Geen Khomeiny in Tunesië

Tunesië kan zich, met het oog op het toerisme, geen alcoholverbod veroorloven.

De moslimpartij die zondag de verkiezingen won, weet dat ook heel goed.

Met nog grotere overmacht dan al werd verwacht, volgens voorlopige uitslagen ruim 40 procent van de stemmen, heeft de moslim-fundamentalistische partij Ennahda in Tunesië de verkiezingen voor een grondwetgevende vergadering gewonnen. Het is naar het zich laat aanzien het begin van een trend in landen waar fundamentalistische partijen tot dusverre werden onderdrukt, maar waar opstanden tot een zekere democratisering hebben geleid.

Fundamentalisten zullen het zonder twijfel ook goed doen in de verkiezingen in Egypte, in november. In Libië had interim-staatshoofd Mustafa Abdel Jalil geen verkiezingen nodig om de invoering aan te kondigen van het islamitisch familierecht, inclusief onvoorwaardelijke veelwijverij. „We zijn een islamitisch volk”, zei Abdel Jalil deze week.

Tunesië is meer seculier dan Libië onder Moammar Gaddafi ooit is geweest. Vader des vaderlands Habib Bourguiba beschouwde de hoofddoek als een „afschuwelijk vod”, had geen enkel probleem met alcohol en handhaafde de koloniale, christelijke zondag als wekelijkse rustdag. In Tunesië zijn veelwijverij en verstoting verboden en kunnen vrouwen naar de rechter als ze willen scheiden. Met hun stem voor Ennahda hebben kiezers in zekere zin gereageerd op die afgedwongen secularisering. Maar Ennahda (Arabisch voor wedergeboorte) bezweert dat het absoluut niet van plan is te tornen aan vrouwenrechten of het familierecht.

Ennahda-leider Rachid Ghannouchi (70), afgestudeerd theoloog, stond in de jaren zeventig nog bekend om opruiende toespraken. Bourguiba wilde hem zelfs „aan een touw zien hangen”. Diens opvolger Zine al-Abidine Ben Ali bestempelde de partij van Ghannouchi als een islamitische terreurgroep – hoewel deze zich altijd tegen geweld heeft gekant. In 1988 ging Ghannouchi in ballingschap. In Londen gingen de scherpe kanten eraf, zodanig dat hij in Saoedi-Arabië, hoeder van de islamitische heilige plaatsen, niet meer welkom is. „Ik ben geen Khomeiny”, zo begroette hij Tunesië bij zijn terugkeer eind januari, twee weken na de val van Ben Ali.

Ghannouchi plaatst zijn partij in de gematigde, democratische vleugel van de islamitische beweging, in de contreien van de regerende Turkse AK-partij, liberaler dan de Egyptische Moslimbroederschap. Een partij die eerder islamitische waarden dan islamisering voorstaat. Zijn dochter Soumaya, columnist van de Britse Guardian, noemde Ennahda in de New York Times „de progressiefste islamitische partij van de regio”.

In 1991 greep in Algerije het leger in toen voor de eerste keer een fundamentalistische partij de verkiezingen dreigde te winnen. In 2006 won Hamas de Palestijnse verkiezingen, maar de partij werd direct door de buitenwereld in de ban gedaan. In Tunesië krijgen fundamentalisten nu wel een kans.

Seculiere Tunesiërs tonen zich bezorgd dat zich achter Ghannouchi een radicalere trend binnen Ennahda verbergt. Maar van de zijde van de Ennahda-leiding wordt er dan op gewezen dat de partij in de nieuwe grondwetgevende vergadering met – seculiere – coalitiepartners zal moeten werken. De onderhandelingen met twee liberale partijen zijn al begonnen. En dat Ennahda moet uitkijken dat kiezers niet weglopen bij de parlements- en presidentsverkiezingen na de totstandkoming van een grondwet.

Ennahda’s kiezers van zondag waren lang niet allemaal fundamentalisten of vrome moslims. Een belangrijk deel van de aantrekkingskracht van Ennahda was haar ‘schone’ imago als tegenwicht voor de extreme corruptie onder Ben Ali. Een andere reden voor haar succes was de versplintering van de concurrentie: er deden meer dan tachtig partijen mee. Ten slotte profiteerde zij van een relatief lage opkomst: 90 procent van de geregistreerde kiezers bracht zijn stem uit, maar slechts ruim de helft van de stemgerechtigden had zich geregistreerd. In dergelijke omstandigheden profiteren altijd goed georganiseerde partijen met een trouwe achterban – Ennahda dus.

De nieuwe grondwetgevende vergadering zal een nieuwe regering voortbrengen die door Ennahda zal worden gedomineerd. De partij heeft al aangekondigd dat de economie, die er beroerd voor staat, voorrang heeft. Te midden van de onrust in de regio hebben investeerders zich teruggetrokken en blijven toeristen weg. Het land gaat naar een miljoen werklozen op een totale bevolking van ruim 10 miljoen. Onder die omstandigheden zijn fundamentalistische stokpaardjes als een alcoholverbod geen optie. Toeristen moeten worden gelokt, niet worden afgeschrikt.