'Ik was op slag fan van Kuifje'

Na een decennium van vooral serieuze films was Steven Spielberg toe aan iets lichters. ‘Kuifje’ wilde hij al dertig jaar verfilmen, maar pas nu is de techniek goed genoeg. „Ik had een straaltje zonlicht nodig.”

Er valt wat te vieren voor de ‘koning van Hollywood’, zoals regisseur Steven Spielberg wel genoemd wordt: The Adventures of Tintin. Secret of the Unicorn, zijn verfilming van de Belgische strip Kuifje, is zijn 25ste film.

Spielberg maakte zijn debuut als regisseur met de film Sugarland Express in 1974, en scoorde enorme hits met Jaws, E.T., Close Encounters of the Third Kind en de filmreeksen Jurassic Park en Indiana Jones. Hij won twee keer een Oscar als beste regisseur, met de oorlogsdrama’s Schindler’s List en Saving Private Ryan. En nu keert Spielberg terug naar het soort avonturenfilms dat hem zijn roem bracht: Kuifje is gemaakt in de geest van de Indiana Jones-films.

Behalve dat hij een aantal van de grootste kaskrakers in de filmhistorie regisseerde, produceerde Spielberg ook nog een serie filmhits voor andere regisseurs – de Men In Black-films, de trilogie Back to the Future en Toy Story en Zorro-films zijn enkele van zijn 130 filmproducties. De regisseur is nog niet van plan met pensioen te gaan als hij in december dit jaar 65 wordt. Met Kerst gaat zijn film War Horse in première, over een jongen die de Eerste Wereldoorlog ingaat om bij zijn paard te blijven. En hij werkt aan de film Lincoln over het leven van de Amerikaanse president Abraham Lincoln, met Daniel Day-Lewis in de hoofdrol, die volgend jaar Kerst op de rol staat. In San Diego vertelt Spielberg over zijn 25ste film, Tintin, en zijn carrière.

‘Tintin’ is gebaseerd op drie Kuifjestripboeken: ‘Het geheim van de Eenhoorn’, ‘De krab met de gulden scharen’ en ‘De schat van Scharlaken Rackham’. Wat voor film levert dat op?

„Een groot avontuur. Het is een compact detectiveverhaal, een moordmysterie en ook nog erg grappig als het nodig is.”

De film is gemaakt in co-productie met Peter Jackson, de regisseur van de ‘Lord of the Rings’-trilogie; hij gaat ook het vervolg op deze Kuifjefilm regisseren. Hoe is de samenwerking tot stand gekomen?

„Ik heb Peter gebeld om de fijnere kneepjes te bespreken van de motion capture-techniek, die hij heeft gebruikt om zowel de Gollum in The Lord of the Rings te creëren als Kong in King Kong. Ik wilde zijn advies over hoe we het beste Bobbie, de hond van Kuifje konden maken. Toen bleek dat Peter zijn hele leven al Kuifjefan is. Vanaf dat moment werkten we samen.”

Twee Oscar-winnende regisseurs die samen aan een film werken: gaat dat wel goed?

„Werken met Peter was als werken met je broer. Het ging heel, heel soepel. Ik ben de regisseur van deze film, maar wat betreft script en animatie, art direction, kleur en toon, is het ons beider film.”

Hoe kwam u op Kuifje?

„Ik heb voor het eerst van Kuifje gehoord toen een filmrecensent in een Frans blad Indiana Jones in Raiders of the Lost Ark met hem vergeleek. Hoewel er wereldwijd in de afgelopen 82 jaar meer dan 200 miljoen Kuifjealbums verkocht zijn, is hij in Amerika niet bekend. Ik heb toen Franstalige albums besteld, en werd meteen fan. Ik denk dat dat komt omdat ik me identificeer met hem: Kuifje neemt niet genoegen met nee als antwoord. Dat is ook het verhaal van mijn leven.”

U kocht de filmrechten al in 1983. Waarom duurde het een kwart eeuw om een Kuifjefilm te maken?

„We kregen het script maar niet goed. Je hebt Jacques Tati-achtige humor nodig en herkenbare, goed getekende personages. Oorspronkelijk hadden we het idee voor een live action-film, maar toen kwam Peter met het idee er een 3D-computeranimatiefilm van te maken. Met live action heb je acteurs nodig die doen alsof ze Kuifje en kapitein Haddock zijn. Dan moet je mensen casten die lijken op die figuren. Maar dat voelt toch niet zoals de Kuifje die Hergé tekende. Met computeranimaties konden we Hergés wereld echt tot leven brengen, de karikaturale gezichten behouden, en alles in de tekenstijl van Hergé houden. Op die manier konden we zo dicht mogelijk komen bij wat Hergé tekende, zijn scheppingen en stijl in ere houden.

„De motion capture-techniek maakt het me mogelijk om in de virtuele wereld met de Kuifjefiguren te stappen, in locaties die we met de computer geschapen hebben. Zo kon ik de regie toch als een live action-film benaderen. Ik had de camera in mijn hand en ik kon de wereld van Kuifje zien, terwijl ik de acteurs op een toneel regisseerde, in die hybride wereld.”

Jamie Bell speelt Kuifje, Daniel Craig is de schurkachtige piraat Scharlaken Rackham en Andy Serkis is kapitein Haddock. Ze speelden hun rollen in pakken die al hun bewegingen en gezichtsuitdrukkingen met sensors volgden, als de basis voor de 3D-computeranimatie. Beperkte dat hen niet?

„Wat de omgeving of de kostuums ook zijn, het komt allemaal neer op acteurs die elkaar in de ogen kijken. Dat is waar de waarheid verteld wordt, en dat is waar al het drama en de komedie vandaan moeten komen. De acteurs hebben elkaar gewoon nodig om te acteren. Ook al hadden ze motion capture-bodysuits en hadden ze een cameraatje op hun hoofd geplakt en groene stippen op hun gezicht – nadat ze daar tien minuten om gelachen hadden en eraan gewend waren, speelden ze hun rol als de Kuifjepersonages.”

Veel mensen vonden de levenloze computeranimaties van menselijke beweging in films als ‘The Polar Express’ en ‘A Christmas Carol’ maar niks. De CGI- film ‘Mars Needs Moms’ flopte onlangs. Bent u niet bang dat mensen hun buik vol hebben van zulke computeranimatiefilms?

„Nee. De techniek is van Polar Express tot Avatar flink ontwikkeld. En de stijl van een film is bij lange na niet zo belangrijk als de personages, het verhaal en de plot. Als een film ‘werkt’, ben je als publiek hopelijk niet echt bezig met hoe die gemaakt is. Een goed verhaal vertellen is het belangrijkst.”

Na een decennium van donkere films, over de Holocaust, de Afrikaanse slavenhandel en de Tweede Wereldoorlog, richt u zich nu weer op lichtere kost. Twee jaar geleden maakte u een vierde Indiana Jones film, en nu Kuifje.

„Na al die donkere films had ik weer een straaltje zonlicht nodig, en daar wilde ik me een tijdje in koesteren.”