'Rutger gelooft in het conflictmodel'

Werken met Rutger Hauer, dat nemen ze hem niet meer af. Een fenomeen. Al was het vaak ook doodvermoeiend op de set van De Heineken ontvoering.

Regisseur Maarten Treurniet wilde Hauer meteen als Freddy Heineken in De Heineken ontvoering. Maar in een grijs verleden circuleerde de naam van de Britse acteur Anthony Hopkins. Toen was het idee nog om een Engelstalige film te maken met Luc Bessons’ Franse filmfabriek EuropaCorp als coproducent – een deel van De Heineken ontvoering speelt immers in Frankrijk. Treurniet: „In die tijd dachten we aan Hopkins. Je moet hem en Rutger eens naast elkaar zetten. Dat is bijna eng, net twee broers. Grappig dat toen een zekere misdaadjournalist zei dat er nog een speelfilm over de Heinekenontvoering komt, hij ook Anthony Hopkins noemde als Heineken.”

De samenwerking met Besson kwam niet van de grond, en producent Frans van Gestel zag uiteindelijk meer in een Nederlandse film. Treurniet: „Een internationale film kost snel 15 miljoen euro, dat moet je even bij elkaar harken. Nu bleven we onder de 5 miljoen. En het voelde gek, een Amsterdamse film met boeven die cockney praten. Bovendien lijkt men in het buitenland aan ondertitels te wennen. Kijk maar naar het internationale succes van die Zweedse Millenniumfilms.”

Hoe kwamen jullie bij Rutger Hauer terecht?

„Het vreemde is: het Filmfonds eiste dat hij de hoofdrol kreeg. Raar om zo op de stoel van de producer te gaan zitten, maar Rutger was ook onze eerste keus. We hadden al aangekondigd dat we hem gingen polsen. Mijn producer vond het eerst niet zo’n goed idee: hij was bang dat we Hollywood in huis haalden. Drie trailers, een enorm salaris en zo.”

En dat viel mee?

„Ja. Het ging eigenlijk heel simpel. Ik heb Rutger het script opgestuurd, daarna spraken we af in een restaurant. Enfin, we praatten daar over van alles en nog wat, Amerikaanse politiek en zijn vroegere films waarover ik details wist die hij was vergeten. Ik vroeg: wat vind je van het script? Hij: ‘ik vind het goed.’ Dus ik, brutaal: als je in Nederland nog een grote hoofdrol wilt spelen, is dit die rol. Daar moest hij even over nadenken, en toen zei hij ja.”

De samenwerking verliep niet altijd even makkelijk, horen we.

„Rutger heeft een enorm groot hart voor drama en wil de allerbeste film maken. Hij wil controle en grip op zijn rol en doet dat via het conflictmodel, een andere school dan de mijne. Zo maakte Paul Verhoeven vroeger films, geloof ik. Rutger vindt echt, en nu kan ik daar de lol van inzien, dat ware creativiteit uit conflict komt. Dan reageer je het scherpst. Wat waar is, maar je wordt er ook doodmoe van. Hij is doodongelukkig met een regisseur die hem niet aankan. Niet dat het mij altijd lukte, maar ik bood wel weerwerk.”

Waar lag het conflict?

„Vooral in het karakter van Freddy Heineken. Rutger wilde hem sympathieker maken: Heineken mocht niet schreeuwen, dat was slap, en maar één keer huilen. Oké, dan kiezen we dat moment: bij zijn vrouw in bed. Maar als Heineken een krant op tafel smijt – ‘ik wil een advertentie!’ – is dat meer mijn Heineken. Het eindresultaat is een combinatie. Neem de scène waar hij het uitmaakt met zijn vriendin. Rutger speelde dat erg gevoelig, met rode ogen: Heineken wil haar geen pijn doen. Ik monteerde, muziek eronder: het werd te veel. Dan haal ik er wat af.”

Ander conflict: Willem Holleeder verloor een kort geding tegen uw film. Bent u niet bang voor hem?

„Dan had ik deze film niet moeten maken, stom van me. Maar als mij iets overkomt, is het wel heel obvious uit welke hoek dat komt.”

En Peter R. de Vries? U zou toch eerst zijn boek verfilmen?

„Ik heb zijn advocaat beloofd mij niet uit te laten over wat er tussen ons misliep. Ik noem zelfs zijn naam niet meer. Hij is nu ‘Hij Wiens Naam Niet Genoemd Mag Worden’.”

Coen van Zwol