‘Kuifje’ is verbluffend en subtiel

Het is met de nieuwe Kuifjefilm als met het terugzien van een oude liefde. Jaren geleden heb je samen de spannendste avonturen beleefd en de meest exotische oorden bereisd, en dan staat hij opeens weer voor je.

Een beetje ouder en dikker misschien. Maar vooral: echter dan echt. Alsof je fantasie voor je ogen gematerialiseerd is. Steven Spielberg en Peter Jackson hebben goed begrepen wat voor schok het weerzien met Kuifje in Tintin. The Secret of the Unicorn teweeg kan brengen. Dus bouwen ze het langzaam op. Eerst verschijnt hij in de titelsequentie van de film in silhouet, zoals we hem kennen uit de stripboeken van Hergé. Dan loopt die tweedimensionale wereld organisch over in het computer geanimeerde 3D-universum dat Spielberg en Jackson bedachten.

Het begint allemaal op de rommelmarkt uit het album Het geheim van de eenhoorn waar Kuifje zich door een sneltekenaar laat portretteren. Daar maken we rustig kennis met de wetten van de animatiewereld, met het idyllische jarenveertigdecor, met de zakkenroller die alle gebeurtenissen in beweging zet, en met Jansen en Janssen, die klunzende detectives die als komische sidekicks werken in het leven van de nogal serieuze en altijd een beetje bleue journalist Kuifje.

Nouveauté van de film is dat alle personages op de mimiek en gestiek van echte acteurs zijn gebaseerd, die van deze Jans(s)ens bijvoorbeeld op de Britse komieken Simon Pegg en Nick Frost. Hun bewegingen zijn vastgelegd met de zogenaamde motion capture-techniek, die Jackson voor het eerst op grote schaal inzette om het wezen Gollum in zijn Lord of the Rings-trilogie tot leven te laten komen, en daarna verfijnd werd in bijvoorbeeld Avatar. Maar waar het daar om fantastiewezens ging, zijn Kuifje en zijn vrienden toch min of meer echte mensen, althans zo echt als je je op grond van de strips kunt voorstellen. En omdat de strips met hun beroemde klare lijn zo strak en sturend zijn getekend, is het even wennen. En dan, pas dan, als je ogen akkoord zijn gegaan met de stijl van de film, dan pas komt Kuifje in beeld. „Ik denk dat-ie zo wel een beetje lijkt”, zegt de tekenaar en draait het portret om: nogmaals een hommage aan de stijl van Hergé.

Dan zwenkt de camera naar de 3D-Kuifje. En daar is-ie dan. Wie dan niet om is, zal door de film niet verder worden overtuigd. Niet erg. Je kunt de rest van de middag ook heel goed met een stapel strips op de bank doorbrengen.

Spielberg en Jackson volgen grotendeels de plotlijnen van de vervolgalbums Het geheim van de eenhoorn en De schat van Scharlaken Rackham met een intermezzo in Noord-Afrika dat aan De krab met de gulden scharen is ontleend. Er is een schat. En die moet worden gevonden. En er zijn dus ook schurken die de schat ook willen vinden. De nadruk ligt op actie en spektakel, en woeste achtervolgingen met auto’s, boten en watervliegtuigen, terwijl geen moment concessies worden gedaan aan Hergés perspectieven. De 3D-animaties zijn verbluffend en subtiel, je hebt zelden het gevoel dat je naar de technische rollercoaster zit te kijken die de film óók is.

De échte sterren zijn Andy Serkis als Kapitein Haddock en het hondje Bobbie. Met zijn alcoholische complotten krijgt Haddock ruim baan om wat subversieve elementen aan de film toe te voegen. Die doen hopen dat de brave familiefilmer Spielberg het project weliswaar op de rails zette, maar dat de minder aangepaste Jackson er in toekomstige vervolgdelen mee aan de haal zal gaan.