Heden gesloten

De laatste twee postkantoren gaan vrijdag dicht. Post ging in 300 jaar van staatsbedrijf naar ‘servicepunt’. „Een sigarenboer doet het erbij. Wij zijn opgeleid.”

Rotterdam, oktober 2011 Postkantoor aan de Avenue Concordia gaat sluiten. Foto: Walter Herfst

Hoe je een goed postkantoor kunt herkennen? Een strak gevulde foldermolen. Enveloppen – alle maten – netjes in de schappen. Een opgeruimde balie. Een medewerker die kan horen of geld vals is (het knispert niet). En altijd vriendelijk blijven hè. Altijd.

Met een zwierige beweging slaat Marianne van Gool (55 jaar, 39 dienstjaren) op de bel voor de volgende klant.

„Tweeënzeventig”, roept ze. En dan zangerig: „Number seventy twoooo!”

Morgen is het de laatste dag voor het postkantoor in Kralingen, Rotterdam. Tegelijk met het kantoor aan de Neude in Utrecht gaat om half 7 het licht uit. Voorgoed. Nederland heeft dan geen enkel postkantoor meer. Postzaken worden afgehandeld bij balies in supermarkten, boekwinkels en sigarenzaken.

En dan zijn die foldermolens en vertrouwde medewerkers verleden tijd, vrezen klanten. Waar wisselen ze straks geld? En hoe laat je je kenteken overschrijven?

Dirk de Jong (54 jaar, 31 dienstjaren) maakt een rondje langs de postvakken. Vaste stek voor rokers. Je kunt er met één been binnen staan, lekker warm. Was de baas er niet, dan staken ze binnen op. De tent gaat toch dicht.

En daarom komen wij vandaag met hem praten. Want wij denken: zonde. En: het einde van een tijdperk. Maar Dirk de Jong heeft zich al lang bij de sluiting neergelegd. Tranen? Híj? Natuurlijk is het „jammer”, en heeft hij een „lastige leeftijd” om de arbeidsmarkt weer op te gaan. „Maar ik laat me niet zo snel meer uit het veld slaan.”

Hoe dat zit?

Er is al zo véél veranderd. Dit kon er ook nog wel bij.

Dirk de Jong begon op zijn zestiende als postbezorger. In een opleiding van anderhalf jaar combineerde hij werk en school en leerde hij het hele stratenplan van Rotterdam uit zijn hoofd. Vervolgens ging hij de straat op. Buitenspelen noemde hij dat, fietsen, voetballen en post bezorgen. Omdat je zoiets natuurlijk niet eeuwig kunt blijven doen, volgde hij na zijn dienstplicht de mavo. Op zijn 23ste begon hij achter het loket. Inmiddels is hij manager van het kantoor in Kralingen. Niet dat er veel veranderd is: hij telt de kas en voert functioneringsgesprekken, maar staat nog steeds vooral achter de balie.

Wat wel veranderde: de PTT. Het staatsbedrijf kampte eind jaren tachtig met verliezen, en de overheid met een begrotingstekort. In 1989 gaf toenmalig minister Neelie Kroes de opdracht om het bedrijf te privatiseren. De post werd later afgestoten en afgehandeld door TPG. En Dirk de Jong, ooit begonnen als rijksambtenaar, voelde zich plots een marktkoopman.

De glazen loketten veranderden in open balies, er kwamen modieuze uniformen en klanten moesten met iets de deur uitgaan. Liefst met méér dan dat waarvoor ze binnenkwamen.

De Jong: „Vroeger waren we een servicegerichte instelling. Het was: u vraagt, wij draaien. Toen werden we opeens een commercieel bedrijf. Niet zij, maar wíj stelden de vragen.” Of de klant wel eens groene stroom had overwogen? Of ze er misschien een loterijlot bij wilden? En hun zoon, had die al een eigen spaarrekening? Het postkantoor moest diensten gaan verkopen, om zoveel mogelijk geld te verdienen. Post alleen was niet genoeg.

Dirk de Jong: „Iedere maand was er een nieuwe actie. Als kantoor moest je je targets halen.” Honderden cadeaubonnen verkopen, of tientallen rekeninghouders binnenhalen. „Wij hebben er wel eens met 3.000 procent overheen gezeten.” De gekste dingen gingen over de toonbank. „Gratis opblaaskano’s van de loterij, of een speelgoedtractor bij een spaarrekening.” Dirk de Jong was er goed in, zegt hij. „Ik voelde goed aan wie wel en niet openstond voor een aanbieding.”

Maar hij wist ook dat geld verdienen nodig was. Want niet alleen werd er steeds minder post verstuurd, ook andere zaken liepen terug. Het overschrijven van een kentekenbewijs op een andere naam bijvoorbeeld, vroeger moest iedereen daarvoor naar het postkantoor. „Op vrijdag had ik de hele balie vol met autohandelaren.” Inmiddels kunnen zij dat zelf. Alleen particulieren komen voor een nieuwe auto nog naar het postkantoor.

Of neem de decembermaand. Het moment waarop alle studenten uit Kralingen hun nieuwe OV-jaarkaart ophalen. „Vierduizend leuke meisjes aan je loket.” Sinds kort is de uitgifte ervan volledig gedigitaliseerd.

Wie er over blijven? Bejaarden. Ze komen kletsen, of geld halen. En soms een jongere die iets wil versturen. „Kunnen ze niet”, zegt baliemedewerker Marianne van Gool. „Nee, echt niet. Ik heb ze hier, die schuiven dan een briefje over de balie, moet ik ze uitleggen dat een brief in een enveloppe moet. Met een postzegel. En een adres. Ze kunnen twitteren, maar ze hebben nog nooit een brief verstuurd.”

„Dat laagdrempelige” verdwijnt bij de nieuwe postbalies, denkt Dirk de Jong. „De kwaliteit kan achteruitgaan. Een sigarenboer doet de post erbij. Terwijl wij zijn opgeleid, jarenlang getraind.” Maar, voegt hij er snel aan toe, álles went. Ook het nieuwe postkantoor.

Marianne van Gool: „Wij klagen niet.”

Dirk de Jong: „Wij zijn loyaal naar onze klanten.”

Van Gool: „Wij hebben de sfeer er altijd goed in weten te houden.”

Al ging het vlak voor het einde bijna mis. Afgelopen zomer, op 27 augustus, werd het postkantoor in Kralingen met grof geweld overvallen. Dirk de Jong was binnen, met een collega en een klant. „Twee mannen waren het. Ze kwamen binnen via een gat in de muur. Ze waren enorm goed voorbereid.” Ze dreigden met een pistool, eisten geld. De Jong werd uiteindelijk met zijn eigen schoenveters vastgebonden. „Ik heb de dood in de ogen gekeken”, zegt hij. Bang om te werken is hij niet meer. Maar slapen gaat slecht. „Voor zover ik weet zijn de daders nog niet gepakt.”

Dirk de Jong wijst op zijn schoenen. Vlotte witte gympen, onder zijn postkantoor-pantalon. Kan eigenlijk niet, weet hij. Maar die nette zonder veters liggen in de prullenbak. Zijn enige andere paar goeie schoenen blijft in de kast. „Dan houd ik ze netjes. Voor straks, als ik weer ga solliciteren.”

Lineke Nieber