'China komt ons niet helpen'

De Amerikaanse oud-topdiplomaat Henry Kissinger, wegbereider van banden tussen China en de VS, legt in New York aan Guus Valk uit dat China in het economisch verval van het Westen geen kans op wereldmacht ziet. „Je moet begrijpen dat een Chinees fundamenteel anders naar de wereld kijkt.”

Former Secretary of State Henry Kissinger speaks during the 2011 Washington Ideas Forum at the Newseum in Washington, DC, October 6, 2011. AFP PHOTO/Jim WATSON AFP

Henry Kissinger (88) loopt zoals gewoonlijk langs de foto’s in de vensterbank van zijn werkkamer, op de 26ste verdieping van zijn kantorencomplex in Manhattan in New York. Elke dag is de opstelling anders. „Dagelijks worden de portretten afgestoft en op een andere plaats gezet. U moet er dus niet op letten wie de mooiste plekken hebben.”

Eén uitzondering maakt hij. Oud-president Richard Nixon, met wie hij jaren werkte, moet vooraan staan. „Nixon en ik hebben veel aan elkaar te danken gehad. Ik kende hem niet toen hij mij vroeg nationale veiligheidscoördinator te worden. Uit de gesprekken die we voerden, bleek dat we hetzelfde dachten over China. Onze wereldbeelden kwamen samen. Het was, vonden we, een uniek moment om contact met China te leggen.”

Toen Henry Kissinger ruim veertig jaar geleden in het geheim naar China reisde, was er buiten Nixon nog nauwelijks een Amerikaan te vinden die geïnteresseerd was in het land, zegt hij. „China werd hier gezien als speelterrein voor een paar wetenschappers”, zegt de 88-jarige oud-politicus, „niet als een land om economische en politieke banden mee te hebben.”

De Amerikaans-Chinese betrekkingen zijn ruim veertig jaar wellicht de belangrijkste in de huidige wereldorde. China is onbetwist de grootste opkomende supermacht, en Amerikaanse economen en politici verwachten de komende jaren een verschuiving van de Amerikaanse aandacht van Europa naar China.

De Chinese premier Zhou Enlai had volgens Kissinger gelijk toen hij in 1970 zei dat hun ontmoeting „de wereld zou laten schudden”, al wisten Zhou en Kissinger niet hoe de wereld zou schudden. „Het heeft de internationale politiek op zijn kop gezet. De Koude Oorlog heeft er een totaal andere wending door gekregen. Daarom zijn er ook nu nog diplomatieke lessen uit te leren.”

De belangrijkste Amerikaanse architect van de relaties tussen Washington en Peking schreef dit jaar het boek Over China, dat vorige maand in Nederlandse vertaling is uitgekomen. Kissingers bezoek in 1970 aan het Communistische China maakte de weg vrij voor een bezoek, twee jaar later, van president Nixon aan Peking en Shanghai. Kissinger was toen minister van Buitenlandse Zaken. Later bezocht hij, onder meer als adviseur van de Amerikaanse regering, China nog zo’n zeventig keer.

Kissinger is de enige nog levende hoofdrolspeler van het begin van de tijd van pingpongdiplomatie, die in de meest gepolariseerde fase van de Koude Oorlog uiterst voorzichtig tot stand kwam. China en de Sovjet-Unie dreigden in oorlog te raken, en Amerika voerde een uitzichtloze oorlog in Vietnam. Over China gaat ook over de kunst van de diplomatie, een kunst die Kissinger suggereert verfijnder te beheersen dan andere westerse diplomaten. Hij vergelijkt het Chinese denken met het oude spel wei qi, waarbij spelers met eindeloos geduld stukken op een bord plaatsen om langzaam voordeel te halen op de tegenstander. Westerlingen, zegt Kissinger, zijn schakers. Het doel is de andere koning zo snel mogelijk schaakmat zetten. „Als je niet begrijpt dat een Chinees fundamenteel anders kijkt naar de wereld, kun je niet in gesprek raken.”

Maar hier is ook de realist Henry Kissinger aan het woord. Alleen door westerse denkbeelden over democratie en mensenrechten soms opzij te zetten, is zijn boodschap, kon er samenwerking van de grond komen.

Was toenadering tot China een voorbeeld van uw idee van Realpolitik?

Kissinger, zijn voeten leunend op tafel, schudt zijn hoofd. „Dat woord heb ik nooit gebruikt. Dat doen anderen. Goed, iedere staatsman moet een realist zijn. Maar iedereen definieert realiteit anders, dus het is een leeg begrip. Mijn idee van realiteit was dit: ik heb de Chinese manier van denken leren kennen. Als je Chinezen de les leest, zegt wat ze moeten doen, werkt het niet.”

U vond Amerikaanse sancties na het neerslaan van de protesten op het Tiananmenplein, in 1989, contraproductief. President Bush was evenmin voorstander van de door het Congres opgelegde sancties.

