Zo'n snackbar is gouden handel

Marcel van Roosmalen eet appelkruimel bij een echtpaar met dertien kinderen.

Er mag gerookt worden, want Wesley, de een na jongste, is jarig.

Nederland, Rijnsburg 24-10-2011 Lunchroom Egberts in de Kerkstraat in Rijnsburg is pas een paar maanden open. ©Jan-Dirk van der Burg Voor de rubriek 'Marcel Werkt' Burg, Jan-Dirk van der

In Rijnsburg bestond volgens een tipgever van fotograaf Jan-Dirk een snackbar gerund door een echtpaar met dertien kinderen, een nationaal record. Het bleek te gaan om Johan (45) en Willeke Egberts (47).

We vielen erin op de verjaardag van Wesley, een jongetje van een jaar of vier met een gewichtsprobleem en goudkleurige oorbellen. Hij was de op een na jongste en had een hijskraan en geld voor zijn verjaardag gekregen.

Johan was friet aan het bakken.

Willeke zat aan een tafel vol taart van de Albert Heijn.

„Vruchtenbavarois of appelkruimel?”

Ze herhaalde de vraag. „Vruchten of kruimel?”

We kozen kruimel.

Haar broer en zijn vrouw kwamen geld voor Wesley brengen.

De vrouw had een tattoo laten zetten.

Ze liet haar arm zien.

„De inkt trekt er nog in”, zei ze. „Later zie je er diepte in.”

– „O, ja”, zei Willeke.

„M’n zus heeft dezelfde”, zei de vrouw.

Ze zei erbij dat dat dus uniek was.

Willeke zei dat we van de krant waren en dat haar schoonzus zich voor ons niet in hoefde te houden. Ze zette asbakken op tafel. Vanwege Wesley’s verjaardag mocht er bij hoge uitzondering in de zaak gerookt worden, ze verwachtte geen controleurs.

Johan stond nog steeds bij de frituur.

„Wil je een frikadel?”, vroeg hij.

We bedankten.

„Wil je friet? Wil je een kroket? Wil je kapsalon?”

Ik wilde koffie, een dubbele espresso.

Zoon Robert, een van de oudere kinderen, ging het maken.

„Wat moet erin?”, riep hij.

– „Niks”, zei ik.

Johan: „Een vibrator!”

Robert bracht de koffie, hij liep raar. Hij had ’s ochtends zijn nek verdraaid.

„Wat denkt u?”, vroeg hij. „Is het chronisch? Gaat zoiets over?”

Ik dacht van niet.

Moeder: „Je loopt er bij als Quasimodo.”

Vader: „Ik zei vanmorgen bij het ontbijt: goedemorgen, Robert heeft een stijve... hahaha.”

Het interviewen begon.

Een beetje de omgekeerde wereld, moeder Willeke stelde de vragen.

PCM of we dat kenden?

En de Persgroep?

Nou, ze hadden dus jarenlang al die kranten rondgebracht. Dat leverde tienduizend euro bruto per maand op, want ze hadden een depot.

„Tot ze dus een nieuwe districtleider aanstelden”, zei ze, „die heeft ons er na bijna tien jaar trouwe dienst uitgeflikkerd. Een achterbakse hufter!”

– „Een ontiegelijke lul!”, riep Johan. „Zet je dat er even in? Achter de ellebogen heeft-ie ’t. Een zak stront.”

Johan kwam uit de keuken.

We spraken een kwartier over de districtleider.

Johan wilde weten wat ze op de redactie van hem vonden. Ik had geen idee.

„Waarom moet heel Rijnsburg en omstreken lijden onder de nukken van een man?”, vroeg Willeke.

– „Omdat-ie een gore idioot is”, zei Johan.

Daarna ging het over de krantenbusiness.

Nrc.next vonden ze de beste krant.

„Lekker weinig tekst”, zei Johan. „En veel fotowerk!”

Fotograaf Jan-Dirk kreeg een duim.

„Klasse!”, zei hij. „Hoe meer foto’s, hoe minder ruimte voor tekst!”

Ik kreeg een klap.

„Voor jou ook fijn! Lekker snel klaar!”

De ‘kutste krant’ om rond te brengen was het Nederlands Dagblad.

„Veel te dun, die moet je echt in brievenbussen proppen”, zei Johan. „Maar wel altijd negatief over moslims.”

Een van de zonen, een jongen van rond de twintig met oorbellen, zijn naam ben ik vergeten, zei: „Dat is dan wel weer goed. Toch?”

Johan gaf me een krantenartikel uit De Rijnsburger, het ging over de opening van de snackbar in augustus. De kop was: ‘Nieuwe lunchroom Kerkstraat smaakt buren niet’.

Ze vonden het reclame en ze vonden ook dat ze rare buren hadden.

Willeke: „Niet goed wijs. Ruik jij friet? Ik ruik geen friet.”

Johan zei dat het hebben van een snackbar gouden handel was. Hij begon over ‘de marge’ op een frikadel.

„Inkoopprijs zestien cent! Als je dan geen winst maakt....”

Hij had een paar kilo spek ingekocht. „Gaat ik soep van bakken. Met worst erin. Tweevijftig, bak erwtensoep!”

Willeke: „Ons motto is ‘veel voor weinig’, dus je betaalt weinig, maar je krijgt veel.”

Johan: „Zelf verzonnen. Wil je een slaatje? Huzaren of met zalm?”

Hij ging een huzarensalade maken.

Het kwam met twee gekookte eieren, verse sla en veel mayonaise.

Johan: „Wil je d’r een milkshake bij? Aardbei, vanille, banaan?”

Willeke en een groep kinderen kregen kipkluifjes, fotograaf Jan-Dirk bestelde saté.

Ik kreeg het niet op.

„Veel voor weinig, onze formule”, zei Johan.

Daarna zei hij dat ze al jaren van ’s morgens vier tot ’s avonds tien werkten. En tussendoor maakten ze kinderen, maar daar waren ze mee gestopt.

Willeke: „We hebben maatregelen genomen. Ik wilde vroeger altijd tien kinderen, als je er dan dertien hebt, is dat gelukt.”

    • Marcel van Roosmalen