Betaalbare waanzin en misverstanden

In het Van Abbemuseum is werk te zien van een bijzondere Eindhovenaar, Dick Verdult, oprichter van onder meer het Instituut voor Betaalbare Waanzin. Zijn verklaring: „Ik ben ontspoord opgegroeid in Guatemala en Argentinië.”

„Dit is het startpunt”, zegt artistiek duizendpoot Dick Verdult, Eindhovenaar en wereldreiziger, over een object dat hij onlangs voltooid heeft. Een 3D-oerwoudtafereel van beschilderd plastic, compleet met palm, jager en hut. Er komt een microfoon uit tevoorschijn die gekoppeld is aan een verbouwd klein echoapparaat. Het object is een van de vele die hij aan het bouwen en samenstellen is voor een grote tentoonstelling in het Eindhovense Van Abbemuseum, getiteld En op zondag vieren we Vrijdag.

De gevierde Vrijdag is de ‘nobele wilde’ uit Robinson Crusoe. Deze roman van de 18de-eeuwse Engelse schrijver Daniel Defoe staat bol van de misverstanden, aldus Verdult. „Robinson zoekt troost voor zijn eenzaamheid door naar de weerkaatsing van zijn eigen stem te luisteren in een echoënde vallei. Wanneer hij gezelschap krijgt van een inboorling is dat een vervanging voor die echo. Puur pragmatisch. Robinson doopt hem Vrijdag, alsof hij daarvóór nog geen naam had.”

Friday-Nite-Eco, zoals de titel van het object luidt, werpt de vraag op hoe ontwikkeld westerlingen als Crusoe (en dus Defoe en zijn lezers, inclusief Verdult zelf) in werkelijkheid zijn.

Misverstand is een sleutelwoord in het werk van Verdult. Het zit bij hem ingebakken sinds zijn vroegste jeugd. In 1954 geboren in Eindhoven als zoon van een man die buitenlandse vestigingen van multinational Philips leidt, verhuist hij naar Guatemala en vervolgens naar Argentinië. „Ik heb verschillende keren talen opnieuw moeten leren”, zegt hij. „Toen mijn moeder me in Argentinië leerde Nederlands te lezen en te schrijven, was het een hele schok voor me dat je ‘ik’ met een k schrijft en niet met een c. Wat voor mij waarheid is hoeft niet voor anderen te gelden. Ik ben ontspoord opgegroeid, en daardoor gevoelig geworden voor verschillende sets waartussen je heen en weer springt. Dan gaat er weleens wat mis. Dat moet je niet zien als tekortkomingen. Het is een spel. Een transportmiddel van waarheden en misverstanden.”

Verdult past dit principe voor het eerst toe in film wanneer hij, na zijn afstuderen aan de afdeling Film en Beeldende Kunst van de Universiteit Paris VIII in Vincennes, bij de VPRO terechtkomt. Voor de series NEON en Tape TV van deze omroep maakt hij semidocumentaires, een vaak onontwarbare mengeling van reality en fictie. Daarna gaat hij films in eigen beheer produceren. Tekenend voor zijn totale werk is een van de films uit die periode, Liegen, waarin mensen sterke verhalen vertellen. De kijkers moeten maar gissen naar het waarheidsgehalte. Verdult laat hen in het ongewisse. Begin jaren negentig brengt hij al zijn activiteiten onder in een overkoepelende organisatie, het Instituut voor Betaalbare Waanzin (IBW). Onder die paraplu kan hij alle disciplines vangen waarin hij actief is. Naast film ook grafiek, beeldende kunst, performance en muziek. Vrijwel al deze disciplines komen aan bod in het Van Abbemuseum. „Het is een overzicht, géén retrospectief”, zegt Verdult met nadruk.

De expositie is vooral een overzicht van de thema’s die een rol spelen in Verdults werk. Hij heeft dat zichtbaar gemaakt in een tekening uit 1995, getiteld Het panoptisch perspectief draait altijd door (2011): negen ‘tandwielen’ met op de tanden woorden die verband houden met begrippen op de as van elk wiel. Het geheel vormt een denkbeeldig mechaniek. Als één tandwiel gaat draaien komt alles in beweging, waardoor steeds andere teksten tegenover elkaar staan. In de buurt van ‘misverstand’ kun je ‘low budget ritme’ aantreffen. Het mechaniek is, uitvergroot tot reusachtige proporties, in de tentoonstelling te zien.

Het illustreert de werking van Verdults gedachtenmolen. Hij combineert diverse, ongelijksoortig elementen tot een nieuw geheel. En hij zal de afzonderlijke ingrediënten zonder enig probleem hergebruiken in andere werken. „Al die verhuizingen in mijn jeugd hebben me geleerd slordig te leven”, zegt hij. „Dat Nederlandse van dingen netjes afmaken heb ik niet. Ik heb niet het gevoel dat ik een eindexamen moet doen bij alle dingen die ik aanpak.”

De werken zijn te zien in acht zalen van het Van Abbemuseum. „Het is een maaltijd met acht gangen waar het publiek doorheen wandelt.”

Het enige wat in het Van Abbemuseum geen plek heeft gekregen is de meest opmerkelijke ontwikkeling in Verdults loopbaan: de aanzet die hij onder de naam Dick El Demasiado (Dick Teveel) in Latijns-Amerika heeft gegeven voor een experimentele variant van de cumbia. Verdult kende de cumbia, in zijn oorspronkelijke vorm de muziek van de lagere klassen en de oudere generaties, uit zijn jeugd. Elf jaar geleden schreef Verdult voor zijn eigen plezier een antropologische verhandeling over de cumbia. „Ik bouwde een hele mythologie op, verzon bands, verzon interviews met musici. Op een cd, die ik erbij voegde, stonden alle stijlen die ik in het boekje beschreven had. Als volgende stap maakte ik een cd rond één personage. In Argentinië sloeg die muziek meteen aan. Ze wilden de cd daar uitbrengen, en ik moest hem gaan presenteren.”

Het waren de cumbias lunáticas van Dick El Demasiado, nummers vol psychedelische dub-effecten op krankzinnige teksten waarin hij muzikale clichés en briljante invallen samenbrengt in een mix die vaak ruig en ontregeld is, maar altijd dansbaar.

Op de eerste cd, No nos dejamos afeitar (Wij laten ons niet scheren), staat Verdult afgebeeld met een baard in de vorm van Zuid-Amerika. Het tweede album kreeg als titel Pero peinamos gratis (Maar wij kammen gratis). Verdult treedt er regelmatig mee op in Latijns-Amerika, maar maakte ook naam in Spanje en Japan.

Expo: Van Abbemuseum, Eindhoven t/m 8 jan 2012. Muziek: Cumbia’s Dick El Demasiado, 23 dec Flipside, Eindhoven. www.dickverdult.com.ar