Radio Maria

In het tv-programma Pauw & Witteman ontstond deze week een lacherige sfeer, toen gast Mariska Orbán-de Haas, hoofdredacteur van het Katholiek Nieuwsblad, opeens de zender Radio Maria prees. Radio Maria, riepen de anderen, wat was dát nou weer, bestond het echt?

Nou en of, riep ik uit mijn stoel, want ik kon het weten – dankzij een triviale omstandigheid. Onze wekkerradio wekte mij het afgelopen jaar elke morgen met een uitzending van Radio Maria. Dan klonk er weer een sombere boodschap van een of andere pater of broeder, die ons streng waarschuwde voor de verlokkingen van de duivel, of de oproep van een missionaris om hem te steunen bij zijn zware bekeringsarbeid.

Door een mankement aan de radio waren we niet in staat op een andere zender af te stemmen, en dus had elke morgenstond voor ons een dubbele gesel in de mond: de onvermijdelijke noodzaak van het opstaan plus die altijd zo mistroostig klinkende religieuze boodschappen. Ik ging er vaak erg van vloeken.

Sindsdien weet ik dat Radio Maria bestaat, en ook dat zij (ik spreek liever niet van een hij) niet zo snel zal vergaan, want het zijn toegewijde vrijwilligers die haar runnen. De zender zendt 24 uur per dag uit in Nederland (675 AM) en Vlaanderen (FM) en is aangesloten bij de World Family of Radio Maria, een overkoepelende organisatie met wereldwijd 50 Radio Maria-stations en een bereik van 30 miljoen luisteraars. Hallo Wereldomroep, zijn jullie daar nog?

De uitzendingen bestaan hoofdzakelijk uit live-eucharistievieringen, gebeden, religieuze muziek en gesprekken met geestelijken.

De zender heeft een uitgesproken zelotische inslag. Mijn hemel! Het was alsof ik terug werd gekatapulteerd naar de jaren vijftig. Dat dit nog bestond! De zedige, vrome omroepstersstemmen, de loden ernst, de kunstmatige blijmoedigheid, het gebrek aan kritische zelfreflectie. Hier sprak een sekte, een rooms-katholieke sekte.

Alles lijkt maar om één streven te draaien: het bereiken van eigen en andermans heiligheid. „De mensen kunnen hun heiligheid bereiken als ze hun werk opdragen aan de Heer”, zegt monseigneur Stefaan van Calster. „Je kunt je hele leven elke dag aan de Heer opdragen. De kapelletjes helpen ons daarbij…”

En Maria, wat heeft zij ermee te maken? Van Calster: „Zij heeft voorgeleefd, zij is de bestemming, zij is de ster die ons is voorgegaan in de veilige haven.”

Radio Maria wil evangeliseren en bekeren. Je kunt er niet vroeg genoeg bij zijn. Ik beluister een uitzending waarin een half uur wordt gepraat over de zogeheten kleuterkerk, een initiatief om kleuters van drie tot zes jaar godsdienstig besef bij te brengen via gebedsviering. „Steeds dezelfde liedjes en rituelen, dat is veilig”, zegt een leidster. Een kinderkoor zet in: „Kom in de kring van Gods gezin.”

Ik krijg er een nogal onveilig gevoel bij, maar ik wil aannemen dat zo’n zender troost en geborgenheid biedt aan hen die daar behoefte aan hebben. Er is veel telefonische interactie met vaak oudere luisteraars.

Een stem in de studio zegt: „We bidden voor alle vervolgde christenen, voor de achterneef die aan een zware depressie lijdt, maar ook voor een familielid dat beter met de anderen moet omgaan, voor een zwaarmoedig iemand, voor een gezin in Florida dat het moeilijk heeft, voor Thea die op een betere psychische gesteldheid hoopt en ook voor haar maag en darmen.”

Zonder leed zou er geen Radio Maria zijn.