EU-federatie krijgt wel krediet

Wat het vandaag ook wordt, de crisis van Europa zal niet worden beslecht. Het is tijd voor de enige, echte oplossing – een federale unie, betoogt Joop Hazenberg.

De Europese regeringsleiders spreken vanavond voor de zoveelste keer maatregelen af om de markten tot bedaren te brengen. De eurozone krijgt waarschijnlijk een firewall. Er komt een ‘herkapitalisatie van de bancaire sector’ en wie weet een ‘begrotingsdisciplinecommissaris’.

Tegen de technische, financiële en governancemaatregelen kan ik, voor zover ik ze doorgrond, weinig bezwaar hebben – it’s the economy, stupid – maar de massale afwaardering van Griekse schulden en het opwerpen van waterlinies aan euro’s rond de banken is niet voldoende om de Europese Unie te redden.

Het probleem van Europa is niet de economie, maar de politiek: het uitblijven van centraal gezag. Regeringen vallen, bijvoorbeeld in Italië of recentelijk nog in Slowakije. Volgend jaar zijn er weer verkiezingen, bijvoorbeeld in Frankrijk.

De nationale politieke systemen kunnen Europese voortgang op elk moment gijzelen. Dit doen ze ook, zodra het belang van de eigen natie in gevaar komt. Deze methode van kleine stapjes vooruit – en soms achteruit – heeft de EU gebracht waar ze is: een welvarend, veilig continent van staten, met een interne markt van een half miljard inwoners.

Zo vrijblijvend kunnen de Europese Unie en de eurozone niet meer zijn. De verwevenheid van economieën, volkeren en culturen is snel toegenomen sinds de val van de Muur, in Europa en in de hele wereld. Hierdoor is een gigantische afhankelijkheid ontstaan. Eén op de vijf banen in de Verenigde Staten is verbonden aan Europese bedrijven. China is de huisbankier van de VS.

Belangen van natiestaten zijn niet meer te scheiden, zeker niet in de eurozone. Zwakke broeders dreigen de sterke lidstaten mee te sleuren in een diepe val. Een teken aan de wand is dat de financiële markten meer vertrouwen hebben in de VS, ondanks hun hogere staatsschuld en het twee keer zo grote begrotingstekort als de eurozone. Ook daar is de situatie miserabel, maar Amerikanen hebben een centraal gezag – en wij niet.

Ondanks een snelle integratie van voormalige Oostbloklanden, enorme uitbreiding van haar bevoegdheden en de invoering van de euro is de Unie onvoldoende aangepast aan de wereld van vandaag. De interne markt is niet voltooid. De 27 verzorgingsstaten lopen te veel uiteen. Tien lidstaten hebben de euro niet.

De lidstaten zelf vormen de remmende factor voor verdere integratie. Hun bevolkingen zijn uitgeput door de continue machtsoverdracht aan Brussel. De euro maakte het bier duur. De Poolse loodgieter kwam met honderdduizenden vriendjes onze grenzen over. Nu moeten we zeker die luie Grieken redden en nog meer soevereiniteit afstaan? Het is geen wonder dat de Kamer, in maart van dit jaar, verder soevereiniteitsverlies expliciet heeft verboden.

Aan de wortel van de eurocrisis ligt een fundamenteel zwakke concurrentiepositie in arme lidstaten. Het onderwijs laat in delen van de Unie te wensen over. Het arbeidsmarktbeleid is slap. Landen investeren veel te weinig in de kenniseconomie. De ambitieuze Lissabonagenda – „in 2010 is Europa de meest competitieve regio ter wereld!” – is faliekant mislukt. Azië, Zuid-Amerika en zelfs delen van Afrika zijn bezig met een fantastische opmars.

Het is in deze context dat we de eurocrisis moeten bezien: een pijnlijke spiegel van westerse tekortkomingen van eindeloos willen lenen, gemakzuchtig achteroverleunen, niet willen hervormen, een obsessie met de natiestaat, een prelude op onze neergang in de wereld.

Ook als we de zwakste broeders uit de eurozone weten te stabiliseren, blijven de lidstaten als collectief zitten met een gigantische schuldenlast. Deze bestaat uit te grote uitgaven voor verzorgingsstaten, massale overheidsinvesteringen direct na de kredietcrisis (tot wel 16 procent van het bruto nationaal product), opgekochte Zuid-Europese schuldpapieren en garanties voor het noodfonds.

Om deze schuldenproblematiek aan te pakken en om de EU werkelijk weerbaar te maken, is een drastische herziening van haar structuren nodig. Europa moet de Grote Stap Voorwaarts zetten – op naar een federale unie.

Allereerst moeten de laatste ‘Europavrije’ beleidsterreinen van verzorgingsstaten, belastingsstelsels, arbeidsmarkten en onderwijssystemen geloven aan structurele Brusselse invloed. Ik denk aan een Europese belasting, een vaste pensioenleeftijd en geharmoniseerde arbeidswetgeving en onderwijscurricula.

Ten tweede moet het Europees Parlement worden omgevormd tot een ‘Huis van Nationale Afgevaardigden’, bestaande uit nationale parlementariërs. Zo omzeilen we de dodelijke verantwoording-per-natiestaat voor elk Europees besluit.

Willen lidstaten deze ingrijpende federalisatie van de EU niet, dan komen ze in een tweede ring, waar ze bijvoorbeeld worden uitgesloten van deelname aan de euro.

De zittende generatie politici, gevangen door nationale achterbannen, zal het niet willen. Het is daarom cruciaal dat twintigers en dertigers zich sterk maken voor de federalisering van Europa. Zij zijn na de Koude Oorlog opgegroeid en geloven in Europa en in de welvaartsstaat, maar niet in grenzen en al helemaal niet in de natiestaat.

Jongeren beseffen dat welvaart geen zekerheid is en dat een betere balans met de wereld, de natuur en banken nodig is om Europa overeind te houden. Ze zijn veel pro-Europeser dan ouderen, blijkt uit onderzoeken van de Europese Commissie en het Sociaal en Cultureel Planbureau.

De sleutel om Europa uit de crisis te halen, ligt dus niet in Athene, maar bij de jongeren van de Unie. Zij kunnen natiestaten inwisselen voor een federatie en zo de toekomst veiligstellen. It’s Europe, stupid old men!

Joop Hazenberg is schrijver en voorzitter van denktank Prospect (voor twintigers en dertigers).