'Glamour is mijn harnas als artiest'

Morgen verschijnt de nieuwe cd van Florence + the Machine. In Londen vertelt zangeres Florence Welch hoe haar beste songs ontstaan uit een verlangen naar thuis.

Florence Welch from "Florence and the Machine" performs during the Spring/Summer 2012 women's ready-to-wear fashion show by German designer Karl Lagerfeld for fashion house Chanel in Paris October 4, 2011. REUTERS/Benoit Tessier (FRANCE - Tags: FASHION ENTERTAINMENT) REUTERS

„Zingen voor een zaal vol mensen is hoe ik mij een religieuze ervaring voorstel”, zegt Florence Welch over de muziek van Florence + the Machine. „Ik ben niet godsdienstig opgevoed, maar het ritueel van een popconcert kan verheffend werken. Ik hou ervan om me mooi aan te kleden en mijn stem te verheffen. Als het publiek mij de energie teruggeeft die ik in de muziek stop, word ik omhoog getild.”

In een stil café in haar eigen Zuid-Londense wijk Camberwell praat Florence Welch (25) over Ceremonials, het tweede album van de band die geformeerd werd rond haar fenomenale zangtalent. Het debuut uit 2009 heette niet voor niets Lungs, want Florence heeft het stemvermogen om haar songs vocale stormkracht te geven. De nummers Kiss with a fist, Rabbit heart en Dog days maakten haar binnen korte tijd een popster van wereldformaat. Nog bekender werd ze met haar cover van de soulsong You’ve got the love, oorspronkelijk van Candi Staton.

Afgelopen dinsdag hielden Florence + the Machine hun nieuwe album ten doop in The Hackney Empire, een fraaie bonbondoos van een theater dat binnen een minuut was uitverkocht. Voor een dolenthousiast publiek bracht Welch nieuwe songs als What the water gave me en Shake it out, waarin ze haar stem tot in de verste hoeken van het theater liet galmen.

In een zijden creatie van ontwerpster Alice Temperley draaide ze sierlijke pirouettes en maakte ze bezwerende gebaren. Omdat geen achtergrondzangeres haar bij had kunnen houden, zong ze duetten met de ingeblikte opname van haar eigen stem, begeleid door de harp van Tom Monger en de rest van haar stuwende band. Londen vierde de terugkeer van een locale heldin.

Het succes heeft haar niet veranderd, hoopt ze. „Ik woon nog altijd bij mijn moeder, hier in Camberwell. Het enige verschil is dat ik niet zo vaak meer thuis ben. Mijn agenda voor de komende twee jaar is volledig volgeboekt. Op zich is dat niet slecht voor mij, want van mezelf ben ik nogal chaotisch. Rust en bezinning zijn de laatste dingen die ik nodig heb om nieuwe muziek te creëren.”

Het beste werkt het als producer Paul Epworth haar muzikale ideeën stuurt terwijl ze onderweg is, zegt ze. „Ik concentreer me op de muziek en zie er beelden bij. Daaruit groeien de teksten. Mijn beste songs ontstaan uit verlangen naar thuis en geborgenheid, maar juist de afwezigheid daarvan maakt de muziek des te intenser.”

Haar stem wordt vaak vergeleken met die van Kate Bush, Siouxsie Sioux en Björk; zangeressen met een sterke persoonlijkheid die er niet voor terugdeinzen een flinke keel op te zetten. Zelf houdt Florence er heel andere voorbeelden op na. „Patti Smith is mijn absolute heldin en Arcade Fire vind ik de beste band van de laatste jaren. Otis Redding, Tom Waits, Spiritualized: mijn favoriete muziek komt uit verschillende hoeken. De samenbindende factor is dat het voor mij nooit gewoon mag zijn, of vrijblijvend. Ik zoek de grote emoties, juist omdat ik het in mijn dagelijks leven zo moeilijk vind om mijn gevoelens te tonen. Als ik verliefd ben, kan ik dat veel beter uiten in een lied dan rechtstreeks aan mijn geliefde. Het blijft een vreemde gewaarwording dat ik zo’n lied vervolgens voor duizenden mensen sta te zingen.”

Tragische heldinnen spelen een rol in haar teksten, met name in What the water gave me dat de titel ontleent aan een schilderij van de getroebleerde Mexicaanse kunstenares Frida Kahlo en dat refereert aan de zelfmoord van Virginia Wolf. „Er is geen hemel zonder hel. Dat conflict speelde constant door mijn hoofd, geïnspireerd door sterke vrouwen die juist konden creëren omdat ze er geen gemakkelijk leven op na hielden. De chaos in mijn leven blijft binnen de perken omdat ik de muziek heb. Vroeger dook ik onder een tafel en deed alsof de hele wereld niet bestond. Nu sta ik in het volle licht en krijg ik al die liefde van het publiek.”

Uiterlijk en mode zijn belangrijke onderdelen van haar show, zegt de roodharige zangeres die een stijlicoon is geworden voor meisjes die zich net zo willen kleden als zij. „Ik zoek het evenwicht tussen vintage en couture; het tweedehands vestje dat ik nu aanheb met een blouse van Temperley, de Britse modeontwerpster die ik aanbid. Mijn kleding moet aan twee eisen voldoen: ik moet me vrijuit kunnen bewegen op het toneel en mijn uiterlijk moet me onderscheiden van iemand die op kantoor werkt.

„Zonder glamour kan ik me geen artiest voelen. Tegelijk is het mijn uniform; mijn harnas om de confrontatie met het publiek aan te kunnen. Het ritueel is pas compleet als een zaal vol mensen uit de dagelijkse realiteit getild wordt. Als ik een pirouette draai op het podium, vind ik het altijd weer een wonder dat ik niet vierkant op mijn smoel ga. Maar als ik geen risico had genomen, was ik nu nog gewoon serveerster geweest.”

‘Ceremonials’ verschijnt morgen bij Universal.