat vermaak boven kennis wordt gesteld”, zegt Van Heerden.

Twijfel aan de samenleving is overigens een terugkerend thema in de geschiedenis. Het fin de siècle werd gevolgd door vijftien jaren van voorspoed en optimisme, eindigend in de Eerste Wereldoorlog. Na Huizinga’s Schaduwen barstte de Tweede Wereldoorlog uit (zij het minder onverwacht dan de Eerste). Alles gaat veel sneller. Nu hebben geleerden van de CERN ontdekt dat, anders dan Einstein dacht, neutrino’s wél sneller dan het licht kunnen gaan. Als dat zo zou zijn, is het mogelijk terug in de tijd te gaan. Dan kraakt ons fundament pas goed.

Het krakend fundament in de titel van mijn bloemlezing van 2003 had overigens geen voorspellende betekenis. Het sloeg op het einde van de Koude Oorlog, die tussen 1945 en 1989 het fundament was geweest van het politieke denken van zowel voor- als tegenstanders. De uitspraak van Pascal, waaraan het krakend fundament ontleend was, eindigt aldus: „Laten we dus geen zekerheid en geen vastheid zoeken!” Maar de mens kan niet zonder zekerheden, al zijn het vaak schijnzekerheden.