Met groene energie op weg naar de top

Voetbalclub FC Groningen wordt het uithangbord van duurzame energie in Noord-Nederland. De begroting stijgt flink. Directeur Hans Nijland spreekt al hardop over de landstitel.

SportphotoAgency.com/ Erwin Ot>

Wie het precies was valt veertig jaar na de oprichting lastig te achterhalen, maar degene die in 1971 bedacht dat de nieuwe profclub FC Groningen in het groen moest gaan spelen, verdient alsnog een standbeeld. Als het aan algemeen directeur Hans Nijland ligt.

Met een kleur als voornaamste wapen wil FC Groningen de komende jaren de aanval openen op de top van de eredivisie. Duurzame energie, biogas en wind in de strijd tegen Ajax, PSV en Feyenoord. „Duurzaamheid is het thema van deze eeuw. Wij willen de groenste club van Nederland worden”, zegt Nijland in zijn kantoor in Euroborg, de volledig groen geschilderde thuishaven van FC Groningen. Door de ruiten knalt de felle steunkleur van duizenden tribunestoeltjes naar binnen.

De kleur is hot. En levert geld op, denkt FC Groningen. Want de voetbalclub wordt de komende jaren het uithangbord van een ambitieus project dat 200.000 inwoners van de stad Groningen in 2020 moet voorzien van duurzame energie. Dat gebeurt vanuit Europapark, het bedrijventerrein rondom Euroborg, dat zelf ook gaat meehelpen, met windmolens en zonnepanelen op het stadiondak. Bij het project zijn verschillende grote bedrijven in Noord-Nederland betrokken, niet toevallig allemaal gespecialiseerd in duurzaamheid en energie. De nieuwe Essent speelt een belangrijke rol, samen met ‘rugsponsor’ Energy Valley Topclub, een netwerk van Gasunie, GasTerra, Essent, BAM, Imtech en Groningen Seaports.

Het mes snijdt aan twee kanten, zegt Nijland, die jaren zocht naar manieren om de begroting van zijn club naar een landelijk concurrerend niveau te tillen. Zoals AZ lukte in zijn aanval op de topdrie, gevolgd door FC Twente. „Wij hoorden altijd: FC Groningen is subtop en blijft subtop, want de grote bedrijven en de beslissers zitten allemaal in de Randstad. Dat is dus niet waar. De energiesector is nergens zo sterk vertegenwoordigd als in Noord-Nederland. Hier, en in de Eemshaven, wordt de komende jaren voor miljarden geïnvesteerd.”

FC Groningen voetbalde altijd al op de gasbel van Slochteren. Dus had Nijland de link met de noordelijke energiesector zelf al lang gelegd. Hij wierp vaak zijn hengel uit, maar de vissen hapten nooit toe. ‘Wij doen in gas, niet in gras’, kreeg hij in 1996 te horen toen hij, als beginnend commercieel directeur, Gasunie probeerde te interesseren voor sponsoring. „Toen ik belde zei men meteen: ‘U mag koffie komen drinken, maar we gaan niks doen met FC Groningen’. Ik dacht nog: dat wordt een vet contract. Maar het bleef bij twee koppen koffie.” Voetbal was nu eenmaal niet de niche waarin Gasunie zich wenste te bewegen.

Hoe anders gaat dat nu in Groningen, vijftien jaar later. „Het is een andere tijd. Dit hele concept, groen en duurzaam, heeft de zaak veranderd. Nog maar anderhalf jaar geleden bracht commissaris van de koningin Max van den Berg de partijen voor het eerst bij elkaar, bij FC Groningen. Nu is iedereen enthousiast.”

Voor de energiepartijen is FC Groningen interessant, omdat de bedrijven via de volksclub in contact komen met de maatschappij. Niet alleen komen bij thuisduels steevast 22.500 fans naar de ‘Groene Kathedraal’, aan FC Groningen zijn niet minder dan duizend ondernemingen gelieerd. Daarmee vormt de club één van de grootste zakelijk platforms van Noord-Nederland. „De bedrijven in de energiesector in het noorden zijn hard op zoek naar jonge mensen met een technische achtergrond. Via FC Groningen kunnen ze die makkelijker bereiken.’’

FC Groningen als uithangbord, Euroborg als banenmarkt. En conferentiecentrum: voorafgaand aan de thuiswedstrijd tegen Ajax, eerder deze maand, haalde de hoofdsponsor tal van cliënten naar het stadion voor een congres over biomassa.

FC Groningen is niet de enige club die van het project profiteert. Ook de drie andere topsportclubs in Groningen, Lycurgus (volleybal), de Flames (basketbal) en Nic (korfbal) worden inmiddels gesponsord door Energy Valley. Nijland: „Wat dat betreft zijn we een soort ‘klein Barcelona’ geworden, met vier sporten. Maar hoewel we veel samenwerken, bijvoorbeeld op medisch en commercieel gebied, behouden de clubs hun identiteit.”

Om het goede voorbeeld te geven leeft men in Euroborg zelf inmiddels al een stuk ‘groener’. De negen busjes waarmee jeugdvoetballers van de club dagelijks worden vervoerd, rijden allemaal op groen gas. „Daarna volgden de directie en de technische staf. Per jaar rijdt FC Groningen nu 1 miljoen kilometer op groen gas.”

Ook in het stadion worden maatregelen genomen om energie te sparen, zoals, binnenkort, waterloze toiletten. Het energieverbruik is volgens Nijland met 50 procent teruggebracht, bijvoorbeeld door te besparen op de veldverwarming onder de grasmat. „Die sloeg automatisch aan zodra een bepaalde temperatuur werd bereikt. Nu zetten we de veldverwarming alleen aan als we binnen een paar dagen thuis spelen. In de winter spelen we soms een hele maand niet in Euroborg.” Voor de verwarming van het veld wil de club binnenkort energie gebruiken die wordt gehaald uit de restwarmte van een afvalberg. Zo gaat de club stapsgewijs van CO2-neutraal via energieneutraal naar energieopwekkend.

FC Groningen omarmt de groene golf niet alleen voor het imago. Het moet de volksclub ook de landelijke uitstraling geven die het zo graag wil. De voortekenen zijn gunstig, zegt Nijland. Zo is de club in gesprek met multinational Siemens. „Die zouden zonder dit concept niet geïnteresseerd zijn in FC Groningen.”

De samenwerking met de ‘groene partners’ moet leiden tot financiële en sportieve groei. Met een begroting van 17 miljoen euro is FC Groningen de laatste zes jaar uitgegroeid tot een vaste waarde in het ‘linkerrijtje’, met soms plaatsing voor Europees voetbal. Maar de laatste sprong vergt nieuwe investeringen.

„Die begroting moet binnen vijf jaar naar 25 miljoen. De doelstelling is dit seizoen: Europees voetbal. De volgende stap is een vaste plek in de topvijf. Maar nu we het grotere bedrijfsleven aan ons weten te binden, kan dat ook.” Om de Groningse ambitie nog maar eens aan te geven, voorspelt Nijland: „Ik sluit dan ook niet meer uit dat we een keer kampioen kunnen worden.”