Eindelijk toe aan Tintin

Na een decennium van serieuze films was Steven Spielberg toe aan iets lichters.

Kuifje wilde hij al dertig jaar verfilmen, maar pas nu is de techniek goed genoeg.

Er valt wat te vieren voor de ‘koning van Hollywood’, zoals regisseur Steven Spielberg wel genoemd wordt: The Adventures of Tintin. Secret of the Unicorn, zijn verfilming van de Belgische strip Kuifje, is zijn 25ste film.

Spielberg maakte zijn debuut als regisseur met de film Sugarland Express in 1974, en scoorde enorme hits met Jaws, E.T. en de filmreeksen Jurassic Park en Indiana Jones. Hij won twee keer een Oscar als beste regisseur, met de oorlogsdrama’s Schindler’s List en Saving Private Ryan. Nu keert Spielberg terug naar de avonturenfilms die hem roem brachten: Kuifje is in de geest van de Indiana Jones-films.

Behalve dat hij een aantal van de grootste kaskrakers in de filmhistorie regisseerde, produceerde Spielberg ook nog een serie filmhits voor andere regisseurs. De regisseur is nog niet van plan met pensioen te gaan als hij deze december 65 wordt. Met Kerst gaat zijn film War Horse in première, over een jongen die de Eerste Wereldoorlog ingaat om bij zijn paard te blijven. En hij werkt aan de film Lincoln over het leven van de Amerikaanse oud-president die volgend jaar Kerst op de rol staat. In San Diego vertelt Spielberg over Tintin en zijn carrière.

U kocht de filmrechten al in 1983. Waarom duurde het een kwart eeuw om een Kuifjefilm te maken?

„We kregen het script maar niet goed. Je hebt Jacques Tati-achtige humor nodig en herkenbare, goed getekende personages. Oorspronkelijk hadden we het idee voor een live action-film, maar toen kwam Peter [Jackson, co-producent, red.] met het idee er een 3D-computeranimatiefilm van te maken. Met live action heb je acteurs nodig die doen alsof ze Kuifje en kapitein Haddock zijn. Dan moet je mensen casten die lijken op die figuren. Maar dat voelt toch niet zoals de Kuifje die Hergé tekende. Met computeranimaties konden we Hergés wereld echt tot leven brengen, de karikaturale gezichten behouden, en alles in de tekenstijl van Hergé houden. Op die manier konden we zo dicht mogelijk komen bij wat Hergé tekende, zijn scheppingen en stijl in ere houden.

„De motion capture-techniek maakt het me mogelijk om in de virtuele wereld met de Kuifjefiguren te stappen, in locaties die we met de computer geschapen hebben. Zo kon ik de regie toch als een live action-film benaderen. Ik had de camera in mijn hand en ik kon de wereld van Kuifje zien, terwijl ik de acteurs op een toneel regisseerde, in die hybride wereld.”

De acteurs speelden hun rollen in pakken die al hun bewegingen en gezichtsuitdrukkingen met sensors volgden, als de basis voor de 3D-computeranimatie. Beperkte dat hen niet?

„Wat de omgeving of de kostuums ook zijn, het komt allemaal neer op acteurs die elkaar in de ogen kijken. Dat is waar de waarheid verteld wordt en dat is waar al het drama en de komedie vandaan moeten komen. De acteurs hebben elkaar gewoon nodig om te acteren. Ook al hadden ze motion capture-bodysuits en hadden ze een cameraatje op hun hoofd geplakt en groene stippen op hun gezicht – nadat ze daar tien minuten om gelachen hadden en eraan gewend waren, speelden ze hun rol als de Kuifjepersonages.”

Veel mensen vonden de levenloze computeranimaties van menselijke beweging in films als ‘The Polar Express’ maar niks. Bent u niet bang dat mensen hun buik vol hebben van zulke computeranimatiefilms?

„Nee. De techniek is van Polar Express tot Avatar flink ontwikkeld. En de stijl van een film is bij lange na niet zo belangrijk als de personages, het verhaal en de plot. Als een film ‘werkt’, ben je als publiek hopelijk niet bezig met hoe die gemaakt is. Een goed verhaal vertellen is het belangrijkst.”

Na een decennium van donkere films, over de Holocaust, de Afrikaanse slavenhandel en de Tweede Wereldoorlog, richt u zich nu weer op lichtere kost.

„Na al die donkere films had ik weer een straaltje zonlicht nodig en daar wilde ik me een tijdje in koesteren.”