Eurotop: verwacht geen wonder

Het is denkbaar: een allesomvattende oplossing voor de eurocrisis, vanavond in Brussel. Maar waarschijnlijker is dat de regeringsleiders slechts enkele stappen zetten op de lange weg naar de redding van de muntunie. Maarten Schinkel ziet drie scenario’s.

De regeringsleiders die vanaf vanavond bijeenkomen in Brussel beslissen over leven en dood van de Europese muntunie. D-Day of E-Day, vijf voor twaalf, make or break, zo heet het. Maar is dat ook zo? Stort morgen, bij het uitblijven van een akkoord, de muntunie op slag in?

Griekenland, dat de eurocrisis twee jaar geleden inluidde, is het grootste probleem al niet meer. Verdere besmetting, vooral van Italië, moet worden voorkomen. Want als Italië, met een staatsschuld van 1.900 miljard euro, begint te schuiven, komen op de financiële markten krachten los die niemand kan overzien. De bedragen die nodig zijn om zo’n escalatie van de crisis te bezweren zijn er simpelweg niet.

Op tafel liggen nu ruwweg vier plannen. Het eerste gaat over een afboeking van de Griekse staatsschuld tot een niveau waarop het land die weer kan dragen. Het tweede gaat over kapitaalsteun aan banken, die een Grieks verlies, en mogelijke verliezen op de staatsschuld van andere zwakke eurolanden, niet aankunnen. Het derde is een versterking van het stabiliteitsfonds EFSF, dat eurolanden met financieringsmoeilijkheden kan bijstaan. En het vierde is het vergezicht op een meer federale structuur waarvan nu wel duidelijk is dat de gemeenschappelijke munt uiteindelijk niet zonder kan. Wat kan er gebeuren?

1. Een eureka-moment

Alle vier de dossiers zijn uitermate lastig én grijpen in elkaar. Tel daar zeventien verschillende regeringen en hun parlementen bij op, nog eens tien regeringen van buiten de eurozone, en doe dit in de hogedrukpan van de financiële markten. Niettemin stappen de leiders van de eurozone over hun schaduw heen en herinneren zich, met de geschiedenis in het achterhoofd, waar het in Europa ook alweer over ging. Zij vinden elkaar in een heldere totaaloplossing, met onberispelijke financiële dekking, en ze doen harde toezeggingen voor een begrotingsunie, inclusief een fiks grotere rol voor de Europese Centrale Bank. En ze verdedigen die, eenmaal thuis, als staatslieden.

Dit alles grenst aan het ondenkbare.

2. Een explosie

De top spat morgenochtend vroeg uit elkaar in ruzie, frustratie en diepe onenigheid. Een oplossing is verder weg dan ooit. Op de financiële markten wordt Italië, met de (relatief) op twee na grootste ter wereld, morgen afgeslacht. Daarna ontrafelt het weefsel van de muntunie in hoog tempo tot er geen houden meer aan is en de euro uit elkaar valt.

De Europese economie is zo verweven dat zelfs bij een tijdelijke loskoppeling van grensoverschrijdende transacties het merendeel van de economische activiteiten zal stilvallen. Het geldsysteem stokt, waardoor dagelijkse transacties – pinbetalingen, overboekingen, geld uit de muur halen – onmogelijk kunnen worden. Want nooit is nagedacht over zulke extreme omstandigheden.

Het resultaat is een recessie waarbij de kredietcrisis van 2008 in het niet valt. En die blijft niet beperkt tot de eurozone. Want ook mondiaal is alles verweven en de euro is op dit moment na de dollar de belangrijkste munt ter wereld. Totale chaos. Maar onwaarschijnlijk.

3. Een mistig compromis

Want zelfs met het mistigste compromis wordt tijd gewonnen om toch zaken te doen. Dit is de meest waarschijnlijk uitkomst, maar betekent ook het minst. Want wat wordt dan het volgende beslismoment? In Cannes komt volgende week de G20 bijeen. Op 7 november is de volgende ontmoeting van de EU-ministers van Financiën. En eind dit jaar is er wéér een eurotop van regeringsleiders.

Zelfs met een doorbraak, vannacht, kan niet elk besluit meteen worden geduid. Ook na de al even ‘allesbeslissende’ top in juli was lang onduidelijk – en niet alleen voor premier Rutte – wat er precies was afgesproken. Na vannacht moeten de leiders terug naar hun parlementen. Mocht de ECB een grotere rol krijgen, dan zal zij daar zelf over moeten beslissen. Met de banken zal in detail over een afschrijving moeten worden onderhandeld. En steun door kapitaalkrachtige landen buiten de eurozone (lees: China) zal met die landen zelf moeten worden besproken.

Telkens haalt de realiteit het politieke proces in. Economie vertraagt, politieke dynamiek is grillig. En dan zijn er de onvoorspelbare financiële markten. Want cynisch als ze zijn, ook daar prevaleert het ongeloof in het ondenkbare: dat de euro ooit ophoudt te bestaan.

Maarten Schinkel