MuseumgoudA wees bod van verzamelaar op Dumas af

MuseumgoudA is, voordat het schilderij The Schoolboys van Marlene Dumas door Christie’s in Londen werd geveild, benaderd door een Nederlandse particulier die het werk wilde kopen om in bruikleen te geven aan een ander Nederlands museum. Hij bood het museum 800.000 euro voor het werk, maar het museum wilde het niet onderhands verkopen.

Het werk werd uiteindelijk op de veiling verkocht voor 1,2 miljoen euro aan een buitenlandse particuliere verzamelaar, vermoedelijk uit Azië. Het museum, dat in geldnood verkeerde, hield aan de veiling iets minder dan een miljoen euro over.

De leden van de Nederlandse Museumvereniging besloten vorige maand dat MuseumgoudA uit hun vereniging moet worden gezet, omdat het werk niet eerst is aangeboden aan een ander museum. De leden vinden dat het museum daarmee de Leidraad voor afstoting van museale collecties (LAMO) heeft geschonden.

Museumdirecteur Gerard de Kleijn bevestigt dat er een Nederlandse particulier is geweest die het schilderij voor de veiling wilde kopen. Het contact kwam tot stand na bemiddeling van Siebe Weide, directeur van de Nederlandse Museumvereniging.

De Kleijn noemt een aantal overwegingen waarom het museum niet op het bod inging. „Het contact kwam pas tot stand op het moment dat het werk al in de etalage lag bij Christie’s in Londen. Bovendien staat in de LAMO dat verkoop via een openbare veiling de voorkeur geniet boven onderhandse verkoop.”

Daarnaast vond hij het onduidelijk wat de motieven van de particulier, die anoniem wil blijven, waren. „Voor mij was niet helder of het zuivere koffie was. Ik heb aan Siebe Weide gevraagd of het een bonafide partij was, maar dat kon hij me niet vertellen.”

Ook bij de voorkeuren van de anonieme koper had Kleijn bedenkingen. „De man was niet bereid tot langdurig bruikleen, waarmee in museale kringen wordt bedoeld: twintig jaar of langer. Ik noem hem met opzet een opkoper en geen verzamelaar. In het telefoongesprek dat ik met hem had bleek dat hij het werk enkele jaren in een museum wilde laten hangen. Dat is een methode waarmee je de prijs van een werk kan laten stijgen.”

Weide zegt dat hij de partij, die zich via een tussenpersoon bij hem meldde, niet kende en niet zelf gesproken heeft.

Het bedrag dat de particulier wilde betalen was even hoog als het garantiebedrag dat Christie’s bood: 8 ton. De Kleijn stelde voor daarop voor dat hij op de veiling zou meebieden. Het is niet bekend of hij dat gedaan heeft.

Volgens museumdirecteur De Klein had zijn museum ook problemen gekregen met de leden van de Museumvereniging als het schilderij aan deze particulier was verkocht. „Ook dan hadden we het verwijt gekregen dat het werk uit het openbaar kunstbezit is verdwenen. Als we deze deal hadden gesloten, had dat ons niet gevrijwaard van sancties.”