Niemand geeft Sarkozy ongestraft kritiek

Als het op het laatste nippertje niet opnieuw wordt uitgesteld, spreekt de Franse president Sarkozy morgenavond via tv voor de tweede keer dit jaar tot de bevolking. Niets is aan het toeval overgelaten: het Elysée regisseert zelf de show.

French right-wing UMP presidential candidate Nicolas Sarkozy rides a horse and leads bulls during a visit in the southern city of Saintes-Marie de la Mer, 20 April 2007. AFP PHOTO THOMAS COEX AFP

Op een Franse perskaart zou een waarschuwing moeten staan: een kritische opmerking over de president kan uw journalistieke carrière ernstige schade toebrengen. Of toch op zijn minst een pijnlijke scheldkanonnade vanuit het Elysée bezorgen, door meneer de president of, als dat zo uitkomt, mevrouw de president.

Dat zal beide interviewers die Sarkozy waarschijnlijk morgenavond spreken niet overkomen, als de president voor de tweede keer dit jaar de bevolking toespreekt. Maar dat is in het verleden genoeg gebeurd.

Vraag het Alain Genestar, ooit hoofdredacteur van het populaire weekblad Paris Match. Een foto op de cover van het blad van Cécilia Sarkozy, in de armen van haar nieuwe liefde, kostte hem zijn baan, nog voor Sarkozy president werd. Arnaud Lagardère, eigenaar van het blad, is een goede vriend van Sarkozy.

Vraag maar aan Christophe Barbier, hoofdredacteur van het weekblad L’Express. Een reeks kritische coververhalen over Sarkozy, in de zomer van 2010, leverden hem een telefoontje op van Carla Bruni. Het was, aldus Barbier, een pittige bolwassing, getuigend van onvervalst Italiaans temperament.

Vraag maar aan Franz-Olivier Giesbert, hoofdredacteur van het centrum-rechtse weekblad Le Point, een monument in de Franse journalistiek. Hij kreeg van Sarkozy persoonlijk te horen dat hij zich ‘met hem zou bezighouden’, volgens insiders het favoriete dreigement van de president. Op de eigenaars van Le Point en van tv-zenders waar Giesbert wel eens te gast is, werd druk uitgeoefend om deze ‘rioolrat’ en ‘stinkende pervert’ te ontslaan. Tevergeefs. Giesbert is het ondertussen gewend dat zijn telefoon wordt afgeluisterd, en dat de belastinginspectie bijzondere aandacht voor hem heeft. „In Frankrijk hoort dat bij het vak.” Giesbert kan er nog om lachen.

Dat is minder het geval voor Patrick Poivre d’Arvor, bekend als PPDA. Hij maakte van het achtuurjournaal op TF1 het best bekeken journaal van Europa, met een marktaandeel van 34 procent in een erg concurrerende markt. PPDA mag dan ook als een van de eersten de pas verkozen president interviewen in 2007. Hij omschrijft Sarkozy als „licht opgewonden, als een kleine jongen die eindelijk met de groten mag meedoen” en als „gejaagd”, voor 12 miljoen tv-kijkers. Een paar dagen later krijgt PPDA al kritiek van Martin Bouygues, de grote baas van TF1, die hem laat weten dat de president niet meer naar de zender wil komen. Enkele maanden later krijgt PPDA te horen dat voortaan iemand anders het achtuurjournaal zal presenteren: Laurence Ferrari. Officiële reden: verjonging, vervrouwelijking. Toen PPDA, ooit een vriend van Sarkozy, hem vroeg waarom hij nooit een telefoontje kreeg na zijn ontslag, was het eerlijke antwoord van de president: „Dat zou zijn als de moordenaar die terugkeert naar de plek van de misdaad...”

Na het presidentiële interview van morgenavond staat er geen misdaad op het programma. Daar heeft Sarkozy zelf voor gezorgd. De zenders, dag en tijdstip, de plaats, het productiehuis, de journalisten én de regisseur: allemaal gekozen door de president zelf. Want een half jaar voor de verkiezingen, die hij volgens peilingen dreigt te verliezen van de socialistische kandidaat François Hollande, mag niets aan het toeval worden overgelaten.

De keuze voor de uitzending viel op TF1 en France2. Logisch, de grootste privézender en de grootste publieke omroep. De keuze voor de journalisten viel op Yves Calvi en Jean-Pierre Pernaut. Die laatste, die op TF1 het middagjournaal presenteert, is de favoriete journalist van de president. Pernaut staat bekend als doodbraaf en gezagsgetrouw. Calvi, een bekende van Bruni die debatprogramma’s leidt op France2 en France5, staat ook niet echt bekend om zijn pittige vragen.

De plaats van het interview: een sobere salon in het Elysée, geen helverlichte tv-studio. De productie is in handen van Maximal Productions, 100 procent eigendom van de groep Lagardère. Die van Paris Match, inderdaad. En ook de regisseur is geen onbekende van de president. Renaud Le Van Kim organiseerde tijdens de verkiezingscampagne van 2007 meetings voor... Nicolas Sarkozy.

TF1 en France2 laten zich flagrant misbruiken, meent Jean-François Téaldi van de journalistenafdeling van de vakbond CGT. „Als Berlusconi dit doet in Italië, zeggen we dat het een bananenrepubliek is. Nu het hier gebeurt, schrijft er niemand over.” Dat laatste is niet helemaal waar. De onderzoekswebsite Mediapart schreef er als eerste een kritisch bericht over, wat bescheiden werd overgenomen door andere media die als links of progressief bekend staan, zoals Le Monde, Libération of Le Nouvel Observateur. Het is alsof de Franse media zich er niet meer over verbazen.

In Le Figaro was het tevergeefs zoeken naar dit nieuws. De krant is sinds 2004 in handen van Serge Dassault, de man die meent dat kranten er zijn om verstandige ideeën te verspreiden, en die van links zijn niet verstandig. Er mag eens een kritische reportage door de mazen van het net slippen, maar in de politieke verslaggeving, de commentaren en opinies zal je geen onvertogen woord lezen over het beleid van de president. Zakenman Dassault is niet alleen een persoonlijke vriend van Sarkozy, hij is ook senator namens diens regeringspartij UMP. Het commentaar voor Le Figaro van vrijdagochtend kan nu alvast worden geschreven: de president heeft het volk in heldere bewoordingen uitgelegd voor welke uitdagingen het land staat, en hoe de president het land met krachtdadig beleid door de crisis zal leiden.