Geen 'grote bazooka' maar klassieke koehandel in Brussel

Na tien uur bereikten de euroleiders vannacht een akkoord over aanpak van de crisis. Griekse schuld wordt deels kwijtgescholden en Italië moet echt bezuinigen.

Netherlands' Prime Minister Rutte arrives at an European Union summit in Brussels, October 26, 2011. The European Union's leaders are meeting to work out a comprehensive deal to resolve the euro zone debt crisis and find a way to give the region's bailout fund greater firepower. REUTERS/Thierry Roge (BELGIUM - Tags: POLITICS BUSINESS) REUTERS

Of de top van vannacht werkelijk de top was die een eind maakte aan de euro-ellende, valt vanwege de vele losse eindjes nog moeilijk te zeggen. Maar in elk geval heeft de Brusselse vergadermarathon van regeringsleiders van de eurozone gisteren na tien uur iets concreets opgeleverd: een reductie van de Griekse schuld, van 160 procent nu naar 120 procent in 2020.

Bondskanselier Angela Merkel en premier Mark Rutte hebben een groot deel van de avond en nacht volgens een betrokkene „als leeuwen gevochten’’ om financiële instellingen 50 procent te korten op hun bezit aan Griekse staatsobligaties.

Eerst eisten ze een afwaardering van 55 à 60 procent, maar dat ging veel landen – en de banken helemaal – te ver. De deal die er nu ligt, komt in de plaats van het tweede pakket leningen voor Griekenland ter waarde van 109 miljard euro, dat in juli werd gesloten. Toen kregen banken een korting van 21 procent op hun Griekse staatsobligaties.

Omdat de situatie in Griekenland intussen is verslechterd en de vooruitzichten evenmin goed zijn, stonden Duitsland en Nederland erop dit pakket aan te passen en de private sector een veel grotere korting op te leggen. Daarmee komt het totaalbedrag dat eurolanden aan Griekenland lenen op 113 miljard. „Het was niet makkelijk,” zei Rutte na afloop, rond half vijf. „Maar ik ben tevreden. Het oude pakket is van de baan en het nieuwe reduceert de Griekse schuld op een substantiële manier.”

Onderhandelaars voorzagen woensdagochtend al dat de discussie over het aandeel van banken bij de Griekse schuldenreductie taai kon worden. Maar er was tijd: de overige agendapunten zouden waarschijnlijk geen oeverloze debatten opleveren. Die waren namelijk òf opgelost, òf niet rijp voor onderhandeling.

Allereerst spraken de regeringsleiders van alle 27 EU-landen over banken die herkapitalisatie nodig hebben. Dit was een overbodige bespreking, want extra kapitaalbuffers waren al tussen ministers van Financiën en de Europese banktoezichthouder EBA afgekaart. De 27 vergaderden er alleen maar over omdat Polen, dit half jaar EU-voorzitter, volgens een diplomaat „niet weggevaagd wilde worden door informele euro-onderonsjes. Polen is een groot land met een groot ego. Het zit ze erg hoog. En andere niet-eurolanden ook.”

De bespreking met 27 duurde een uurtje, bij de borrel. Terwijl de zeventien euroleiders aan tafel gingen om te proberen een stop in de europut te zetten, gaf de Poolse premier Donald Tusk een persconferentie waarin hij druk hamerde op de Poolse wens om bij eurobesluitvorming betrokken te worden en nauwelijks sprak over herkapitalisatie.

Later gaf de EBA de cijfers vrij: voor juni 2012 moeten Europese banken 106 miljard aan vers kapitaal aantrekken. Het gaat vooral om Zuid-Europese banken, die onder regeringsdruk (uit ‘patriottisme’) staatsobligaties opkochten om rentes op staatsleningen laag te houden.

Dat breekt deze banken nu op: ze zitten met papier dat in waarde daalt. Italië, Spanje en Frankrijk verzetten zich tegen de nieuwe kapitaaleis en bedongen enige reductie.

Bij het diner spraken de euroleiders over Italië. Premier Berlusconi had er zondag van langs gekregen omdat hij nauwelijks hervormt of bezuinigt, terwijl zijn land onder vuur komt te liggen in de schuldencrisis. Gisteren moest hij plannen voor pensioenhervormingen en flexibilisering van de arbeidsmarkt inleveren. Hij stuurde die lijst vooruit, en moest het een paar keer overdoen: niet goed genoeg. Ook wilde Europees president Van Rompuy dat Berlusconi deadlines bij de hervormingen zette, waar hij op zou worden afgerekend. Pas toen dat ook na enig bijslijpen klaar was, wilde Van Rompuy openlijk verklaren dat hij de lijst ,,ontvangen’’ had. Een vernederende aframmeling van collega’s kreeg Berlusconi ditmaal niet. Maar in hun slotverklaring schreven de euroleiders dat het op de implementatie aankwam. Volgens een Europees ambtenaar „zullen ze hem daar streng aan houden’’.

Ook over meer slagkracht van het noodfonds EFSF viel weinig te vergaderen. Technici zijn nog weken bezig de puntjes op de i te zetten. Wel kwamen de regeringsleiders – geprest door markten en media - voor het eerst met een rond getal. Het fonds, waar nog 290 miljard aan garanties van eurolanden inzit, gaat dankzij financiële hefboomtechnieken vier à vijfmaal zoveel slagkracht krijgen, meldde de Franse president Sarkozy: „Ongeveer 1000 miljard’’.

Daarmee kan het EFSF staatsobligaties kopen van gezonde eurolanden om te voorkomen dat hun rentes op staatsleningen oplopen.

En toen kwam de Griekse marathon. Duitsland en Nederland eisten al langer hogere kortingen voor Griekse obligatiehouders. Veel andere landen en de ECB waren ertegen, net als in juli. Zij vrezen besmetting en turbulentie op financiële markten, zoals in augustus gebeurde. Maar zij begrepen dat Merkel en Rutte dit aan de kiezers beloofd hadden, en dat er weinig aan te doen was. Door dit verzet op te geven, kregen zij het noodfonds weer wat groter; klassieke Brusselse koehandel.

Al dagen sprak men van vijftig procent. Maar de banken, vertegenwoordigd door het International Institute of Finance, wilden niet. Zij onderhandelden met nationale ambtenaren, die ze te hard vonden, en gooiden rond middernacht het bijltje erbij neer. Als de eurolanden hen dan eenzijdig een korting van 50 procent hadden opgelegd, was dit een ‘gedwongen korting’ geworden – met volgens specialisten desastreuze gevolgen. Dus wilden de landen blijven onderhandelen over een vrijwillige korting, waarbij de gevolgen beter te overzien zijn. Merkel en Sarkozy onderhandelden rond tweëen zelf een poosje mee, bleek en zoals honderden anderen in het gebouw, bleekjes van moeheid.

ECB-president Trichet, die aan zijn laatste top bezig was, onderhandelde niet mee: hij vindt de kortingen van juli een ramp en wil hier niet bij betrokken zijn. Uiteindelijk hakten onderhandelaars de Griekse financiële noden, ongeveer 200 miljard, in tweeën. De ene helft betalen de banken, de andere helft (98 miljard) de eurolanden. Omdat dit een vrijwillige korting voor banken is, moest hen een ‘sweetener’ geboden worden, zodat ze ook meedoen: 30 miljard aan garanties. Griekenland gaat meer privatiseren en doet de helft van de opbrengst (15 miljard) erbij. En zo komt het herziene tweede pakket voor Griekenland ditmaal uit op 113 miljard.