Zorgen om de eurocrisis maken Tweede Kamer mild

De Kamer debatteerde gisteren over de Eurotop. De nood is hoog, harde eisen werden amper gesteld. „Je moet er natuurlijk wel met 27 landen uitkomen.”

In de Tweede Kamer was de urgentie om eindelijk tot een oplossing te komen in de eurocrisis, duidelijk voelbaar. Zelden heeft minister Jan Kees de Jager (Financiën, CDA) zo’n gemakkelijk debat gevoerd. Niet hij, maar PvdA-Kamerlid Ronald Plasterk was het mikpunt van kritiek. „In de media is de heer Plasterk altijd een stuk duidelijker dan hier”, sneerde Wouter Koolmees (D66) in de Kamer aan de vooravond van de Eurotop. „Wellicht horen we vanavond bij Pauw & Witteman wat de precieze voorwaarden van de PvdA zijn”.

Samen met CDA, SP en ChristenUnie had hij zich geërgerd aan de manier waarop Plasterk zijn sleutelpositie in de media had uitgedragen. „Als ik de uitkomst van de Eurotop niet in kleine zaaltjes kan uitleggen, steun ik het niet”, herhaalde Plasterk desondanks. Een halfslachtig akkoord zou hij niet steunen. En zonder steun van de PvdA zou het minderheidskabinet – dat in Europa niet op gedoogpartner PVV kan rekenen – niet de benodigde steun in Den Haag krijgen. De Jager stelde, tot hilariteit van de Kamer, Plasterk gerust. „Net als de PvdA zal ook ik niet akkoord gaan met een niet werkend akkoord.”

Maar Plasterks probleem moet ook voor de rest van de Kamer herkenbaar zijn geweest. Want hoe kan je als volksvertegenwoordiger harde voorwaarden stellen aan de nog onvoorspelbare uitkomsten van de Eurotop? En bijna niemand wilde De Jager in de weg lopen door onredelijke eisen te stellen. Plasterk hield vast aan zijn opstelling. „Wij weten vandaag niet wat de uitkomst wordt. Daarom zullen wij ons het oordeel volledig voorbehouden totdat wij de inhoudelijke uitkomst van de top hebben gezien.”

Premier Rutte toonde later op de avond begrip voor Plasterks positie. Om de onderhandelingen vandaag in Brussel niet te verstoren, wilde hij zo min mogelijk over de Nederlandse inzet zeggen. „Dan moet je ook niet verwachten dat de PvdA op voorhand ja of nee zegt.”

Toch bood minister De Jager gisteren wel wat inzicht over „de stevige onderhandelingen” die al dagen in Brussel worden gevoerd. Op het gebied van de herkapitalisatie van de banken was de meeste vooruitgang geboekt. Over de andere pijlers van een oplossing – een „geloofwaardig” reddingspakket voor Griekenland en een duidelijker bestuur voor het eurogebied – moet nog hard worden onderhandeld. Een uitkomst kon hij niet voorspellen. „Je moet er natuurlijk wel met 27 landen uitkomen”. Dat geldt ook voor de door Nederland gewenste eurocommissaris die toe moet zien op naleving van begrotingsregels.

Ook over het noodfonds, dat landen en mogelijk ook banken in problemen te hulp moet schieten, is nog lang geen duidelijkheid. Voor een verhoging van dat fonds lijkt te veel oppositie in Europa. Daarom verwacht De Jager dat de al afgesproken 440 miljard euro zal worden gebruikt als een soort verzekering voor beleggers in staatsschuld, „waardoor er een hefboomwerking” ontstaat.

Ongekend duidelijk was De Jager over het reddingspakket waarover op 21 juli is besloten. Terwijl aan de uitwerking nog wordt gewerkt, is de destijds afgesproken reductie van Griekse schulden met 21 procent „absoluut niet meer voldoende”. Berichten in de media dat er nu wordt gedacht aan een haircut van misschien wel 60 procent wilde De Jager expliciet „niet tegenspreken”.

Grote schokken op de financiële markten verwacht hij niet als vandaag tot zo’n korting wordt besloten. „Op berichten hierover in de serieuze media is altijd rustig gereageerd. Die markten hebben al veel ingeprijsd.”

Verder was De Jager best bereid om de linkse oppositie tegemoet te komen door „warme woorden” te wijden aan de belasting op kapitaalstromen. Voor GroenLinks en ook de PvdA is die belasting een vorm van boetedoening voor het aandeel van de financiële sector in de crisis.

Maar De Jager wilde ook wat „koude feiten” kwijt, want zo’n belasting – als die alleen in Europa wordt ingevoerd – gaat geld kosten. Een onderzoek van de Commissie naar het effect van zo’n belasting toonde aan dat tegenover een opbrengst van 30 miljard euro voor de EU een kostenpost van 60 tot 220 miljard staat. Toch verklaarde Rutte „niet voor de invoering van een kapitaalbelasting te gaan liggen” als die niet wereldwijd maar alleen in Europa zou worden ingevoerd. Opmerkelijk, want staatssecretaris Frans Weekers (Financiën, VVD) verklaarde eerder deze maand niets te zien in zo’n Europese soloactie. Plasterk was gisteren dan wel het middelpunt van spot bij zijn Kamerleden, dit resultaat kon hij van zijn eisenlijstje afstrepen.