Het E-woord

Vandaag is er weer een Europese monetaire top voorbij gegleden waar ‘definitief’ knopen worden doorgehakt, maar waar uiteindelijk waarschijnlijk veel te weinig zal zijn besloten. Over twintig jaar zullen we verbijsterd terugkijken op die voortdurende besluiteloosheid. We zullen ons erover verbazen hoe een verstandige figuur als Angela Merkel, al ingeperkt door het Constitutionele Hof, zich zo door kortzichtige electorale belangen op een zijspoor kon laten zetten. En met haar vele anderen. We zullen ons afvragen waarom zij niet hun plaats in de geschiedenis hebben bevochten als redders van de euro, zelfs al zou dat hun politieke ondergang hebben bezegeld.

Een leider is tegenwoordig iemand die vergadert tot hij/zij erbij neervalt en vervolgens het besluit nog maar even uitstelt. Wat moed betreft, kunnen alle Europese regeringsleiders nog een voorbeeldje nemen aan de Griekse premier Papandreou, die massale stakingen compleet met tientallen gewonden en brandbommen trotseert om zijn bezuinigingsplannen te laten goedkeuren in het parlement.

Waarom speelt juist in het welvarende deel van Europa, zo bekend om zijn weloverwogen plannen en zijn intelligente planbureaus, die kortzichtige besluiteloosheid zo op? Ooit waren we doortastend, in de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog, in de stichting van de Europese Gemeenschap, in de Europese landbouwpolitiek, ook al liepen de nationale belangen niet altijd parallel. Iemand als Mansholt was om de duvel niet bang voor protesterende boeren. Ergens onderweg zijn leiders hun dapperheid verloren en veranderd in schichtige veldmuizen die bij het geringste stormpje in hun holletje kruipen.

Regeren is niet zozeer vooruitzien, maar de moed hebben vooruit te zien, ook al hangt er een dikke mist van onzekerheid. Zoals de eurocrisis overduidelijk aantoont, ook niet-besluiten is besluiten. Fouten zijn onvermijdelijk – zie de uitwassen van het landbouwbeleid of de op aardgasbaten gestoelde verzorgingsstaat. Mansholt en anderen moesten af en toe erkennen dat ze ongelijk hadden gehad. Maar wie bangelijk is, moet thuisblijven.

Ondertussen is de besluiteloosheid endemisch. Ja maar, zegt men, het onderwerp is ook complex en economische en monetaire kennis ontbreekt bij politici. Zij moeten precaire binnenlandse coalities in de lucht houden en voelen de zuigkracht van de populistische mallemolen. De media spelen daarop in met hun onzorgvuldige of zelfs tendentieuze berichtgeving door te suggereren dat ‘ons geld’ in een zwart gat verdwijnt. Europa wordt als een last ervaren in plaats van de goudmijn die het is voor Nederland. Allemaal waar. Maar onbevredigend als definitieve verklaring.

Op de achtergrond speelt een existentiële onzekerheid over de aard van de moderne democratie, waarin de kool en de geit gespaard moeten worden en iedereen zo veel mogelijk zijn zin moet krijgen, en wie harder schreeuwt nog meer. De democratie als staatsvorm in tijden van crisis is al meer dan eens failliet verklaard. Of door mensen die roepen om een sterke man (m/v) om orde op zaken te stellen. Of door degenen die de macht naar de straat willen verleggen. Het inperken van de democratie of juist het oprekken ervan. Dat laatste zien we in bewegingen als Occupy Wall Street, de G1000 van David van Reybrouck en een half internet met alternatieven, waarbij voor het afschaffen van het kapitalisme en de vervanging ervan door ruilhandel nog het minste is.

Democratie is per definitie niet van de straat, en zeker niet van verzet tegen de staat. De oplossing is niet om zo veel mogelijk mensen mee te laten praten tot we de kleinste gemene deler te pakken hebben. Democratie bloeit pas bij leiderschap en moed, niet alleen van politici, maar van een bredere groep van opinieleiders, verstandige en verantwoordelijke denkers en doeners, waar ze ook staan in de samenleving (en dat is zelden op een top-100-lijstje). Politici koketteren echter met de afbraak van de oude elite, en die zwijgt, bevreesd om nog meer olie op het vuur te gooien. Er is, afgezien van het bedrijfsleven, nauwelijks iemand opgestaan om te pleiten voor Europa en de euro. Besluiteloos en leiderloos dobbert Europa rond.

Zo, het hoge woord is eruit! Het E-woord is koren op de molen van de populistische krachten in Europa, want het is de graaiende elite die aan alles schuldig zou zijn. Maar graaien is niet aan de elite voorbehouden en kortstondige zelfverrijkers zijn niet de elite die ik bedoel. Ik heb het over mensen, ongeacht opleiding en afkomst, die het publieke belang voorop willen stellen en zich daarover uit willen spreken, ook al is dat niet populair. Dat is wat we verloren zijn, een verantwoordelijke elite die openstaat voor de straat en politici corrigeert zonder eigenbelang. Zonder elite bestaat geen democratie. Leiderschap is het topje van de ijsberg. Alleen samenlevingen met een elite bieden een voedingsbodem waarop leiderschap groeit. Alleen leiders die zich gedragen weten door een elite hoeven niet bang te zijn om besluiten te nemen.

De vraag is niet hoe we de elite afschaffen, maar hoe we een nieuwe elite kweken.