Ziekenhuismaaltijden

Vorige week publiceerde tijdschrift Elsevier de resultaten van zijn jaarlijkse onderzoek naar de kwaliteit van Nederlandse ziekenhuizen. Of daarbij ook aandacht werd besteed aan het niveau van de op bed geserveerde maaltijden heb ik niet kunnen achterhalen. Nou begrijp ik natuurlijk heus wel dat wie een openhartoperatie moet ondergaan zich drukker maakt over de snijkunst van zijn behandelend chirurg dan over de cuisson van zijn daags na de operatie geserveerde slavink. Maar toch zijn die vaak zo onaantrekkelijke ziekenhuismaaltijden (waar ik niet over ga uitweiden, laat ik u de eetlust niet ontnemen) een hardnekkig probleem. Ondervoeding komt in verpleeg- en ziekenhuizen veel voor en ondanks langlopende campagnes als ‘Wie beter eet, wordt sneller beter’ is deze kwestie nog lang niet opgelost.

Tegenwoordig worden patiënten na een operatie zo snel mogelijk ontslagen. Natuurlijk is dat overwegend een financiële kwestie, maar het is inmiddels ook algemeen bekend dat patiënten thuis sneller opknappen. Echt beter worden lukt – ondanks de toewijding van het verplegend personeel – niet in die rare unheimische gebouwen, met die lelijke gangen, dat kille licht en die onmiskenbare geur van ontsmettingsmiddel en te lang gekookte groente. Daarvoor moet een mens naar buiten, waar de vogels fluiten. Naar zijn eigen bed en zijn eigen douche. Naar het huis waar de krant elke dag op de mat valt en waar het ruikt naar versgemalen koffie, roomboter en bladerdeeg.

Voor 4 personen:

bladerdeeg

2 venkelknollen

Noilly Prat

1 eetlepel crème fraîche

100 gr gerookte zalm

1 ei

Snij het kontje van de venkel en hak de stelen eraf. Bewaar de veertjes, het groene kruid dat erbovenuit steekt, als dat er tenminste nog fris uitziet. Snij de venkel in vieren en snij deze kwarten in kleine stukjes van ongeveer 1 x 2 centimeter.

Doe wat olijfolie in een koekenpan en bak hierin de venkelstukjes ongeveer een kwartier op een niet te hoog vuur, bestrooi ze met zout en peper en doe er een klein scheutje Noilly Prat bij. Bak nog even tot de alcohol verdampt is, proef of de venkel beetgaar is en roer er dan de crème fraîche en de in stukjes gesneden zalm door, plus wat van het fijngesneden kruid. Bak nog heel even en zet dan het vuur uit.

Laat het bladerdeeg ontdooien. Gebruikt u een grote rol, snij daar dan met behulp van een schoteltje mooie cirkels uit. Leg wat van het venkelmengsel in het midden, maak de randjes nat met wat water en leg er nog een ronde plak deeg bovenop. Druk de randen goed dicht. Gebruikt u van die vierkante plakjes bladerdeeg, leg er dan wat vulling op en vouw ze dubbel tot driehoeken. Kwast wat losgeklopt ei over de venkeltaartjes, leg ze op bakpapier en bak ze in ongeveer 30 minuten goudbruin in de oven (190 graden).

Roos Ouwehand

maandag: Janneke Vreugdenhil, dinsdag: Menno Steketee, woensdag: Roos Ouwehand, donderdag: Stéphanie Versteeg, vrijdag: Joël Broekaert.