Noodlot dient zich aan in fagotnoten

Opera

Oedipe van Enescu, Symfonieorkest en koor van de Munt o.l.v. Leo Hussain. Regie: Àlex Ollé. Gezien: 23/10, Munt, Brussel. Herh. t/m 6/11. ****

Bij geboorte is Oedipus voorbestemd zijn vader te doden en zijn moeder te huwen. Uit alle macht vecht hij tegen deze predestinatie, maar het noodlot kan natuurlijk niet worden afgewend. Wanneer Oedipus zich van zijn misdaden bewust wordt, steekt hij zijn eigen ogen uit. Gratie volgt na een lange lijdensweg.

Van deze ongelijke strijd maakte de Roemeense componist George Enescu de traag stromende en helaas zelden uitgevoerde opera Oedipe (1936), waarin het fatum zich meteen aandient in duistere fagotnoten. De nieuwe, zij het roestbruine productie van regisseur Àlex Ollé in de Brusselse Muntopera past prachtig bij de muziek. Zoals de vormgeving antieke monumentaliteit combineert met moderne elementen (een Freudiaanse sofa, een klein gevechtsvliegtuig), zo laat dirigent Leo Hussain de archaïsche houtblaassolo’s mooi versmelten met ondoorgrondelijke postwagneriaanse harmonieën.

Bij die audiovisuele pracht valt bariton Andrew Schroeder (die de titelrol deelt met Dietrich Henschel) een beetje in het niet. Zijn stem heeft een bescheiden projectie, en zijn Oedipus lijkt soms eerder flegmatisch dan opstandig. De nadruk komt zo nóg meer te liggen op de dwingende omstandigheden waarin de enkeling spartelt en verdrinkt.