Het jargon van de eurocrisis: een verklarende woordenlijst

Het euro-teken voor het gebouw van de Europese Centrale Bank in Frankfurt. Foto AP / Michael Probst

De regeringsleiders komen vanavond bijeen om te beslissen over leven en dood van de Europese muntunie. Op nrc.nl doen we uitgebreid verslag van de EU-top. De economieredactie van NRC maakte een verklarende woordenlijst bij het jargon van de eurocrisis.

Bailout

Letterlijk: uitkopen. Hier gebruikt als term om een euroland te redden via het opkopen van staatsobligaties en het verstrekken van leningen. Een bailout mag officieel niet volgens het Verdrag van Maastricht. Vandaar dat allerlei complexe technische omwegen verzonnen zijn. Voorbeeld: de Europese Centrale Bank mag niet rechtstreeks staatsobligaties afnemen van probleemlanden.

EFSF

Het Europese noodfonds EFSF (European Financial Stability Facility) is in juni 2010 opgericht door de Europese Commissie, de lidstaten en het IMF om probleemlanden in de eurozone te helpen. In het EFSF zit inmiddels 780 miljard euro. Dat is te weinig om de probleemlanden jarenlang van geld te voorzien. Daarom wordt nu gesproken over verhoging van het EFSF.

Garanties

Het noodfonds EFSF zit niet vol met geld van de lidstaten, maar kan toch staatsobligaties opkopen omdat de uitgaven van het fonds gegarandeerd zijn door de lidstaten. Dat betekent dat de lidstaten beloven financieel bij te springen als het EFSF in problemen zou komen. Omdat het fonds zo goedkoop mogelijk geld wil kunnen lenen op de kapitaalmarkten, garanderen de lidstaten zelfs meer dan het fonds mag uitgeven. Zo wordt elke euro EFSF-geld ‘afgedekt’ door 1,77 euro aan garanties.

Haircut

Letterlijk: knipbeurt. Hier bedoeld als afwaardering. Om Griekenland van zijn hoge schuldenlast (340 miljard euro) af te helpen, kan worden afgesproken een deel van die schuld kwijt te schelden. Voor elke euro die een land of bedrijf aan Griekenland heeft uitgeleend, krijgt het dan bijvoorbeeld maar 40 cent terug (afwaardering: 60 procent). De financiële markten houden al een tijd rekening met zo’n afwaardering. Griekse schuld met een looptijd van 10 jaar wordt verhandeld tegen 33 procent van de nominale waarde, ofwel een afwaardering van 67 procent.

Leverage

Technische term, letterlijk ‘hefboomwerking’. Hier bedoeld als oplossing waarmee het noodfonds EFSF meer staatsobligaties kan opkopen met hetzelfde bedrag aan garanties. Daarvoor wordt een speciaal beleggingsvehikel opgericht dat met geleend geld aan de slag gaat.


Recap

Afkorting voor recapitalisation. Hier bedoeld als herkapitalisatie van banken. Als de Griekse schuld wordt afgewaardeerd, komen banken in de problemen. Om de gaten in hun balans te dichten, hebben zij extra kapitaal nodig. Dat kunnen ze zelf aantrekken (door bijvoorbeeld bezittingen te verkopen of aandelen uit te geven). Als dat niet lukt, kunnen ze aankloppen bij hun nationale overheden, of (in de toekomst) bij het EFSF.

SPIV

Special Purpose Investment Vehicle, letterlijk: investeringsvehikel met een bepaald doel. Hier bedoeld als investeringsfonds dat het EFSF opricht met als doel de slagkracht van het noodfonds te verhogen. Het SPIV kan op de kapitaalmarkten geld lenen, waarmee het staatsobligaties kan opkopen. Beleggers zullen bereid zijn geld aan het SPIV te lenen omdat de vergoeding hoog is (hoge rente) of omdat de leningen ‘gedekt’ worden door garanties van alle eurolanden.

PSI

Private Sector Involvement, ofwel betrokkenheid van marktpartijen bij de redding van de euro. Harde eis van onder meer Duitsland en Nederland bij het opstellen van een reddingsplan voor de euro.

Het is denkbaar: een allesomvattende oplossing voor de eurocrisis, vanavond in Brussel. Maar waarschijnlijker is dat de regeringsleiders slechts enkele stappen zetten op de lange weg naar de redding van de muntunie. Economieredacteur Maarten Schinkel beschrijft in NRC Handelsblad drie scenario’s. Lees het artikel in de digitale editie (alleen voor abonnees).