De mist na de Europese top

Op papier zijn ze eruit, de regeringsleiders van de eurozone die vanmorgen vroeg hun top over de euro afrondden. En, vooropgesteld dat de ontmoeting ook op een ramp had kunnen uitlopen, mag er gesproken worden van een succes.

Maar, net zoals na de top van 21 juli dit jaar, zullen de gemaakte afspraken over de redding van de Europese muntunie goed moeten worden nagekeken om de retoriek te scheiden van substantie. Destijds werd ook gesproken van een beslissend succes, maar het duurde niet lang voor de werkelijkheid de gemaakte afspraken inhaalde.

Dat risico is er nu ook. Banken nemen, volgens de afspraak, een verlies van 50 procent op hun Griekse staatsleningen, waardoor de schuld van dat land beter of in elk geval minder slecht houdbaar wordt. De banken krijgen daar overigens ook 30 miljard aan goedmakers voor terug. Hoe de uiteindelijke calculatie van deze overeenkomst uitpakt, die nog wordt uitgewerkt en waar banken vervolgens vrijwillig op moeten ingaan, is even onhelder als na de top in juli.

Banken moeten 106 miljard euro aan extra kapitaal aantrekken. Dat is goed nieuws, maar het is nog altijd maar de helft van het bedrag dat op de financiële markten, gesteund door een analyse van het Internationaal Monetair Fonds, te boek staat als ‘veilig’. Dat wil zeggen: een niveau van eigen vermogen dat het onderlinge wantrouwen kan wegnemen dat de banksector plaagt.

Het stabiliteitsfonds EFSF, dat 440 miljard euro aan garanties van de lidstaten bevat waarvan 280 miljard effectief kan worden aangewend, wordt in slagkracht vervier- of vervijfvoudigd. Dat geeft ruim 1.000 miljard euro, en dat is niet de ‘grote bazooka’ waarop de buitenwereld had gehoopt. Dat het fonds wordt vergroot door nieuw uit te geven staatsleningen van Italië of Spanje voor een klein deel te verzekeren tegen wanbetaling, is complex. En deze methode wordt niet overal op de markten toegejuicht. Het ontstaan van een parallelle markt van bestaande (onverzekerde) en nieuwe (verzekerde) staatsleningen lijkt op het eerste gezicht nodeloos complicerend.

Bovendien moet een deel van de slagkracht van het fonds komen via een deelname van kapitaalkrachtige landen als China, die daar nog in moeten worden gekend en die zeker hun eigen voorwaarden zullen stellen. En, als laatste, de voorstellen voor fundamentele herziening van de architectuur van de eurozone zijn niet concreet.

Nu mag van een Europese top niet worden verwacht dat zij tot in detail ingaat op de oplossingen die zij biedt. Maar aan de andere kant is de eurocrisis een existentiële crisis, die om fundamentele antwoorden vraagt. Die zijn afgelopen nacht niet gegeven. De eerste nood is gelenigd. Maar de eurozone is nog niet gered. Nog lang niet, zelfs.