Eén worden met bijen

Jeroen Eisinga: Mystery Girls T/m 15 nov in Galerie Zic Zerp, Van Speykstraat 129, Rotterdam. Inl: ziczerp.nl ****

Een tijdlang was het stil rond Jeroen Eisinga (1966), de kunstenaar die zijn carrière in de jaren negentig zo veelbelovend begon met een reeks sublieme korte films. Zoals Arm Schaap (1997), waarin we machteloos toekijken hoe een omgevallen schaap hijgend dood ligt te gaan. En Sehnsucht (2002), waarin versneld getoond wordt hoe een dode zebra aan het ontbinden is op een geblokte vloer. Films dus waarin schoonheid en verval akelig dicht bij elkaar liggen.

Na een paar moeilijke, depressieve jaren maakt Eisinga nu een grandioze comeback met een solo in het Schiedams museum, waar naast zijn oude films ook een nieuw meesterwerk getoond wordt: Springtime. Hierin is te zien hoe de kunstenaar langzaam in bezit wordt genomen door tienduizenden bijen, tot uiteindelijk ook zijn gezicht verdwijnt achter een bivakmuts van zwarte zoemende beestjes.

Als film is Springtime adembenemend en hypnotiserend tegelijk. Je wilt blijven kijken omdat het zo’n wonderschoon beeld is, die zinderende bijenmassa die langzaam mee beweegt met de snel ademende man – een zwart silhouet tegen een zwarte achtergrond. Tegelijkertijd wil je dat het ophoudt. Want hoe lang gaat de kunstenaar dit nog volhouden?

Ook op de videostills die Eisinga nu in de Rotterdamse galerie Zic Zerp toont, komt dat claustrofobische gevoel goed over. Doordat hij Springtime met telelens liet filmen, zit er nauwelijks diepte in de beelden. Voor- en achtergrond lossen in elkaar op. Eisinga – die uiteindelijk met zo’n dertig steken op de eerste hulp belandde – is één geworden met de bijen.

Dat Eisinga een fascinatie heeft met de duistere kant van het leven, blijkt ook uit de nieuwe serie collages die hij in Zic Zerp laat zien. Daarin combineert hij portretten van misbruikte of vermoorde meisjes (Maddie McCann, Elisabeth Fritzl) met eeuwenoude schilderijen (Holbein, Petrus Christus). Het lijkt op het eerste gezicht een wat goedkope truc om op deze manier dood en verderf aan schilderkunstige schoonheid te koppelen – toch werkt het hier goed. De glimlach van Sabine Dardenne, een van de slachtoffers van Marc Dutroux, blijkt precies zo ondoorgrondelijkheid als die van de Mona Lisa.