Koninklijke sloop dichterbij

Twee boerderijen op landgoed De Horsten, die koningin Beatrix wil laten slopen, zijn geen monument. Dat heeft Wassenaar na nieuw onderzoek vastgesteld.

foto Johannes van Assem 08-09-2010 wassenaar Boerderijen achter landgoed de horsten waar Willem Alexander woont met zijn gezin. De boerderijen moeten plaats maken voor nieuwbouw.

Wassenaar. - Mooi wil hij ze niet noemen. De twee uit de wederopbouwperiode daterende boerderijen op De Horsten zijn geen „architectonische hoogstandjes”, erkent Leo Dubbelaar, secretaris van erfgoedvereniging Cuypersgenootschap. Toch probeert Dubbelaar de sloop te voorkomen van de boerderijen op het landgoed van de koninklijke familie in Wassenaar. Ze zijn van „cultuurhistorisch belang”, zegt hij.

De koninklijke familie wil de boerderijen vervangen door nieuwe gebouwen. Doel is het verliesgevende landgoed, privé-eigendom van koningin Beatrix, „minimaal financieel break-even te laten draaien”, stelt de Rijksvoorlichtingsdienst. Over de hoogte van het jaarlijkse tekort worden geen mededelingen gedaan. In de zomer van 2010 vroeg de koningin een sloopvergunning voor de twee boerderijen aan.

Het college van burgemeester en wethouders van Wassenaar besloot gisteren de twee boerderijen, die al enige jaren leegstaan, niet als gemeentelijk monument aan te wijzen, tegen de wens van Dubbelaar in. Voor gebouwen zonder monumentale status is het eenvoudiger om een sloopvergunning te krijgen. De sloop van de boerderijen is gisteren dus een stap dichterbij gekomen.

Dubbelaar vindt dat het gemeentebestuur de oren laat hangen naar de wensen van de koninklijke familie. Volgens hem wilde de welstandscommissie van de gemeente de twee boerderijen eerst laten aanwijzen als monument. „Maar toen bleek dat de koninklijke familie wilde slopen, was de wethouder zo om.”

De gemeente erkende een jaar geleden dat de procedure rond de status van de boerderijen niet goed was verlopen. Omdat de gemeente beseft hoe gevoelig vastgoedprojecten van de koninklijke familie liggen – zie de ophef rond de villa in Mozambique – liet Wassenaar de procedure overdoen. De gemeente schakelde een extern bureau in, dat concludeerde dat de boerderijen het niet waard zijn behouden te blijven. Een van de grootste en oudste erfgoedverenigingen van Nederland, Heemschut, concludeerde dat ook. In een ‘waardestelling’ constateert Heemschut dat de boerderijen niet zeldzaam zijn: in de wederopbouwperiode zijn verspreid over het land meer dan achtduizend van zulke boerderijen gebouwd.

Dat kan zo zijn, werpt Dubbelaar tegen, maar in de omgeving van Wassenaar zijn nauwelijks boerderijen uit de wederopbouwperiode te vinden. „De ligging is belangrijk.”

Heemschut – waarvan Beatrix de beschermvrouw is – betitelt de „met minimale middelen gebouwde” boerderijen op De Horsten als „matig” en van „beperkte architectonische kwaliteit”. De gebouwen hebben na zo’n vijftig jaar „hun dienst bewezen en zijn op”, meent Heemschut. Het Cuypersgenootschap wordt in de strijd voor de boerderijen wel gesteund door de stichting Historisch Centrum Wassenaar.

Dubbelaar hoopt nog altijd op een compromis, vertelt hij bij de voordeur van een van de boerderijen. Uit de dakgoot groeit een struik, ramen zijn kapot en er zit een scheur in de buitenmuur. Dubbelaar kijkt door dat achterstallige onderhoud heen. „Met gebruik van de huidige bouw kan je prachtige villa’s bouwen.”