Vanavond op rechtbank-tv:

De rechtspraak lijkt een definitieve stap naar openbaarheid via tv-registraties van strafzittingen te zetten. Daarmee wordt erkend dat voor veel burgers het beeld de enige informatiebron is. En vaak ook de belangrijkste bepaler van de publieke opinie.

Gisteren publiceerde een commissie in opdracht van de rechtbank Amsterdam een evaluatie van de strafzaak tegen Wilders. Die is de rechtspraak slecht bekomen – de rechtbank was slecht voorbereid, voelde zich overvallen door publiciteit, onderschatte de mediadruk. De kritiek op de Amsterdamse strafrechters raakte de rechtspraak in het hele land.

Gelukkig worden de luiken nu niet gesloten. Er wordt principieel gekozen voor de toelating van tv-camera’s. Van ‘nee, tenzij’ dienen gerechten voortaan op verzoeken van tv-journalisten te reageren met ‘ja, mits’. Die stap past in de tijd. De commissie ziet zittingszalen met standaard ingebouwde camera’s voor zich. Een themakanaal op (web)tv gewijd aan rechtspraak. En een uitgebreid aanbod van rechters die als analist op tv, en in briefings tevoren, pers en publiek kunnen voorbereiden. Ook de figuur van de rechtbankpresident als sprekend boegbeeld is herontdekt.

Als de 28 gerechtelijke instanties in dit land het advies overnemen, is dat een doorbraak. De journalist Rolph Pagano krijgt dan met zijn dissertatie uit 1992, Recht op tv, postuum gelijk. Toen werd zijn pleidooi voor volwassen tv-journalistiek in de rechtszaal nog breed weggewuifd als een inbreuk op een goede rechtspleging.

Achttien jaar later zijn de officier, de advocaat, het slachtoffer en soms zelfs de verdachte uitgebreid op tv te zien. Alleen de rechter is een statische figuur gebleven, die hooguit eens een vonnis voorleest. Maar nooit aan het werk te zien is. Daardoor kon ook de tv kijkende burger zijn verwachtingen nooit toetsen aan de realiteit. De eerste keer dat die praktijk echt zichtbaar werd, was bovendien Geert Wilders gids en lijdend voorwerp. Die viel de rechtspraak frontaal aan. Waarna het proces over de rechtspraak zelf ging – dat eindigde maar op het nippertje in gelijkspel.

Wilders komt dus de verdienste toe de rechtspraak over de tv-drempel te hebben geduwd. Daar zoekt zij nu naar steun, bij de publieke omroep en een vereniging voor ‘professionele rechtbankjournalisten’. Dat is typisch institutioneel RVD-denken dat de sfeer van de persregie bij het Huis van Oranje ademt. De mediawereld is intussen te groot en gedifferentieerd geworden om zich achter hekjes en linten te laten duwen. Objectieve kwaliteitsjournalistiek is in de mediacratie niet dominant, zo dat ooit al het geval was. Ook het beeld is gedemocratiseerd – net als de mediakanalen zelf. Die lessen moeten (ook) nog geleerd worden.