Een paleis voor de nieuwe helden

Marnix Wieberdink was het zat om geld te investeren in de schaatssport zonder resultaat.

Dus kocht hij een een oud ziekenhuis en bouwde het om tot een schaatsacademie.

Nachtaufnahme der neuen Eisschnellaufhalle in Inzell. Der erste Wettkampfhöhepunkt in der neuen Halle werden vom 10. bis 13. März 2011 die Essent ISU Eisschnelllauf Weltmeisterschaften über die Einzelstrecken sein. Foto: Rolf Kosecki picture-alliance / Rolf Kosecki

Nerveus ijsbeert Marnix Wieberdink op een vrieskoude avond in Inzell bij de ingang van de prachtig verlichte Max Aicher Arena. Dweilpauze tijdens de Internationales Rennen, zomaar een schaatswedstrijdje in de fonkelnieuwe ijshal. Sven Kramer rijdt hier na ruim een jaar blessureleed zijn eerste vijf kilometer, de broers Wouter en Remco Olde Heuvel tonen net als ploeggenoot Jan Blokhuijsen vroege topvorm, Martina Sáblíková verslaat Ireen Wüst op de drie kilometer met zes seconden. Big deal, vindt TVM-coach Gerard Kemkers. „Dit zijn trainingswedstrijden. Met de nadruk op training.”

En Wieberdink? De Nederlandse eigenaar van de Kia Speed Skating Academy in Inzell steekt van pure spanning een sigaretje op. „Voor onze schaatsers is dit meteen al superbelangrijk. Hier kunnen ze zich met snelle tijden kwalificeren voor de eerste wereldbekerwedstrijden in november. Hun seizoen hangt voor een groot deel af van wat ze vanavond presteren”, vertelt Wieberdink.

Trots toont hij een A-viertje met de uitslag van de 500 meter mannen: 1. Artur Was (Polen), 35,60 seconden; 2. Marius Paraschivoiu (Roemenië), 35,83. „Twee schaatsers van ons. Was staat met zijn tijd bij de beste twintig schaatsers van dit seizoen. Onze Roemeen rijdt al ons tweede nationale record. Dat is wat, hè? En uitgerekend dit weekeinde heb ik mensen op bezoek van de ISU [internationale schaatsunie]. Nu kunnen ze met eigen ogen zien dat dit concept werkt om het schaatsen te internationaliseren.”

Bij de WK afstanden in maart van dit jaar opende in Inzell niet alleen de overdekte ijsbaan. Midden in het Zuid-Duitse dorpje presenteerde Wieberdink de internationale schaatselite zijn meesterwerk.

In 2004 begon hij met zijn bedrijf Sport Navigator de financieel minder bedeelde buitenlanders te helpen door sponsorlogo’s op hun schaatspakken te strijken. „Spiegeltjes en kraaltjes”, smaalde men in schaatsgrootmacht Nederland. Zeven jaar later bouwde hij met hulp van vrijwilligers een oud ziekenhuis om tot een uiterst luxueus schaatsinternaat. Televisies van Philips, servies van Van der Valk, matrassen van Auping. „Retecommercieel allemaal”, zegt Wieberdink. „Zonder sponsors gaat het niet. En ik wil het beste van het beste.”

Waarom een internationale schaatsacademie in Inzell? „Mijn frustratie was dat ik bonden geld gaf maar vervolgens niet veel zag gebeuren. Toen ontstond de gedachte dat het ideaal zou zijn om de betrokken schaatsers bij je in huis te halen.” De economische crisis drukte de prijzen, de nieuwe ijshal leidde naar Inzell. „Met een oude gevangenis of een ziekenhuis ben je voor zoiets in één keer klaar. Ik was snel rond met de gemeente hier.”

Ook een trainer vond Wieberdink direct: de in 2010 gestopte Canadese topsprinter Jeremy Wotherspoon. „Als schaatser sloot hij als een van de eersten bij ons aan. Ik kon hem nooit betalen wat hij waard was, maar hij snapte onze filosofie om het schaatsen te ontwikkelen. ‘Als ik stop word ik coach bij jou’, zei hij toen al als grap. Nu is het zover. Jeremy en ik zijn de balls en de brains. Hij is heel gedegen in alles, ik hak snel knopen door. Maar sporttechnisch vertrouw ik volledig op Jeremy.”

Schitterende accommodatie, grote naam als trainer. En toch bleef het lang stil na de opening in maart door ISU-voorzitter Ottavio Cinquanta. Geen schaatser nam zijn intrek in het paleis van Wieberdink. Fysiek betaalde hij de tol voor zijn perfectionisme bij de verbouwing. „Ik heb in het ziekenhuis gelegen en dacht dat ik een hartaanval kreeg. Ik was zo moe.”

Intussen kwam de ISU maar niet over de brug met de toegezegde financiële bijdrage. „Ik heb altijd gezegd dat dit project alleen kansrijk is met hulp van de ISU. Een private persoon kan niet in zijn eentje de schaatssport ontwikkelen”, vertelt Wieberdink. „Maar ik zat hier met vrouw en kind, Jeremy Wotherspoon ook. Begin mei: niets. Half mei: niets. Eind mei: niets. Juni: niets. Toen heb ik wel spijt gehad, nachten wakker gelegen. Uiteindelijk kwamen ze over de brug.”

Vanaf 1 juli namen zestien schaatsers hun intrek in het internaat. Wieberdink koos volgens het concept waarmee hij eerder succesvol was met Sport Navigator, dat naast de Academy gewoon blijft bestaan. Schaatsers van enige naam – zoals de Let Haralds Silovs, de Pool Was en Wieberdinks echtgenote Svetlana Kaykan – naast sporters uit schaatsontwikkelingslanden: van een Indiase inlineschaatsster die nog nooit op ijs stond, tot de Mongoliër Ugaanbaatar Galbaatar. „Laatst waren we Ugi kwijt bij de fietstraining. Hij was verdwaald en spreekt geen boe of bah in een andere taal. Dat was schrikken. Zeven uur later stond hij gelukkig weer voor de deur.”

Wieberdink geniet van de interactie tussen de schaatsers in zijn academie, die het dorpje Inzell een broodnodige impuls geeft. „Soms hebben we buitenlandse trainingsgroepen over de vloer en koken we voor zeventig man. We hebben acht mensen in dienst, kopen alles in bij de lokale bakker, groenteboer en slager. Wij brengen Inzell weer tot leven.”

Als zijn schaatsers zichzelf verbeteren, is Wieberdink tevreden. Een beetje wedstrijdspanning neemt hij op de koop toe. „Het is voor mij genoeg als dit kostendekkend is”, zegt hij op zijn zonovergoten balkon met uitzicht op ijsbaan en besneeuwde bergen.

„En het mooiste zou zijn als over een paar jaar blijkt dat ik iets heb gedaan dat van blijvende betekenis is voor de schaatssport.”