Zo verloren in het alledaagse universum

Op het voetpad voor het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst (S.M.A.K.) in Gent staat een Stormtrooper uit Star Wars te wachten om de straat over te steken.

Zijn houding straalt geen agressie uit; zijn schouders hangen wat naar voren, de loop van zijn blaster is naar de grond gericht. Toch schrik ik even. Dit is New York niet.

In Gent is een verklede figuur op straat niet buitensporig vreemd maar toch ongewoon. Ook eigenaardig is dat we hier alleen zijn, op een zaterdag, de Stormtrooper en ik. Heel even lijkt de kans op een hallucinatie me reëel.

Ik rem. Hij tilt zijn kin op om mij door een geschikt kijkgat in zijn helm aan te kunnen kijken. Ik glimlach. Hij wuift met de kolf van zijn blaster ter appreciatie. Tijdens het oversteken zet de zon het glimmende wit van zijn harnas een seconde lang in lichterlaaie. En nu gas geven, denk ik. En dan hysterisch mijn auto uit vluchten, het portier nog open, verderop wildvreemden door elkaar schudden en schreeuwen: „Ik heb een Stormtrooper aangereden!”

Aan de overkant van de straat zwaait hij opnieuw, dit keer met een gehandschoende hand. Ik zwaai terug. Misschien gaat hij nog naar de Plantentuin. Daar ben ik zelf al lang niet meer geweest. Ik voel plots een grote behoefte aan een bezoek, maar dat kan nu niet, anders denkt de Stormtrooper vast dat ik hem schaduw.

Later lees ik in de krant dat er een FACTS-beurs werd gehouden in Flanders Expo, een evenement waarnaar cosplayers van heinde en ver lang hebben uitgekeken (Cosplay is een Japanse subcultuur waarbij men zich verkleedt als een anime-, manga- of computerspelpersonage).

Flanders Expo is toch een tiental kilometer verwijderd van waar ik mijn Stormtrooper zag? Wat deed hij daar, zo verloren in het alledaagse universum? Waarom had hij zich losgerukt van zijn vriendjes tijdens een van die zeldzame weekends waarop hij ergens heel hard bij kon horen?

„Het is een elitaire wereld”, verklaart een cosplayer in het krantenartikel, „je wordt constant beoordeeld door je collega’s.”

Mijn Stormtrooper had vast al heel wat doorstaan op die nazomerende zaterdag. Minachtende blikken. Gesprekken die abrupt ophouden als hij langskomt. Een kras in de witte lak op zijn rug, geen oude, zeker weten. Een allergische reactie op het jeukpoeder in zijn helm. Burgerkleren om zich na de beurs weer om te kleden: gestolen. Onverwerkte gebeurtenissen uit het verleden. Slaagkansen van zelfmoord.

Klootzakken, allemaal. Dan maar planten.