„Onthoud goed: veel mensen die toen in de regering van George Bush zaten, hadden de tijd van Mao meegemaakt. In veel westerse landen stond Deng Xiaoping (de toenmalig Chinese leider, red.) bekend als een despoot. Wij kenden hem als een hervormer. Er was ook veel progressie geboekt. We hechtten daarom belang aan het voortbestaan van de relatie. Natuurlijk was ik geschokt, maar ik geloof meer in stille diplomatie.”

Minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton, schrijft in Foreign Policy dat zij nauwere banden met China wil. Wel vindt ze dat Amerika de plicht heeft de mensenrechtensituatie in China aan de orde te blijven stellen.

„Ik heb er geen bezwaar tegen als Amerika dat onderwerp ter sprake wil brengen. Het kan misschien een klein beetje verschil maken. Maar dreigen met sancties heeft geen zin.”

De kritiek in de VS is dat u Mao, die u goed kende, spaart. U noemt de dood van miljoenen Chinezen tijdens de Grote Sprong Voorwaarts, maar prijst hem ook als visionair en schrijver.

Geïrriteerd: „De critici die zeggen dat ik te vriendelijk ben voor Mao, hebben niet het hele boek gelezen. Mensen lezen een hoofdstuk en hebben een oordeel klaar. Over de Grote Sprong Voorwaarts, en de enorme gevolgen voor de Chinese bevolking, spreek ik allerminst bewonderend.”

Hoe zou u Mao dan typeren?

„Mao was een complexe man. Hij heeft China verenigd na de Tweede Wereldoorlog. Een arm land, dat zwaar geleden had in de Tweede Wereldoorlog, werd een grootmacht, doordat Mao alle bestaande instituties omverwierp. Ook dat moet uitgelegd worden om China te begrijpen. Tegelijkertijd gebeurde dat met enorme kosten aan mensenlevens en menselijke waardigheid.”

China is economisch een wereldmacht. Verwacht u grotere politieke invloed?

„Ja, maar niet op de westerse manier. Het Amerikaanse en Europese concept van invloed betekent fysieke dominantie. De Chinese variant is een heel andere. China wil niet overal ter wereld legers positioneren. China zal meer te zeggen krijgen in de wereld, maar is daar niet primair op uit.”

Welke rol ziet China wel voor zichzelf?

„Het wil vooral met respect behandeld worden. We zijn geneigd in het Westen om onze eigen waarden aan andere landen op te dringen. Robert Zoellick [president van de Wereldbank, red.] zei dat China een ‘verantwoordelijke aandeelhouder’ kan zijn in de wereldeconomie. Dat is een diepe belediging voor de Chinezen. Hij zegt: dit is de wereld, wij hebben die zo ontworpen, en u mag meespelen. China speelt niet mee volgens onze regels, en komt zeker onze problemen niet oplossen als het Westen straks een tweederangs economie wordt.”

Economen denken dat de eurocrisis de band tussen VS en China zal aanhalen, ten nadele van Europa.

„Misschien is het mijn leeftijd, maar ik kan me niet voorstellen dat de trans-Atlantische verhoudingen op een tweede plan komen. Wel wordt de relatie tussen Europa en VS negatief beïnvloed. Europa is geen eenheid. In de VS zie je de neiging zich af te wenden van Europa, ten gunste van Azië. Dat komt ook door een andere machtsbalans hier. Toen ik minister was, werd de VS politiek gedomineerd door de elite uit de oostelijke kuststrook, mensen die van nature sterk naar Europa kijken. Nu is het geluid van het zuiden en westen van het land dominant. Daar wordt meer naar China omgekeken.”

Hoe groot de problemen van het Westen ook zijn, u gelooft niet dat China per se zal blijven groeien.

„China heeft ook veel problemen. Demografie bijvoorbeeld. Al in dit decennium zal China met een steeds groter tekort aan arbeidskrachten komen te zitten, omdat er te weinig kinderen worden geboren. Een kleinere groep moet de enorme economische groei van de afgelopen jaren voortzetten. Bovendien: als je honderden miljoenen mensen uit het platteland naar de steden brengt, worden alle traditionele sociale structuren doorbroken. Dat is in China gebeurd. Iedere beschaving in de geschiedenis heeft daar een terugslag van gekregen.”

Hoe kan China die problemen het hoofd bieden?

„Het zal in ieder geval politiek moeten moderniseren. China zou een meer op grondwettelijke principes gestoeld bestuur nodig hebben. Het zal zeker geen kopie worden van een westerse democratie. Stel je voor dat dat het een Nederlandse parlementaire democratie zou worden, waar het na verkiezingen maanden duurt voordat er weer geregeerd wordt. Dat zou onwerkbaar zijn.”

Chinese filantroop: pagina 30-31